28-06-2012 - The future we want, is de naam van het document dat de VN-top Rio+20 vorige week heeft opgeleverd. Een toekomst die nog ver weg lijkt, als je in ogenschouw neemt wat er nu daadwerkelijk door de aanwezige lidstaten is afgesproken. Dat is namelijk teleurstellend weinig.
Concrete doelen voor duurzame ontwikkeling, bijvoorbeeld op het gebied van voedselzekerheid, watergebruik, biodiversiteit, hernieuwbare energie en recycling. Dat is waartoe de ceo's van de Dutch Sustainable Growth Coalition en ikzelf, hadden opgeroepen. We kregen ze niet. Zoals verwacht stonden de opkomende economieën lijnrecht tegenover de geïndustrialiseerde landen. De G77, de coalitie van ontwikkelingslanden, was voor weinig te porren. Angst voor verkapte handelsbelemmeringen en een rem op hun economische groei, maakten deze landen kopschuw. Ook de leiders van veel OESO-landen lieten het afweten.
Is de hele top en de aanloop daarnaartoe daarom een verspilling van energie geweest? Staatssecretaris Ben Knapen, de Nederlandse delegatieleider in Rio, vindt van niet. Concrete doelen en harde deadlines over het vergroenen van de economie heeft de top niet gebracht. 'Maar voor het eerst staat in een VN-document dat het bedrijfsleven een belangrijke voortrekkersrol speelt', aldus Knapen. 'De Verenigde Naties hebben hun aarzeling ten opzichte van de private sector laten varen.'
Wie Rio+20 een beetje gevolgd heeft, weet dat dat niet meer dan terecht is. 'De regeringen zijn verlamd. De oplossingen moeten komen van het bedrijfsleven', constateerde Unilever-topman Paul Polman niet zonder reden. Het bedrijfsleven liet zich daarom niet weerhouden om zelf werk te maken van duurzame ontwikkeling. Tijdens de voorconferentie van Global Compact maakten 45 grote multinationals, waaronder zes Nederlandse, in Rio afspraken over waterbesparing. Dat is nodig omdat zo'n 800 miljoen mensen wereldwijd geen toegang hebben tot veilig drinkwater. 'We cannot be succesfull in a world that fails', stelde ondertekenaar en DSM-topman Sijbesma.
Anders dan twintig jaar geleden, bestaat de duurzame economie voor een groot deel al. We hebben de technologieën, we kennen de oplossingen. The future we want, is wellicht toch dichterbij dan we denken.
Bernard Wientjes, Voorzitter VNO-NCW