18-05-2012 - Nog een maand en dan is duidelijk of de vakbeweging zich echt opnieuw heeft uitgevonden. Jetta Klijnsma maakte samen met haar vier collega-kwartiermakers de ‘blauwdruk’ voor De Nieuwe Vakbeweging. ‘Het risico is dat de vakbeweging fragmenteert.’
De soeppan staat er nog. Samen met de restjes van de maaltijd en de vieze vaat. Tweede-Kamerlid Jetta Klijnsma (PvdA) heeft net haar eerste vergadering ná de presentatie van de plannen voor De Nieuwe Vakbeweging (DNV) op 1 mei achter de rug. Ze roezemoezen nog een beetje na, maar daarna verlaten de mensen achter die plannen, de Kwartiermakers, een voor een het zaaltje.
Als alles volgens plan gaat, wordt op 23 juni de erfopvolger van FNV opgericht. Voor 1 juni mogen de besturen en de leden van de bonden hun mening geven over de ‘blauwdruk’ die Klijnsma en haar Kwartiermakers maakten (zie kader Hoe ziet De Nieuwe Vakbeweging er straks uit?). De eerste reacties zijn binnen en vooral negatief. AbvaKabo vindt de plannen vooralsnog volstrekt onvoldoende. Bondgenoten formuleert het positiever, maar heeft eigenlijk het zelfde idee. Ze zijn bang dat ze hun macht verliezen als ze moeten opsplitsen in kleinere bonden. En ze vrezen dat door versnippering en onderlinge concurrentie een zwakke DNV overblijft. Gaat De Nieuwe Vakbeweging er dan wel komen nu de grootste bonden van FNV zoveel bezwaren hebben?
Mevrouw Klijnsma, durft u nog een kist wijn te zetten op een goede afloop op 23 juni?
‘Wat de uitkomst ook is, het is altijd een uitkomst.’
U bedoelt: succes is niet verzekerd?
‘De vakbonden hoeven zich niet onmiddellijk aan te sluiten bij De Nieuwe Vakbeweging. Als ze zich niet of onvoldoende herkennen in de plannen, dan is dat zo. Maar dan hebben de bestuurders wél iets uit te leggen aan hun achterban. Die zal dat niet begrijpen.’
Kennelijk hebt u de grootste vakbonden nog niet kunnen overtuigen.
‘Daar sta ik ook niet van te kijken, eerlijk gezegd. Als je bedenkt dat de vakbeweging in december zo’n beetje was ontploft door onenigheid over het pensioenakkoord dat Agnes Jongerius met werkgevers sloot, dan kun je niet verwachten dat de bonden een paar maanden later allemaal staan te juichen.’
‘Dus ja, ik had kritiek verwacht en ik had deze kritiek verwacht. Wat me wel verwondert, is dat ze meteen gaan onderhandelen. Dat is hun natuur blijkbaar, maar ik ben door henzelf aangesteld. Dus hoezo onderhandelen?’
Is er wel een alternatief?
‘Er is altijd een alternatief voor wat wij hebben bedacht. Het niet geringe risico is dat de vakbeweging fragmenteert. Dan heeft de vakbeweging geen positie meer aan de onderhandelingstafel, en laat je werkgevers en de overheid de agenda bepalen. Ik denk dat je dat niet moet willen. En het is ook niet in het belang van werknemers én werkgevers als de vakbeweging op zijn rug ligt.’
Henk van der Kolk, voorzitter van Bondgenoten, zei vorige week dat de vakbeweging werkgevers geen groter plezier kan doen dan zich nu in een tijdrovend reorganisatieproces te storten. Wordt dat inderdaad zo gevoeld? Dat werkgevers in hun vuistje zouden lachen?
‘In de gesprekken die ik de afgelopen maanden op de werkvloer heb gevoerd, heb ik dat vaak gehoord. Er is ook een zekere frustratie ontstaan bij de vakbeweging, omdat ze blijkbaar steeds het gevoel hebben gehad dat ze met halflege glazen van de onderhandelingstafel kwamen. Dat ze achteruit aan het onderhandelen waren: niet iets erbij onderhandelen voor je leden, maar erger voorkomen.’
Heeft de vakbeweging dat dan niet aan zichzelf te wijten?
‘Het onduidelijke mandaat waarmee Agnes Jongerius op pad moest, heeft zeker niet geholpen om haar een sterke onderhandelingspositie te geven. Maar je moet ook zorgen dat aan het einde van de rit iedereen met een opgeheven hoofd terug kan naar zijn achterban. Dat iedereen tegen de eigen achterban kan zeggen: ‘Kijk, ik heb er keihard voor geknokt en dit voor je bereikt.’ Blijkbaar is dat te weinig gebeurd de afgelopen jaren. Het is wel belangrijk daar oog voor te hebben. Hoe dapper het is om telkens met een hele moeilijke boodschap terug te moeten naar je leden.’
Werkgevers hebben belang bij een sterke counterpart. Gaat die er nu komen?
‘Dat is wel te hopen. Als ons voorstel wordt gevolgd, staat er straks een bond met een Ledenparlement, een rechtstreeks gekozen voorzitter met een duidelijk mandaat. Dan kan de vakbeweging weer mede de agenda bepalen. En worden werkgevers en werknemers niet links en rechts gepasseerd door de politiek zoals dat nu met het Kunduz-akkoord is gebeurd.’
‘Het schiet niet op als de vakbeweging met negentien monden spreekt. Maar ik weet natuurlijk niet of iedereen zich straks aansluit bij De Nieuwe Vakbeweging.’
Juist in deze tijd is er toch behoefte aan een sterke polder? Werkgevers én werknemer staan voor de opgaaf de Nederlandse economie weer aan de praat te krijgen.
‘Dat is ook zo. Nu is het aan de bonden of ze er samen uitkomen. Ik hoop dat iedereen zich uiteindelijk senang kan voelen bij ons plan voor een nieuwe vakbeweging.’
Durft u nu een kist wijn te zetten op een goede afloop?
‘Een goede afloop is niet per se dat iedereen roept: ‘Joho, wat een geweldig plan.’ Dan zou ik wel een heel opgewekt wereldbeeld hebben.’
Wat is de ondergrens? Wanneer is het een succes?
‘Daar geef ik geen antwoord op. Als je weet waar de vakbeweging vandaan komt, dan is het al heel wat dat we het voor elkaar hebben gekregen dat bestuurders, medewerkers van bonden en leden weer met elkaar in gesprek zijn.’
Hoe ziet De Nieuwe Vakbeweging er straks uit?
Als het aan Jetta Klijnsma en haar vier collega-kwartiermakers ligt, krijgen leden van De Nieuwe Vakbeweging straks meer te zeggen. Zo stelt Klijnsma voor dat leden voortaan zelf gaan bepalen hoe zij zich organiseren. Dat kan naar sector, vak of beroep. Of naar naar doelgroep. In de praktijk zal dat betekenen dat bonden zoals FNV Bondgenoten uit elkaar vallen in kleinere sectorbonden.
Daarnaast stellen de kwartiermakers voor een Ledenparlement op te richten dat honderd zetels telt. Die zetels kunnen worden bezet door de voorzitters van de bonden. Elke zetel staat in beginsel voor circa vijftienduizend leden. Het gewicht van één bond kan nooit uitstijgen boven 16 procent van het parlement.
De voorzitter wordt voortaan rechtstreeks door de leden gekozen als het aan de kwartiermakers ligt. Hij of zij wordt bijgestaan door het dagelijks bestuur (vier leden). De ‘gewone’ leden van het dagelijks bestuur worden door het parlement gekozen.
www.kwartiermakersvakbeweging.nl
Jiska Vijselaar
vijselaar@vno-ncw.nl