29-10-2009 - Nederlandse bedrijven hebben de technologie in huis om bij te dragen aan een forse vermindering van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Moeten er tijdens de klimaattop van Kopenhagen nog wel even duidelijke afspraken worden gemaakt.
Als de politiek keuzes durft te maken is het klimaatprobleem snel opgelost. Die optimistische boodschap bracht de Nederlandse technologische industrie - vertegenwoordigd door brancheorganisatie FME-CWM – anderhalf jaar geleden al. Vijftien topondernemers paradeerden in Den Haag over een heuse catwalk om Kamerleden hun technologische hoogstandjes te showen. Hun boodschap: de kabinetsdoelstellingen voor 2020 op het gebied van energieverbruik, CO2-uitstoot en gebruik van duurzame energie kunnen veel eerder worden bereikt. En de technologie die bij Nederlandse bedrijven op de plank ligt, kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren. De bedrijven willen liever vandaag dan morgen aan de slag. Maar veel hangt af van de afspraken die worden gemaakt tijdens de klimaattop van Kopenhagen in december. Vijf ondernemers blikken vooruit.
www.1001klimaatoplossingen.nl
| Naam | Harry Verhaar |
| Bedrijf | Philips Lighting (Eindhoven) |
| Medewerkers | n.b. |
| Omzet | 7,106 miljard euro |
Product | LED-verlichting |
'Ambitieniveau mag wel wat hoger'
Kinderen hebben als ze naar school gaan een bepaalde timeline: een datum waarop ze iets gepresteerd moeten hebben, ze hebben een ambitieniveau dat ze moeten waarmaken én ze hebben een leerplan dat ervoor moet zorgen dat ze dat ook doen. We zouden het als ouders volstrekt onacceptabel vinden als ze daar luchtigjes mee zouden omgaan. Maar bij de aanpak van de wereldwijde klimaatdreiging doen wij als volwassenen precies dat, stelt Harry Verhaar, senior director Energy & Climate Change bij Philips Lighting.
"We zijn het nog niet eens over het jaartal waarop we een akkoord willen hebben of over het ambitieniveau. Laat staan dat we de weg om daar te komen, hebben ingevuld.We zijn als volwassenen wél de beheerders van deze planeet voor de volgende generatie. Laten wij ons daar dan ook naar gedragen."
De duurzame samenleving waar we naar toe moeten is geen straf, vindt Verhaar. Integendeel: hij heeft ontegenzeglijk aantrekkelijke kanten. Maar die moeten nadrukkelijker worden gecommuniceerd. Als dat gebeurt, komt het met de steun ervoor wel goed. Ook Philips speelt in dat proces een rol, stelt hij. Natuurlijk zijn er kansen voor het bedrijf; een versnelde verschuiving naar energiezuinige oplossingen dient ook bedrijfsbelang. "Maar we zien het als meer dan alleen een groeifactor." Als voorbeeld noemt hij de overeenkomst met de Verenigde Naties over het uitfaseren van gloeilampen en kerosinelampen in ontwikkelingslanden. Een vierjarig project. Gericht op het vooruithelpen van de economie. Maar ook op een verbetering van het klimaat en de gezondheid van mensen.
Verhaar benadrukt dat Philips ook 'in eigen huis' werkt aan verbetering. Bijvoorbeeld door de eigen gebouwen wereldwijd energiezuiniger te maken. "Omdat we vóór 2012 25 procent minder energie willen gebruiken." Hij vindt overigens dat ook de overheid zich van zijn goede kant zou moeten laten zien. Zij zou niet alleen ambities moeten tonen en wetgeving maken, maar ook moeten komen met concrete initiatieven.
Grootschalige renovatie van overheidsgebouwen, scholen, zou zo'n initiatief kunnen zijn. "Met dat laatste dien je meer dan een doel. Je bent met volgende generatie bezig en bereidt ook de werkenden van morgen op de juiste manier voor op die duurzame toekomst."
| Naam | Johan van Renselaar |
| Bedrijf | Brink Climate Systems (Staphorst) |
| Medewerkers | ruim 300 |
| Omzet | 54 miljoen euro |
| Product | verwarmings- en ventilatiesystemen |
'Export gebaat bij mondiale klimaatafspraken'
Strengere klimaateisen bieden ons volop kansen. Dat zegt Johan van Renselaar, algemeen directeur van Brink Climate Systems. Brink is gespecialiseerd in de regulering van het binnenklimaat in woningen: verwarming, ventilatie. Duurzame oplossingen, gericht op energiezuinige woningen. Eigenlijk niet verrassend dus dat hij het belangrijk vindt dat de top van Kopenhagen leidt tot regelgeving om bestaande woningen energiezuiniger te maken. Simpelweg omdat daar nog veel winst valt te behalen. "Het overgrote deel van de woningen, ik schat zo'n 90 procent, is in elk geval ouder dan tien jaar. Ook in Nederland. Daar is echt een enorme energiebesparing te realiseren. En daar kunnen dus heel grote stappen genomen worden wat betreft CO2-reductie."
Maar ook in de nieuwbouw ruikt hij kansen. Een van de trends van dit moment is het passief bouwen. Dat is een bouwwijze met optimale isolatie, die leidt tot een aanzienlijk lager energieverbruik: dat verbruik kan tot een kwart worden gereduceerd. "Wij hebben de apparatuur daarvoor in huis. Volop kansen voor business dus."
Van Renselaar pleit nadrukkelijk voor een grensoverschrijdende aanpak. "Het zorgt ervoor dat de klimaatoplossingen die we nu al in huis hebben, breder worden toegepast. Want zolang er geen dwingende regelgeving is, worden dit soort oplossingen toch vooral gekocht door mensen die het goed vinden voelen om ook wat aan het milieu te doen."
Als het in Kopenhagen komt tot wereldwijde afspraken, zou dat Brink in de kaart spelen. "Wij richten ons nu vooral op de Europese markt. Een écht mondiale aanpak van het klimaatprobleem, met duidelijke afspraken over energiebesparing, zou de kansen voor de export van duurzame technologie naar andere continenten absoluut vergroten. Wij zijn er klaar voor."
| Naam | Moritz Krijgsman |
| Bedrijf | Alewijnse Marine Technology (Nijmegen) |
| Medewerkers | 10 |
| Omzet | 1 miljoen euro |
| Product | brandstofcelboot |
'Strenge regels stimuleren ontwikkelingen'
Een aanzet tot strikte regelgeving gericht op een wereldwijde reductie van de CO2-uitstoot. Dat verwacht Moritz Krijgsman, directeur van Alewijnse Marine Technology, van de klimaattop in Kopenhagen. "Als het daarvan komt, wordt een aantal technieken die wij inmiddels operationeel hebben levensvatbaar."
Krijgsman noemt als voorbeeld de zero emission brandstofcelboot. Een boot die vaart op waterstof, geproduceerd uit windenergie. Het klinkt als toekomstmuziek, maar de werkelijkheid is anders. De brandstofcelboot die Alewijnse in samenspraak met de Amsterdamse rederij Lovers heeft ontwikkeld, maakt over enkele weken zijn eerste proefvaarten. "Je gelooft het misschien niet, maar de timing zo vlak voor de klimaattop is echt puur toeval."
Bijzonder aan dit project is dat het gaat om een toepassing in de mobiliteitssector. Daar is de brandstofcel nog een zeldzaamheid. Dat zou overigens snel kunnen veranderen, verwacht Krijgsman. "De techniek die we nu voor Lovers hebben uitgedacht, is ook geschikt voor bredere toepassing in de scheepvaart. Er wordt nu al gekeken naar de mogelijkheden van een emissieloze binnenvaarttanker.''
Er zal nog wel wat moeten gebeuren om het brandstofcel-initiatief écht vaart te geven, stelt hij. "Het is zaak dat in Kopenhagen, buiten allerlei globale doelstellingen, ook wordt gepraat over de totstandkoming van een energieketen. Een keten waarbinnen energie gewonnen via natuurlijke bronnen als zonnepanelen en windmolens, wordt opgeslagen in waterstofgas. Door te zorgen voor een wijd verbreid distributienetwerk, kun je het vervolgens overal tanken en dus gebruiken. En heb je zero emissie, waar je ook bent."
Alewijnse heeft inmiddels alweer nieuwe stappen gezet. Volgens Krijgsman zijn de klimaatdoelstellingen nu sterk gefocust op de langetermijneffecten van CO2-uitstoot. Terwijl er – zo blijkt onder meer uit recent TNO-onderzoek - nu al acute gezondheidsproblemen optreden als gevolg bijvoorbeeld de stikstofuitstoot van de scheepvaart. "We zijn nu op zoek naar mogelijkheden om dáár wat aan te doen."
| Naam | Meiny Prins |
| Bedrijf | Priva (de Lier) |
| Medewerkers | 400 |
| Omzet | 67 miljoen euro |
| Product | apparatuur voor klimaatbeheersing en procesbeheer |
'Er kan met bestaande techniek al zóveel'
We doen in Nederland ontzettend ons best om onze eigen duurzaamheidsdoelstellingen tegen te werken, verzucht Meiny Prins, directeur van Priva. "We bouwen kolencentrales op de Maasvlakte zonder écht na te denken over de effecten op de CO2-uitstoot, terwijl we wél de ambitie hebben om die CO2-uitstoot met 20 procent te reduceren in 2020."
Prins zou er wat voor over hebben als de klimaattop in Kopenhagen leidt tot haalbare, maar vooral ook ambitieuze doelstellingen. Want tot nu toe ontbreekt het daaraan, ook in Nederland. Jammer, vindt ze, want landen waar wél ambitie is getoond profiteren daar ook in economisch opzicht van.
Puur technisch gezien kunnen we al zoveel, stelt Prins. Maar we doen er gewoon nog te weinig mee. Soms werken we toepassing van nieuwe technieken zelfs tegen. Ze noemt als voorbeeld de gang van zaken rond warmtepompen. De Nederlandse bodem leent zich bij uitstek voor een grootschalige toepassing van dergelijke systemen voor klimaatbeheersing. Maar wet- en regelgeving gooit roet in het eten. En dan hebben we het nog niet gehad over de fiscale kant van de zaak. "Er wordt nu belasting geheven op die pompen, terwijl het gaat om een heel duurzame techniek. Dat is toch vreemd?"
Priva is actief in de markt van procesbeheersing. "We zorgen voor een prettiger klimaat op kantoor, een hogere productie van planten in de tuinbouwsector." Prins' bedrijf is het levend bewijs dat duurzaamheid geen softe business is. Er valt gewoon geld mee te verdienen. "Energie-efficiency is ons bestaansrecht; we zijn er constant mee bezig."
Het kweken van begrip voor duurzaamheid, dáár gaat het nu vooral om. Volgens Prins is dat een kwestie van kennisuitwisseling. In het eigen bedrijf gebeurt dat al langer – en op grote schaal. "We investeren ongelofelijk veel tijd in het overbrengen van kennis. Dicht bij huis, maar ook ver weg. Bijvoorbeeld in China, waar we mensen duidelijk maken hoe je voedsel op een veilige manier kunt produceren met een minimaal gebruik van water. "
De mensen moeten in beeld krijgen wat er allemaal mogelijk is, stelt ze. "De vraag naar duurzame technologie komt dan vanzelf."
| Naam | Peter Jongenotter |
| Bedrijf | Itho (Schiedam) |
| Medewerkers | 185 |
| Omzet | 50 miljoen euro |
| Product | apparatuur voor klimaatbeheersing |
'Mondiale crisis komt slecht uit'
Hij vindt het moeilijk zich een duidelijk beeld te vormen van de politieke stand van zaken. Maar Itho-directeur Peter Jongenotter heeft wél het gevoel dat er een verandering in de lucht zit. "Nu er in Amerika een nieuwe wind waait, zouden we met onze Europese ambities op het gebied van CO2-reductie wel eens vastere voet aan de grond kunnen krijgen."
Wat de prille positieve ontwikkeling tegenwerkt is de mondiale crisis. Het betekent dat er minder geld beschikbaar is voor leuke dingen, constateert hij. "We zullen de zaak vanuit een pragmatische hoek moeten benaderen. De oplossing zal vooral gezocht moeten worden in initiatieven die onmiddellijk werkgelegenheid bieden en geld opleveren."
Jongenotter schat dat de gebouwde omgeving - woningen, bedrijven, ziekenhuizen en dergelijke - in Europa goed is voor grofweg eenderde van de totale CO2-emissie. Waar het gaat om nieuwbouwwoningen is Nederland ver gevorderd met beperking van die emissie. "We mogen ons daarin gerust een gidsland noemen."
Hij omschrijft de concurrentie in zijn markt als stevig, vooral nationaal. "Maar we hebben elkaar daardoor wel naar een hoger niveau getild. Als we met de producten die daaruit zijn voortgekomen, vastere voet aan de grond krijgen in het buitenland, hebben we nog een heel mooie markt voor ons liggen."
Jongenotter zou het prachtig vinden als een spin-off van de klimaattop zou zijn dat Nederland zichzelf weer even profileert. De boodschap brengt dat we het qua klimaattechnologie "eigenlijk wel het beste voor elkaar hebben, misschien wel van het Noordelijk halfrond." En dat het de moeite loont om eens te kijken wat we voor elkaar kunnen betekenen. Maar hij benadrukt dat zo'n initiatief niet iets is voor Itho alleen; het zal vanuit een collectief van bedrijven moeten komen.
De eerste stappen op dit vlak zijn inmiddels gezet. Een groep Nederlandse bedrijven bewerkt op dit moment de Duitse markt met energiezuinige ventilatiesystemen. "Het zou natuurlijk mooi zijn als in Kopenhagen trotse politici rondlopen die kunnen vertellen hoe wij het in Nederland voor elkaar hebben. Ik hoop echt dat dit gebeurt."
| Naam | Henk Roelofs |
| Bedrijf | Solland Solar (Heerlen) |
| Medewerkers | 270 |
| Omzet | 126 miljoen euro |
| Product | zonnecollectoren |
'Nederland moet zich spiegelen aan andere landen'
Zonnecellen hebben de toekomst. Dat betekent niet dat de sector geen steuntje in de rug kan gebruiken, stelt Henk Roelofs, directeur van Solland Solar. Hij hoopt dat in Kopenhagen afspraken worden gemaakt die leiden tot "een substantiële groei van de vraag naar zonnecellen."
Fossiele energiebronnen raken op. Zonne-energie kan een aanzienlijk deel van het gat opvullen dat daardoor dreigt te ontstaan. Maar die ontwikkeling vraagt wél om duidelijk beleid voor de langere termijn, vindt Roelofs. Er moeten maatregelen worden genomen die niet alleen zijn gefocust op vandaag, morgen of overmorgen. Maar die in lijn zijn met wat er over tien, twintig of dertig jaar moet gebeuren.
Er is al veel bereikt, zegt hij. "De kosten van energieopwekking uit zon en uit fossiele energiebronnen komen steeds dichter bij elkaar. Dat is uiteindelijk goed voor de branche."
Hoewel de zonne-energie-industrie de afgelopen jaren snel is gegroeid, kan deze nog wel een steuntje in de rug gebruiken. "De aanleg van grote zonneparken valt of staat bij de mogelijkheden om ze financieren. Maar ook stimulerende regelingen voor eindgebruikers zijn van belang. Zij zouden een positief effect hebben op de afzet van zonnecellen in Nederland."
Roelofs vindt dat Nederland zich zou moeten spiegelen aan andere Europese landen, zoals Duitsland en België. Daar hebben ze bijvoorbeeld een solide regeling voor de teruglevering van stroom aan het net. "Daar draait het om: mensen moeten de zekerheid hebben dat ze hun investering kunnen terugverdienen."
Maar ook op het gebied van subsidieregelingen zou het wel beter kunnen, oordeelt hij. "De meest recente Nederlandse regeling (Stimulering Duurzame Energieproductie, red.) was wel weer erg snel uitgeput. Zoiets leidt ertoe dat de afzet op onze thuismarkt beperkt blijft. Gelukkig hebben we veel buitenlandse klanten, waardoor we kunnen meeprofiteren van de regelingen daar. "
Roelofs sluit zelfs zakendoen met derdewereldlanden niet uit. "Ik zie daar zeker exportkansen als daar fabrieken voor zonnepanelen worden opgezet – al dan niet met Nederlandse ontwikkelingshulp.
Frank den Hoed
hoed@vno-ncw.nl