05-04-2012 - Grieken, moslims, Bulgaren en Roemenen. Ze hebben allemaal een appeltje met ons te schillen. Nederland lijkt hard op weg zich onpopulair te maken in het buitenland. Heeft onze handel daarvan te lijden?
Hollanda! Kaas, tulpen, Gullit en Van Basten! Geen uithoek van de wereld of we werden er als Nederlanders altijd warm onthaald. Maar hoeveel vrienden heeft Nederland op dit moment nog over? Dubbele paspoorten worden verboden, Roemenië en Bulgarije zijn niet welkom in de Schengen-zone, het PVV-meldpunt heeft Oost-Europeanen in het verdachtenbankje gezet, er zijn snoeiharde oordelen geveld over de Zuid-Europese lidstaten en we nemen ook een steeds meer pro-Israëlische houding aan. Ons onschuldige imago van kaas, klompen, voetbal en verdraagzaamheid ligt behoorlijk onder vuur. Oost-Europeanen, Zuid-Europeanen, moslimlanden, expats: allemaal hebben ze – terecht of onterecht – een appeltje met ons te schillen. Niet goed voor een handelsnatie zou je denken. Of heeft handel geen hart?
Flink bekoeld
Richard Reese, directeur van de Nederland-Roemeense Kamer van Koophandel, houdt zijn hart in elk geval vast. De schade aan het Nederlandse imago in Roemenië is volgens hem groot. Allereerst door het blokkeren van de toetreding van Roemenië tot de Schengen-zone afgelopen september. De weigering van het kabinet om het meldpunt van de PVV te veroordelen, is daar nog bijgekomen.
'Je moet weten, Nederland is al twintig jaar de grootste bron van buitenlandse investeringen in Roemenië. Nederlandse ondernemers worden al jaren betrokken bij allerlei grote strategische projecten. Bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur en landbouw. Nederland was kortom een zeer gewaardeerde partner voor Roemenië, zowel bij de overheid als bij het bedrijfsleven. We hadden een fenomenaal imago.'
Reese zegt 'hadden' want inmiddels liggen de zaken heel anders. ‘Toen Nederland in september tegen de toetreding van Roemenië tot de Schengen-zone stemde, kwam dat hier als een schok. De Roemenen begrepen er niets van.'
En daar kwam dan begin dit jaar de PVV-website bovenop. ‘Onze contacten wilden weten: 'Wat hebben jullie tegen ons?'. Werknemers die voorheen trots waren om voor een Nederlands bedrijf te werken, durven er nu niet meer over te beginnen.'
Maar het heeft ook effect op strategische projecten op het gebied van infrastructuur of de hervorming van de landbouw, aldus Reese. 'Daar waren we heel nauw bij betrokken. Ineens is er een oorverdovende stilte vanuit de overheid. Of neem de samenwerking tussen het havenbedrijf van Rotterdam en het Roemeense havenbedrijf Constanta. Wij stonden daar altijd op nummer 1. Ik durf niet te zeggen dat die is afgelopen, de relatie is alleen wel flink bekoeld.'
Begrip voor het uitblijven van een reactie van het kabinet op het PVV-meldpunt kan Reese daarom niet opbrengen. ‘Blijkbaar zitten ze in de dwangbuis van de PVV en wordt er niet strategisch en economisch gedacht.'
Damage control
Ook zijn collega Elro van den Burg, directeur van de Pools-Nederlandse Kamer van Koophandel, ziet het Nederlandse imago afbrokkelen: ‘Ooit werd naar ons opgekeken. Nu dreigt het land van tulpen en voetballers als Van Basten, het land van Wilders te worden.’ Dat meldde hij eind februari in elk geval in Forum. ‘Als ik nu een gesprek heb met een Pools bedrijf of de overheid, moet ik eerst uitleggen dat wat de PVV vindt of doet niet hetzelfde is als het standpunt van onze regering. Het lijkt wel of we vergeten zijn dat onze economie voor een groot deel draait op onze export. We moeten zuinig zijn op onze relaties met het buitenland. Die hebben we hard nodig.’
Van den Burg lijkt een punt te hebben. De exportwaarde van Nederlandse producten naar Polen is in vijftien jaar vervijfvoudigd stelde het Economisch Bureau van ING half maart vast. Tegenwoordig is Polen in omvang de zesde exportpartner van Nederland. In 2010 was Polen nog goed voor een achtste plek, voor Rusland en nog achter Spanje. Oost-Europa kan de komende jaren nog belangrijker worden als exportbestemming, zeker gezien de groeivooruitzichten in het zuiden van Europa, verwacht ING.
Natuurlijk hebben Reese en Van den Burg aan damage control gedaan. Persberichten gestuurd, brieven aan premier Rutte. Contact opgenomen met de Roemeense europarlementariër Sebastian Bodu en zijn Poolse collega Jacek Saryusz-Wolski, die een oproep deden tot een boycot van Nederlandse producten. Een daadwerkelijke boycot kwam niet van de grond tot opluchting van Nederlandse ondernemers in Polen en Roemenië, maar dat betekent volgens Reese nog niet dat de kou uit de lucht is. ‘Hoe vált dit uit te leggen?' Net als zijn Poolse collega Van den Burg is Reese bang dat er ook op de lange termijn schade is berokkend. 'Als zo'n havenproject wordt stilgezet, dan kost dat het Nederlandse bedrijfsleven 2 miljard euro. We zijn natuurlijk niet de enige gegadigde; zo'n project kan ook zomaar naar Antwerpen of Brussel gaan. Dan hebben we het over een project waar járen aan gewerkt is en waar nog allerlei spinoff en toekomstige inkomsten aan verbonden kunnen zijn.'
Commotie
Hij begrijpt de commotie, zegt Bas Pulles, waarnemend directeur EVD (onderdeel van AgentschapNL), onder andere verantwoordelijk voor Holland Branding. Maar volgens Pulles wordt overschat wat de impact is op het imago van Nederland en de handel van wat hij ‘incidenten als het meldpunt’ noemt. ‘Ik ben al jaren bezig met het aantrekken van investeringen in Nederland. Na de moord op Fortuijn of van Gogh was er geen investeerder die die incidenten meenam in de afweging of hij nou wel of niet naar Nederland zou komen. Investeerders kijken zakelijk: kosten, bereikbaarheid, infrastructuur, taalvaardigheid, skills van werknemers. Dat is wat telt. Incidenten, hoe groot ook, hebben op het economisch imago bijna geen invloed.’
Dat blijkt ook uit de cijfers, zegt Pulles. Hij kreeg destijds geen extra vragen van exporteurs naar Arabische landen bijvoorbeeld. En ook nu niet van exporteurs die zaken doen met Midden- en Oost-Europa. ‘Ik zie meer Arabische investeerders naar Nederland komen dan ooit. En de export naar Oost-Europa – met name dan die naar Polen – is fors gestegen vorig jaar. Alleen Zuid-Europa valt nu terug, maar dat is logisch vanwege de economische malaise daar.’
Guus-Hiddink-effect
Dat ondernemers iets uit te leggen hebben als ze zaken doen met een Midden- of Oost-Europese overheid erkent Pulles wel. ‘Nederland is wat braaf, andere landen hebben sneller de houding van ‘als jij mij in Europa een loer draait, draai ik jou in mijn haven een loer.’ Zeker als de overheidsbetrokkenheid nogal groot is en zo’n incident voor binnenlandse politieke doeleinden kan worden gebruikt, wordt er wel druk gezet.’
Dus draait Pulles nu overuren, zegt hij, net als de ambassadeurs ter plekke, om de relaties met Roemenië, Bulgarije, Polen, Italië, maar ook met landen als Griekenland, Spanje en Portugal te herstellen. ‘Ja, er wordt veel aandacht aan besteed. Maar’, nuanceert Pulles, ‘je kunt een nation brand niet maken. Je kunt het een beetje bijsturen, maar veranderen? Dat gaat niet. Weet je bijvoorbeeld waarom ons imago in Korea zo goed is? Twee woorden: Guus Hiddink. Daar kan niets tegen op.’
‘Dat Nederland een klein land is, maakt ons wel kwetsbaar’, zegt Pulles. ‘Het is gemakkelijker een punt te maken tegen een klein land als Nederland of Denemarken dan tegen Duitsland of Frankrijk.’ Zo leiden cartoons in een Deense krant zeven jaar geleden tot felle protesten in de Arabische wereld (zie kader De Deense cartooncrisis op pagina 14). ‘Dat bewijst dat je altijd alert moet blijven’, vindt hij. Dat besef was er ook toen de film Fitna door Geert Wilders werd uitgebracht. In elk geval op de Nederlandse ambassade in Indonesië waar Nikolaos van Dam op dat moment ambassadeur was. Van Dam herinnert zich nog goed hoeveel last ze daar van de film hebben gehad. Grote demonstraties, bedreigingen. ‘Nederlandse bedrijven waren bang dat het op hen zou neerslaan’, zegt de oud-ambassadeur. ‘Er is ook gedreigd dat ze bepaalde contracten niet meer zouden krijgen, er zijn boycots afgekondigd. Als ambassadeur heb ik daar veel aan kunnen doen. Ik had al goede relaties met de voornaamste moslim-organisaties in Indonesië, heb voordrachten en persconferenties gehouden, die deels ook op televisie werden uitgezonden. Wilders vond dat maar niks. Maar juist door die dialoog te zoeken hebben we de scherpe kanten eraf kunnen krijgen.'
Volgens Van Dam maakt de gedoogconstructie het voor ambassades nu wel ingewikkelder. 'Ik had meer ruimte om te reageren. Nu zit de overheid veel meer in de knel.' Hoe gevoelig het ligt, bleek wel op het moment dat Forum de Nederlandse ambassades in Roemenië, Polen en Griekenland om een reactie vroeg. Die kon niet worden gegeven. Ook minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken was niet in voor commentaar.
Eurocrisis
‘Mij heeft het geen opdrachten gekost.’ Rik Jacobs, commercieel directeur van Vertex Dental, exporteert tandtechnische innovaties naar 85 landen, waaronder Polen, Rusland, Turkije, China, Marokko, de Verenigde Staten. Het mag de handel nu niet beïnvloeden, dat kan zomaar omslaan, denkt hij. ‘Ik kom veel in het Midden-Oosten, Iran, Syrië. Bedrijven daar kopen met plezier géén producten uit de Verenigde Staten. Daar spinnen wij garen bij. Nog wel. Ik moet er alleen niet aan denken dat er een moment komt dat ze met plezier geen producten uit Nederland meer kopen.’ Hoe vervelend dat ook voor Jacobs’ bedrijf zou zijn, de Nederlandse economie zal niet omvallen als de handel met Iran en Syrië stilvalt. Toch wordt hoe we er buiten Europa op staan wel steeds belangrijker. Daar zijn de grootste groeiers (Brazilië, India, China) te vinden waarvan we het de komende jaren moeten hebben.
‘Als ik ’s avonds met mijn klanten dineer, worden er altijd vragen gesteld over de politieke situatie in Nederland’, vertelt Jacobs. ‘Dat begon bij de moord op Van Gogh en Fortuijn en dat gaat door tot op de dag van vandaag.’ Alleen de eurocrisis is een nog veel belangrijker gespreksonderwerp. Dat zegt Jacobs, maar het blijkt ook wel uit de reacties van de branches die door Forum zijn benaderd met de vraag of hun leden last hebben van een verslechterend imago van Nederland. ‘Het geopolitieke en economische zwaartepunt is verschoven’, constateert Robert Poelhekke, directeur van de Vereniging van Nederlandse Aannemers met Belangen in het Buitenland (NABU). ‘De invloed en betekenis van Europa neemt af, die van Azië en de opkomende economieën neemt toe. Daarmee staat ook made in Holland onder druk. Dat Europa daar niet slagvaardig op reageert, is een veel groter probleem voor ons dan het PVV-meldpunt.’
Is Nederland een sterk merk?
Als je een land ziet als een merk, welk land is dan het meest populair? Dat is wat de Britse marketinggoeroe Simon Anholt en het public affairs bureau Gfk Roper jaarlijks proberen te meten in hun Anholts Nation Branding Index (NBI) met een online onderzoek in twintig landen. Vorig jaar kwam Nederland van vijftig onderzochte landen uit op de 12e plaats, een positie waar ons land al jaren min of meer stabiel bivakkeert.
'Een ontzettend saaie score', concludeert Simon Anholt zelf in zijn rapport uit 2009 toen Nederland ook op de 12e plek eindigde. 'Niemand lijkt erg sterke gevoelens te koesteren voor het land (afgezien van, hier en daar, wat negatieve opvattingen in moslimlanden, en we weten wat daar de redenen voor zijn), en het scoort zelden ver van het eigen gemiddelde.'
Moet Nederland zich daar zorgen om maken? Anholt vindt van niet. Want concludeert hij: 'Nederland wordt zeer bewonderd door de elites met wie het zaken doet in de industrie, export, buitenlandse investeringen, diplomatie enzovoorts. Misschien is 'Holland' uiteindelijk vooral een business-to-business product en zou het daarom niet moeten verwachten diepe gevoelens op te wekken bij de gewone consumenten die ondervraagd zijn door NBI.'
Top-10 Nation Branding Index
| 1. | Verenigde Staten |
| 2. | Duitsland |
| 3. | Verenigd Koninkrijk |
| 4. | Frankrijk |
| 5. | Japan |
| 6. | Canada |
| 7. | Italië |
| 8. | Australië |
| 9. | Zwitserland |
| 10. | Zweden |
| | |
| 12. | Nederland |
Bron: Anholt Gfk Roper
Deense cartoonaffaire
‘Keihard werken om de schade te herstellen’
‘De cartoonaffaire blijft een zaak die mensen niet gauw vergeten’, zegt Peter Thagesen, directeur Marketing Policy bij de Deense bedrijfs- en werkgeversorganisatie Dansk Industri (DI). Hij blikt terug op de zaak van de twaalf Mohammed-cartoons die in het najaar van 2005 werden gepubliceerd in een Deens dagblad. Zoals bekend leidde dit tot een boycot van Deense producten, zoals zuivelproducten, pluimveevlees en meubels in het Midden-Oosten, maar ook in andere landen van de Organisatie van de Islamitische Samenwerking (OIS).
Ook al is Denemarken weer terug op het exportniveau van vóór de crisis, toch blijft de zaak aan het imago van Denemarken kleven, meent Peter Thagesen. ‘Zelfs al is het vandaag business as usual, toch vragen zakenpartners er vaak naar. Dat doen ze niet tijdens onderhandelingen of verkoopmeetings, maar wel tijdens het diner daarna’, aldus Thagesen.
De boycot duurde ongeveer zes maanden. Het totale exportverlies in 2007 bedroeg 2 miljard Deense kronen, of te wel ruim 269 miljoen euro. Analyses van de Deense Kamer van Koophandel tonen dat de export naar bijvoorbeeld Saudi-Arabië in 2006 met 30 procent afnam, maar al in 2007 terug was op niveau. En in de jaren daarna verder toenam. ‘Op korte termijn had de crisis grote gevolgen, vooral in het Midden-Oosten, maar tegenwoordig zien we geen significante invloed meer’, aldus Bo Sandberg, chefeconoom van de Dansk Erhverv, de Deense Kamer van Koophandel.
Dat is ook de ervaring van het Deens-Zweedse zuivelconcern Arla, dat destijds in één klap haar omzet in het Midden-Oosten verloor. Tegenwoordig ligt de verkoop op een iets hoger niveau dan vóór de boycot. ‘Daar hebben we keihard voor moeten werken. We zijn stapje-voor-stapje teruggekomen, maar pas in 2010 konden we zeggen dat we het verlorene hebben ingehaald’, aldus persvoorlichter Theis Brøgger.
De boycot van Deense feta en andere producten was destijds het meest zichtbare gevolg van de crisis. Maar er waren ook minder zichtbare gevolgen. Geplande verkoopmeetings werden afgezegd. Orders werden geannuleerd. Denemarken werd uitgesloten van nieuwe inschrijvingen. Ook waren er beduidend meer problemen met invoerdocumenten en betalingen dan gebruikelijk.
‘Sommige zakenpartners eisten dat Deense bedrijven hun producten niet uit Denemarken stuurden, maar via een omweg, bijvoorbeeld via Nederland’, vertelt Thagesen, die in 2009 op bezoek was bij VNO-NCW om ervaringen uit te wisselen.
Om het imago van Denemarken op te vijzelen trok de Deense regering ruim 83 miljoen euro uit voor de periode 2007-2012. Op deze manier hoopt het Scandinavische land haar nation brand te verbeteren.
Vorige maand waarschuwde de Deense werkgeversorganisatie DI overigens voor een mogelijk nieuwe Mohammed-crisis. De president van India heeft een gepland bezoek aan Denemarken afgezegd en Deense bedrijven ‘liggen eruit’ in India. De oorzaak is dat Denemarken een terreurverdachte, een Deens staatsburger, niet wil uitleveren aan India.
Petra Sjouwerman
Karin Bojorge, Jiska Vijselaar
bojorge@vno-ncw.nl