14-06-2012 -
- Elektriciteitsintensieve bedrijven kunnen financiële klap verwachten
- Als stroomproducenten CO2-rechten moeten kopen gaat prijs omhoog
- Overheid kan klap verzachten met door Nederland zelf bepleite regeling
De elektriciteitsintensieve industrie kan volgend jaar een forse financiële tegenslag te verwerken krijgen. Vanaf 1 januari 2013 moeten Europese elektriciteitsproducenten namelijk meer CO2-rechten kopen. Zij zullen die aanschafkosten moeten doorberekenen aan hun klanten. Tijd voor de Nederlandse overheid om gebruik te maken van de compensatiemogelijkheid die zijzelf bij de EU heeft bepleit.
Het Nederlandse bedrijfsleven komt op achterstand bij de buren als de politiek geen geld vrij maakt om de Nederlandse industrie te compenseren. De buren, Duitsland en Engeland, gaan namelijk wel hun industrie helpen. Duitsland, een van belangrijkste concurrenten van de Nederlandse bedrijven, stelt 500 miljoen euro beschikbaar om de Duitse elektriciteitsintensieve industrie te compenseren voor de aanschafkosten van de CO2-rechten.
Als de politiek niet ingrijpt, levert dat direct een concurrentienadeel op voor de internationaal opererende industrie in Nederland. Dat is vooral wrang omdat in 2009 op aandringen van Nederland is afgesproken dat lidstaten hun bedrijven mogen compenseren voor dergelijke indirecte kosten. Onder meer producenten van aluminium, koper, meststoffen, staal, papier, katoen, chemicaliën en een aantal kunststoffen komen in aanmerking voor compensatie.
De Europese Commissie heeft onlangs regels gepresenteerd waar lidstaten zich aan moeten houden bij het verlenen van deze steun. De regels maken steun mogelijk, maar het is aan de Nederlandse overheid om steun daadwerkelijk te verlenen. Zolang er geen internationaal klimaatakkoord is dat er voor zorgt dat energie-intensieve bedrijven wereldwijd aan dezelfde regels moeten voldoen, zit er niets anders op om bedrijven en arbeidsplaatsen te behouden.