15-10-2009 - Innovatieplatform en sleutelgebieden: dat ruikt naar veel papier en weinig resultaat. Of heeft vijf jaar innovatiebeleid inmiddels meer opgeleverd?
Nog dit jaar moet hij open gaan. De eerste vestiging van wat zo mooi 'het centrum voor open chemische innovatie' heet. Op het industrieterrein in Geleen waar DSM en Sabic al een tijdje samenwerken in de technologiecampus Chemelot, komt een afdeling waar vijf à zes jonge chemische ondernemers hun bedrijf verder kunnen ontwikkelen. Later zullen soortgelijke centra komen in Amsterdam, Rotterdam en Weesp. Vanuit een centraal punt worden ze geholpen bij zaken die niet plaatsgebonden zijn zoals het vinden van kapitaal en eventuele plannen over de grens. Het gaat om bedrijven die veelal op een universiteit gestart zijn door een slimme medewerker of ex-student, een omzet draaien van minimaal een miljoen euro en verder willen groeien.
"Als je een internetonderneming hebt, is het natuurlijk een stuk simpeler", vertelt Nelo Emerencia van de Vereniging van de Nederlandse Chemische industrie. "Een paar computers en een lege zolder zijn in feite al voldoende." Voor jonge chemiebedrijven is doorgaans wat meer nodig. Op Chemelot kunnen ze niet alleen leren van elkaar maar ook profiteren van de faciliteiten van de beide chemiereuzen die er ook zitten. Daarbij gaat het niet alleen om zaken die ze direct nodig hebben bij hun productie: huisvesting, water, stoom, stikstof. Ook kunnen ze aan de slag met de vondsten van grote ondernemingen waarmee niks gebeurt. "Bedrijven als DSM en Shell hebben altijd wel iets leuks in de la liggen waar ze niets mee doen", zegt Emerencia. "Of omdat het niet in hun strategie past, of omdat ze hun mensen nodig hebben voor andere projecten. Als een ander bedrijf op hun terrein daarmee aan de slag gaat, kunnen zij daar ook profijt van hebben. Wordt het een succes, dan kunnen ze het altijd nog terugkopen."
Enkele jaren geleden werd de chemie door het Innovatieplatform aangewezen als een van de zes sleutelgebieden in de Nederlandse economie waarvan verwacht mag worden dat ze flink kunnen bijdragen aan een versterking van onze concurrentiepositie (zie kader). Dat moest gebeuren door flink te innoveren en daar had het kabinet de nodige miljoenen voor over.
De status van sleutelgebied stimuleerde de chemiebedrijven om samen met de onderwijsinstellingen bij elkaar te gaan zitten en een plan te maken waarvan het open innovatiecentrum slechts een onderdeel is. Ook werkten ze aan voorstellen om via publiek-private samenwerking het onderzoek een impuls te geven en probeerden ze het niveau van het onderwijs aan de universiteiten op te krikken. Dat dreigde te versukkelen doordat het verspreid was over tien verschillende instellingen die allemaal last hadden van een fors dalende studenteninstroom. Die zou niet alleen zorgen voor een flink tekort aan goed opgeleide chemici, maar ook voor onderzoeksplekken die eigenlijk te klein zijn voor toponderzoek. Verder bedachten ze een plan om het imago van de chemie te verbeteren. Voor dat laatste moest de sector uiteindelijk helemaal zelf opdraaien, op de andere terreinen sleepte ze de nodige miljoenen aan overheidssubsidies binnen.
Dogma
De Nijmeegse hoogleraar bedrijfskunde Ben Dankbaar hoeft niet lang na te denken over de vraag wat vijf jaar sleutelgebiedenaanpak Nederland heeft opgeleverd. "In bijna al die gebieden is veel meer samenwerking gekomen. Tussen bedrijven onderling, bedrijven en kennisinstellingen, tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheid."
Het klinkt misschien soft, maar samenwerking is ongelooflijk belangrijk voor innovatie, zegt Dankbaar. Waar innovatie vroeger vooral gezien werd als iets dat goed gedijde achter de dikke muren van de eigen researchinstellingen, zien wetenschappers tegenwoordig de doorbraken vooral daar waar wordt samengewerkt. Bedrijven moeten goed luisteren naar hun klanten, samenwerken met hun collega's en hun licht opsteken bij kennisinstellingen als universiteiten. Open innovatie heet dat. Het is goed dat dat gestimuleerd wordt via de sleutelgebieden, zegt Dankbaar, want ondernemers doen dat niet altijd vanzelf.
"Voor veel economen is concurrentie en marktwerking nog altijd het belangrijkste dogma. We hebben in Nederland ook een concurrentiebeleid, met een instelling als de NMa die dat in de gaten houdt. Maar samenwerking is net zo belangrijk als concurrentie en gek genoeg hebben we daar geen beleid voor. Die sleutelgebiedenaanpak zou je als zodanig kunnen zien."
Maar het is allemaal wel een zaak van lange adem. De plannen van de chemie voor een centrum voor open innovatie dateren al van drie jaar geleden. Over een andere opzet van het universitaire onderwijs is dik tweeënhalf jaar gesproken. Om echt succesvol te kunnen zijn, hebben de sleutelgebieden dan ook een periode van minimaal acht jaar nodig, concludeerde een commissie onder leiding van KPN-topman Ad Scheepbouwer die eerder dit jaar de aanpak evalueerde. En als ze goed draaien, moet die periode met nog eens met vier jaar verlengd kunnen worden. Consistent overheidsbeleid is daarbij van het grootste belang, benadrukt hoogleraar Dankbaar die ook in Scheepbouwers commissie zat. Hij kan zich dan ook niet voorstellen dat het kabinet bij de komende heroverwegingen een streep door dit beleid zal zetten of gaat hakken in het budget. "Dat zou echt ongelooflijk dom zijn."
Voorwaarde is natuurlijk wel dat de sectoren er zelf ook wat van maken, zegt Dankbaar. Dat lijkt niet overal even goed te gebeuren. De creatieve industrie mag zich al vijf jaar sleutelgebied noemen, maar kende begin dit jaar nog steeds geen samenwerkingsorgaan dat de hele sector dekt. Van brede innovatieplannen was al helemaal geen sprake. Zonder snelle verbeteringen moest de sector maar van het lijstje afgevoerd worden, oordeelden Scheepbouwer en de zijnen streng. Zo kon de overheid laten zien dat de status van sleutelgebied niet vrijblijvend is. Het vrijkomende geld kon ze over de andere gebieden verdelen.
Out of the box
"Die gele kaart heeft de sector wakker geschud", zegt Geleyn Meijer, directeur strategie bij Logica Management Consulting. Hij is voorzitter van een werkgroep die vier maanden geleden werd opgericht om een innovatieprogramma voor de hele creatieve industrie te maken. Bedrijven en kennisinstellingen uit de wereld van design, architectuur en elektronische media zijn er bij betrokken. Dat het allemaal wat lang geduurd heeft, vindt hij niet vreemd. "Dit is een jonge sector zonder een echte samenwerkingscultuur. Bovendien hebben veel ondernemers juist als kenmerk dat ze out of the box willen denken, die willen helemaal niet zozeer als sector gezien worden." Dat vereist een andere aanpak waarvoor ondermeer een speciale website is gelanceerd waarop ondernemers hun ideeën kunnen presenteren. Op die manier moet het volgens Meijer lukken om voor eind januari een plan klaar te hebben.
"Er is daar de afgelopen maanden veel verbeterd", zegt woordvoerder Maria Henneman van het Innovatieplatform. Een afvoer van de creatieve industrie als sleutelgebied ziet ze dan ook niet snel gebeuren. Volgens haar is de kans groter dat er een nog een zevende sleutelgebied bijkomt. Begin december zal het Innovatieplatform zich buigen over een aanvraag van bedrijven en instellingen op het terrein van duurzame energie.
Sleutelgebieden op de goede weg
De sleutelgebiedenaanpak is bedacht door het Innovatieplatform dat het kabinet in 2003 installeerde met als opdracht om Nederland in de mondiale top-5 te krijgen op het gebied van hoger onderwijs, onderzoek en innovatie. Dit platform, waarin de overheid samenwerkt met het bedrijfsleven en kennisinstellingen, wees rond 2005 zes economische clusters aan waarin Nederland al goed presteerde en waarin het zich nog veel verder kon ontwikkelen. Bedrijven binnen deze sleutelgebieden kunnen steun krijgen van de overheid als ze samenwerken bij innovatieve projecten. In 2007 ging het daarbij om 86 miljoen euro aan subsidiegeld. Voor de periode tot 2012 is jaarlijks 100 miljoen gereserveerd. Aan de negen projecten die inmiddels van start zijn gegaan, doen zo'n 600 deelnemers mee (vooral bedrijven maar ook kennisinstellingen). Een onafhankelijke commissie onder leiding van KPN-topman Scheepbouwer die begin dit jaar de sleutelgebiedenaanpak evalueerde, concludeerde dat vijf van de zes op de goede weg zijn. Het sleutelgebied Creatieve industrie vertoonde nog te weinig vooruitgang.
www.innovatieplatform.nl
De zes sleutelgebieden
Bloemen en voedsel
Twee topsectoren op wereldschaal, maar met beperkte onderlinge verbindingen (alleen fundamenteel onderzoek)
Aandeel export: 20 procent
Werkgelegenheid: 600.000 mensen
Bedreiging: steeds meer concurrentie uit lagelonenlanden
Chemie
Economisch sterke sector, relatief weinig bedrijven, veel samenwerking
Jaarlijkse omzet: 40 miljard
Aandeel export: 20 procent
Werkgelegenheid: 75.000 mensen
Bedreigingen: opkomende chemiereuzen in verre oosten en krappe arbeidsmarkt
Water
Feitelijk drie subsectoren (zee, delta en water) die elk intern goed samenwerken maar onderling nauwelijks
Jaarlijkse omzet: 21 miljard
Aandeel export: 5,1 procent
Werkgelegenheid: 68.000 mensen
Bedreigingen: te weinig instroom vanuit onderwijs, tekortschietende kennis bij overheid
Creatieve industrie
Moeilijk af te bakenen sector waarin op sectorniveau amper wordt samengewerkt
Aandeel export: 3 tot 6 procent
Werkgelegenheid: onduidelijk maar minimaal 230.000 mensen
Bedreigingen: matige bescherming intellectuele eigendom en moeizaam contact met overheid
Hoog technologische systemen en materialen
Flink exporterende sector, intern goed georganiseerd, samenwerking met buitenwereld kan beter
Aandeel export: 15 procent
Werkgelegenheid: 328.000 mensen
Bedreigingen: onvoldoende gekwalificeerd personeel en sterk stijgende grondstofprijzen
Pensioenen en sociale verzekeringen
Gebied met beperkte economische omvang en weinig internationale slagkracht
Aandeel export: 0,3 procent (en dalend)
Werkgelegenheid: 98.300 mensen
Bedreigingen: sterk gericht op thuismarkt en weinig investeringen in R&D
Bron: eindrapport Commissie-Scheepbouwer over voortgang sleutelgebieden (januari 2009)
Jan Buevink
forum@vno-ncw.nl