27-03-2009 -
- Eindelijk een opvolger voor ORET
- Bedrijfsleven afhankelijker van overheden
- Evalueer aan het einde van dit jaar
Op 1 augustus 2007 werd de succesvolle ORET-regeling stopgezet. De regeling Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties (ORET) ondersteunde overheden in ontwikkelingslanden bij het opzetten van onder andere infrastructurele projecten die anders commercieel niet rendabel zouden zijn. In 2007 kwamen meer aanvragen binnen van bedrijven dan er geld was.
Na de protesten die opstaken, verklaarde Koenders dat hij een opvolger zou ontwikkelen. Die opvolger is er nu: de ORIO-regeling. Het is een regeling die door EVD wordt uitgevoerd en die meer recht doet aan de belangen van de ontvangende landen, zegt Koenders. Het subsidiegeld hoeft ook niet meer per se in Nederland te worden besteed.
Hoe de regeling er uit zou gaan zien, was al een paar maanden bekend. Hij zou voor veel minder landen gaan gelden dan de ORET en per land maar voor een paar sectoren. Over die landen- en sectorenlijsten is al veel gezegd, maar zij zijn het resultaat van een politieke keuze. Daar heb je het in de praktijk maar mee te doen.
Veel lastiger is dat de subsidieaanvraag nu afhankelijk is geworden van twee overheden: de Nederlandse en die van het land waar het project wordt uitgevoerd. Alleen overheden mogen namelijk subsidies aanvragen. Buitenlandse overheidsinstanties moeten dus goed weten dat de ORIO-regeling bestaat en ze moeten kennis en kunde hebben om die aanvraag goed in te vullen.
Het is onwaarschijnlijk dat zelfs een actieve ambassade de regeling goed voor het voetlicht kan brengen bij overheden in Sao Tomé, Mongolië of Ethiopië, om maar eens een paar landen te noemen. Dat maakt het voor ondernemers niet makkelijker.
In de praktijk betekent het dat bedrijven overheden op het pad van de subsidieregeling moeten zetten. Dan heb je het dus voornamelijk over bedrijven die al actief zijn in het betreffende land en de bureaucratische weg weten. Voor ontbrekende kennis en kunde in dat land staan de adviesbureaus al klaar, bleek op de gastenlijst van de ORIO-aftrap deze maand in Nootdorp.
Er is een paar lichtpuntjes: de ORIO-regeling richt zich op bedrijven in sectoren waar Nederland internationaal sterk is. En er wordt bij de aanvragen gekeken naar kwaliteit, niet naar de volgorde van binnenkomst of het bedrijf dat de laagste prijs biedt. Een goed Nederlands bedrijf heeft dus meer kans dan een
shabby buitenlands.
Maar als Koenders c.s. het echt goed voor hebben met het Nederlandse bedrijfsleven, gaan ze nu niet tevreden achterover zitten. De constructieve houding bij het ontwikkelen van de ORIO in het afgelopen jaar, moet gecontinueerd worden. Het is belangrijk dat er aan het einde van het jaar, na twee tenders, goed geëvalueerd wordt en knelpunten worden opgelost. Want als een regeling niet werkt, heeft ook een ontvangend land er niets aan.
www.vno-ncw.nl, dossier
buitenlandse handel en investeringen
forum@vno-ncw.nl