19-04-2012 -
- Nederland steeds beter als kennisland
- Topsectorenbeleid kan verdere impuls leveren voor onderzoek
- Overheid laat onderwijs en training voor volwassenen versloffen
Nederland doet het als kennisland steeds beter. Dat blijkt uit de KIA-foto, een analyse van zestig factoren die te maken hebben met onderzoek en onderwijs. Op heel veel punten gaat het goed. Het ondernemerschap blijkt steeds aantrekkelijker en steeds meer starters beginnen met iets innovatiefs. Wat zorgen baart is de schijnbaar lage prioriteit die de overheid toekent aan onderwijs. Goed onderwijs is wel de basis van een innovatieve kenniseconomie.
De KIA-foto is een tussenrapportage van de Kennis en Innovatie Agenda 2011-2010 (de KIA). Hierin werken dertig organisaties samen, waaronder VNO-NCW, FNV, TNO en de KNAW. Hun doel is om Nederland in de Top-5 van de kenniseconomieën te brengen. Nederland steeg onlangs een plek op de toonaangevende Global Competitiveness Index en staat nu op de zevende plaats. Deze ranglijst van het World Economic Forum meet jaarlijks de concurrentiepositie van ruim 130 landen.
Maar ondanks alle goede voornemens blijven de onderzoeksinvesteringen, belangrijk voor een kenniseconomie, achter bij de KIA-doelstellingen. Positief punt daarbij is het Topsectorenbeleid, waardoor het bedrijfsleven en onderzoeksinstituten beter kunnen samenwerken. Dat beleid staat te kort op de rails om veel impact te hebben op de KIA-foto. Nieuwe fiscale maatregelen kunnen verder voor een toename van vooral de private onderzoeksinvesteringen zorgen.
Het is niet verwonderlijk dat de KIA-organisaties ook bezorgd naar het onderwijsbeleid van dit kabinet kijken. De publieke investeringen in onderwijs zijn minder dan die van de Top-5 van kennislanden. Vooral onderwijs aan volwassenen wordt eerder ontmoedigd dan gestimuleerd met de langstudeermaatregel, het duurder maken van een tweede studie en het beperken van studiefinanciering voor groepen dertigplussers. Het KIA-rapport wijst er terecht op dat een topprestatie niet te realiseren is met een middelmatige inzet van middelen.