06-10-2011 - ‘Er is geen enkel land dat over de hele linie goed bezig is met zijn energie- en klimaatbeleid’, stelt Maria van der Hoeven. Maar dat zou wel moeten, vindt de nieuwe IEA-directeur. ‘We zetten veel in gang.’
Een kleine trap leidt naar de ingang onder straatniveau. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) zit weggedoken tussen de grote gebouwen aan de Parijse Rue de la Fédération. Om de hoek buiten raast het verkeer langs de Seine, maar binnen heerst een serene stilte.
Geen marmer, chique designmeubelen en kunst. Alles straalt soberheid uit.
Zelfs de kamer van executive director Maria van der Hoeven. Alleen het uitzicht op de Eiffeltoren is spectaculair. Sinds 1 september is ze onze vrouw in Parijs. De hoogste baas van de internationale organisatie die de bewezen voorraden fossiele brandstoffen bijhoudt. En die overheden gevraagd en ongevraagd advies geeft over hun energie- en klimaatbeleid.
Ze moet nog even wennen aan de Franse mores. ‘Ze lunchen hier elke dag buiten de deur. Zo inefficiënt.’ En ontvangsten van buitenlandse delegaties zal de oud-minister van Economische Zaken binnenkort ook in haar Parijse pied-à-terre moeten houden. ‘Dat is me als minister nog nooit overkomen. Aan huis, toe zeg.’ Maar los daarvan heeft ze enorm veel zin in haar nieuwe baan, zegt Van der Hoeven terwijl ze rustig in haar kopje cup-a-soup roert. ‘Een paar Nederlandse gewoontes hou ik er nog wel in hoor.’
Wat gaat de wereld ervan merken dat u nu de hoogste baas van het IEA bent?
‘Een van de belangrijkste doelstellingen van het Energie Agentschap is energievoorzieningszekerheid. Dat betekent dat ik me op de realisatie daarvan richt. En als we die zeker willen stellen, zal er meer diversificatie moeten optreden in energiebronnen. Ik zal dus niet nalaten er op te wijzen dat overheden zich meer en sneller moeten focussen op hernieuwbare energie, energie-efficiëntie en ontwikkeling van nieuwe technologieën. Als we er zeker van willen zijn dat we ook in de toekomst over voldoende energie beschikken, zal hernieuwbare energie een onderdeel moeten vormen van de energiemix. Naast olie, gas, kolen en kernenergie.’
‘Maar ik zal ook zorgen dat alle belangrijkste spelers op het gebied van energie betrokken worden bij het IEA. Producenten én consumenten. Nu is grofweg alleen de oude, rijke Westerse wereld lid (zie kader Wat is het IEA?). Maar we vormen geen eiland dat ongevoelig is voor invloeden van buitenaf. Een ramp in Fukushima of onrust in het Midden-Oosten heeft meteen consequenties voor de lidstaten. Een groeiende energievraag in China of India ook. We zullen dus moeten samenwerken.’
Dus over twee, drie jaar zijn China, India en Brazilië ook lid?
‘Nee, dat kan ik niet waarmaken. Ze zijn geen lid en dat worden ze voorlopig ook niet. Hoeveel energie ik daar ook in steek.’
Zoekt u daarover - net als uw voorganger Nobuo Tanaka - het conflict op?
'Dat heeft geen enkele zin. En bovendien, zo zit ik ook niet in elkaar. Er is een formele belemmering: om lid te worden van het IEA moet je lid zijn van de Organisation of Economic Cooperation and Development (OECD) en dat zijn de opkomende economieën niet. Los daarvan, willen ze het wel? Daar heb ik niets over te zeggen en dat accepteer ik.’
‘Mijn opdrachtgevers, dat zijn de 28 lidstaten van het IEA, willen niet dat ik ruzie maak. Niet met opkomende economieën, niet met de OPEC of met andere instituten. Dus dat doe ik ook niet. Ik geloof daar zelf ook niet in. Ik hecht aan goede relaties, wat ook weer niet betekent dat ik altijd op consensus uit ben. We hebben een eigen plek in de wereld, dus soms zul je je moeten manifesteren.’
Als opkomende economieën geen lid worden, is de rol van het IEA binnenkort toch gewoon uitgespeeld?
‘Laat ik het anders formuleren: als we er niet in slagen die landen erbij te betrekken, dan kunnen wij onze doelstelling niet halen. En die doelstelling is energievoorzieningszekerheid. Daar hebben we de opkomende economieën bij nodig, aangezien zij verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de extra vraag naar energie.’
Is ‘erbij betrekken’ voldoende?
‘Ja, dat denk ik zeker. We hebben er allemaal belang bij dat er bijvoorbeeld goede betrouwbare data beschikbaar zijn over de bewezen voorraden fossiele energie. Die zijn noodzakelijk om investeringsbeslissingen te kunnen nemen. We hebben ook allemaal belang bij energievoorzieningszekerheid en dan kun je maar beter samenwerken om dat ook daadwerkelijk te realiseren. We hebben elkaar nodig, elk uit eigenbelang. Maar met eigenbelang is niets mis.’
‘Ik heb zo’n twee weken geleden net een Memorandum of Understanding getekend met de Associatie van Zuidoost-Aziatische landen. Daarin hebben we afgesproken meer te gaan samenwerken bijvoorbeeld op het gebied van klimaatbeleid. Of bij het ontwikkelen van instrumenten om energie-efficiëntie te verbeteren of schone technologie in te voeren. Dat soort samenwerkingsverbanden hebben we ook met andere niet-lidstaten, zoals China, India en Rusland.'
Sinds het uitbreken van de financiële crisis zijn de verhoudingen in de wereld behoorlijk gaan schuiven. Hoeveel invloed heeft het IEA nog?
‘Onze data en statistieken over energievoorraden worden wereldwijd enorm gewaardeerd. Ze worden als betrouwbaar gezien. Het IEA maakt ook scenario’s om door te rekenen of de in Kopenhagen en Cancun gestelde doelen om klimaatverandering te beperken, worden gehaald. En welke keuzes er nodig zijn om die wel te halen. Ik merk dat daarvoor veel interesse bestaat. Die reputatie moeten we wel hoog houden.’
Maar als uw adviezen aan overheden over hun energie- en klimaatbeleid in de prullenbak belanden…
‘Ik kan niets afdwingen. Het IEA is een intergouvernementele organisatie en we hebben geen mogelijkheden om overheden te dwingen maatregelen wel of niet te nemen. Maar ik merk wel dat het helpt dat we gegevens publiek maken. Als we laten zien of een land zijn energievoorzieningszekerheid op orde heeft of niet. Hoever het is met zijn klimaatbeleid. Daarmee zet je ontwikkelingen in gang.’
Hoe merkt u dat dan concreet?
‘Het is niet altijd even zichtbaar, maar de effecten zijn er zeker. Kijk maar naar de ontwikkelingen in Australië, waar de overheid bezig is een systeem op te zetten voor handel in rechten op uitstoot van CO2. Ik zal niet zeggen dat dit alleen onze verdienste is, maar onze rapporten dragen er wel aan bij.’
Welke landen gedragen zich het meest voorbeeldig met hun energie- en klimaatbeleid?
‘Geen enkel land. Echt geen enkel. Daar kan ik heel simpel over zijn. De een is goed bezig op het ene gebied, de andere op het ander. Maar er is er niet een dat op alle punten goed scoort. De Amerikanen zijn heel goed bezig door onconventioneel gas, schaliegas dus, aan te boren. Maar daar staat tegenover dat er vragen zijn gerezen over de milieuaspecten rond die winning. De Noren en de Zweden zijn goed bezig met hernieuwbare energie en hebben een goed klimaatbeleid. Alleen kunnen zij hun energie-efficiency nog best een stuk verbeteren. Dus om nou prijzen uit te delen…’
Misschien zit een 10 er dan niet in, maar u heeft vast een groepje dat goed is voor een 8 of juist voor een 3.
‘Nee, nee, dat doe ik niet, cijfers uitdelen. Ik ben niet bezig met een ranking.’
Wat zijn uw belangrijkste kritiekpunten op het energie- en milieubeleid van het kabinet-Rutte?
‘Daar laat ik me niet over uit.’
U zult toch wel iets kunnen noemen?
‘De sterke punten waar dit kabinet op moet blijven inzetten, zijn wat mij betreft onder meer de waarborging van energievoorzieningszekerheid en de unieke positie van Nederland als het gaat om gas. De inzet op Nederland als gasrotonde is heel belangrijk. Daarnaast heeft Nederland kernenergie nodig om zijn milieudoelen te halen, want we zijn nog lang niet zover dat we de hele energievoorziening groen kunnen maken. Ook ondergrondse opslag van CO2 is om die reden ook nodig. Ik weet wel dat je daarmee het probleem niet echt oplost, omdat je de CO2 onder de grond stopt en niet voorkomt dat het wordt uitgestoten. Maar het is een techniek die echt nodig is om de klimaatdoelen te halen. Het kabinet zal er alleen nog een hele kluif aan hebben om het draagvlak daarvoor te verbeteren. Maar je kunt niet overal nee tegen blijven zeggen. Dat gebeurt nu wel in Nederland. Misschien helpt het als het IEA laat zien wat de effecten zijn als je daar niets mee doet. En dat is dan ook precies wat het IEA doet.’
De eurocrisis kon ontstaan door een gebrek aan een Europese economische regering. Bent u de vrouw die de positie van het IEA versterkt?
‘Dat kan ik wel willen, maar zo werkt het niet.’
Daar zult u toch wel eens van dromen, gezien de enorme problemen die op ons afkomen?
‘Ik droom van een heleboel dingen, maar daar niet van.’
Wat is het IEA?
Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) werd in 1974 opgericht als antwoord op de oliecrisis van 1973. Oorspronkelijke was de rol van het IEA om de lidstaten te helpen strategische olievoorraden op te bouwen om grote onderbrekingen in de olievoorziening te voorkomen in geval van een nieuwe crisis. Inmiddels is de taak van het IEA uitgebreid naar het verzekeren van betrouwbare, betaalbare en schone energie voor alle lidstaten en daarbuiten. De organisatie doet dit onder meer door meer diversiteit van de energiemix te promoten en de energiemarkt te verbeteren. Maar ook door de kennis over de mogelijkheden om klimaatverandering te beperken te vergroten.
Het agentschap geeft jaarlijks onder meer The World Energy Outlook uit. Die voor het jaar 2011 wordt 9 november gepresenteerd.
Australië, , België, Canada, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Japan, Korea, Luxemburg, Nederland, Nieuw Zeeland, Noorwegen. Oostenrijk, Polen, Portugal, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Turkije, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Zweden en Zwitserland zijn lid.
Wie is Maria van der Hoeven?
Namens het CDA was Maria van der Hoeven zeventien jaar lang gemeenteraadslid in Maastricht. Tot ze in 1991 werd gekozen als Tweede-Kamerlid. Elf jaar later trad Van der Hoeven als eerste vrouwelijke minister van Onderwijs toe tot het kabinet-Balkenende I. Ze bleef ook tijdens de kabinetten-Balkenende II en III minister van Onderwijs.
In het kabinet-Balkenende IV was Van der Hoeven minister van Economische Zaken. Kort voor de val van het kabinet-Balkenende IV maakte zij bekend na afloop van de regeerperiode uit de politiek te stappen.
Sinds 1 september dit jaar is Van der Hoeven (62) de nieuwe directeur van het Internationaal Energie Agentschap. Zij volgde de Japanneer Nobuo Tanaka op.
Jiska Vijselaar
vijselaar@vno-ncw.nl