02-10-2008 - Het is makkelijker geworden voor bedrijven om kenniswerkers uit het buitenland te halen, maar dat geldt niet voor alle categorieën hoogopgeleide werknemers. De strijd tegen de ambtelijke molens duurt voort. "Er is een fundamenteel wantrouwen tegen buitenlanders."
Op papier is de kennismigrantenregeling van 2004 een gouden zet. Bedrijven kunnen hooggekwalificeerde werknemers die ze binnen de Europese Unie niet kunnen krijgen, versneld uit andere landen halen. In de praktijk werkt de regeling ook wel zo, maar in het proces van aanvraag tot toekenning duiken er allerlei hindernissen op. Als gevolg daarvan vallen bepaalde categorieën kennismigranten nog steeds tussen wal en schip. Tot grote frustratie van henzelf en hun (potentiële) Nederlandse werkgevers.
Alex Koers, directeur van Microflown Technologies, schudt zo een paar voorbeelden uit zijn mouw. Het bedrijf maakt sensoren voor onder meer de geluidmeting bij voertuigen. "We zitten in een niche van de markt. Dat betekent dat we moeten samenwerken met buitenlandse partijen. Die sturen hun mensen hierheen om te kijken wat ze met onze technologie kunnen doen", zegt Koers.
Regelmatig krijgt hij het verzoek van studenten of pas afgestudeerden om stage te mogen lopen bij het bedrijf. "Tijdens een handelsmissie in China kwam ik in contact met de moeder van een jongen die in Engeland net was afgestudeerd in luchtvaarttechnologie. Hij wilde graag stage bij ons komen lopen. Toen is me letterlijk door een medewerker van de IND (Immigratie- en NaturalisatieDienst, red.) gezegd: ‘Die Chinezen komen het land niet in’."
Als een hoogopgeleide buitenlander, bijvoorbeeld een student uit India, het land wél in mag, is dat onder heel andere voorwaarden dan bedrijven in gedachten hebben. Koers: "Je staat vaak voor een dilemma. Regel je niks voor zo iemand, dan zien ze hem als zwerver en wordt hij niet toegelaten. Zorg je voor huisvesting, dan wordt hij beschouwd als werknemer en krijg je meteen de discussie over verdringing op de arbeidsmarkt. Terwijl wij hem gewoon als stagiaire zien. Via werkgeversorganisaties en het ministerie van Buitenlandse Zaken hebben we in dit geval de IND en het CWI (Centrum voor Werk en Inkomen, red.) toch nog op andere gedachten kunnen brengen."
Klein kind
Ook aan de opstelling van de Belastingdienst kan hij zich storen. Bijvoorbeeld als hij een sofi-nummer voor zijn buitenlandse stagiaire nodig heeft en hem "als een klein kind" wordt verteld dat er een stempel ontbreekt op het aanvraagformulier. Uiteindelijk kwam het sofi-nummer pas na zeven weken, terwijl de stage zelf maar drie maanden duurde. "Misschien is een stagiaire uit India niet beter gewend, maar dit hoort niet bij het Manhattan aan de Maas dat Nederland wil zijn."
Dezelfde frustratie is te bespeuren bij Jan Zeinstra, directeur-eigenaar van de Wilaard Groep in Leeuwarden, producent van stalinrichtingen voor de veehouderij. Het bedrijf heeft een vestiging in Rusland en kent daarom een intensieve uitwisseling van personeel over en weer. Nederlandse werknemers gaan naar Rusland om kennis over te dragen, Russische werknemers komen hierheen om kennis en ervaring op te doen. Maar sta je als buitenlander achter een machine in Nederland, ook al is het om te leren, dan ben je in de ogen van de wetgever een werknemer met recht op een Nederlands salaris, en moet je voldoen aan allerlei visumverplichtingen, aldus Zeinstra.
"Dat is idioot, en dat doen wij dus niet", zegt hij. "Dan zouden wij twee keer salaris betalen, want het salaris in Rusland loopt gewoon door. Als we dat doen, willen alle Russische werknemers hierheen. En dat kan toch niet de bedoeling zijn van de regelgeving." Zeinstra wil in dit soort gevallen - "gewoon een incompany stage" - huisvesting, onderhoud en onkosten voor zijn rekening nemen.
Net als Alex Koers maakt Jan Zeinstra sterke staaltjes mee in zijn omgang met de instanties. Het management van de Russische vestiging komt elk kwartaal rapport uitbrengen in Leeuwarden. Tijdens een van die vergaderingen stond ineens de Vreemdelingenpolitie op het terrein. Of de Russen zich konden identificeren. "Pure staatsterreur", zegt Zeinstra. "Terwijl wij nooit problemen hebben als wij naar Rusland gaan."
Werkgevers die met deze problematiek worstelen, zien zich soms gedwongen 'illegale' wegen te bewandelen. Dan wordt een buitenlandse stagiaire bijvoorbeeld op een toeristenvisum naar Nederland gehaald en staat hij onverzekerd, want illegaal, achter de machine. Daar zijn werkgevers zelf ook niet blij mee, maar een alternatief zien ze niet. Alex Koers: "Ik wil graag een citizen of the world zijn, maar dat is moeilijk als er zo'n fundamenteel wantrouwen tegen buitenlanders is."
De Blauwdruk van Albayrak
Eind oktober praat de Tweede Kamer over de ´Blauwdruk modern migratiebeleid´ van staatssecretaris Albayrak. Aan de orde komen onder meer de uitvoeringsproblemen die er nog steeds zijn rond de kennismigrantenregeling. Albayrak heeft in de blauwdruk enkele procedurele verbeteringen opgenomen. Zo zal de verblijfsvergunning minder vaak gewijzigd of verlengd hoeven te worden. De aanvraag van de Machtiging Voorlopig Verblijf en van de Verblijfsvergunning worden geïntegreerd. En er komt een talentenregeling voor buitenlandse afgestudeerden, die hier een jaar lang mogen proberen een baan te vinden of een bedrijf te starten. Voor de problemen met buitenlandse stagiaires en uitwisselingen is nog geen oplossing. De Sociaal-Economische Raad heeft eerder geadviseerd om in dit soort gevallen de procedure te beperken tot een meldingsplicht voor bedrijven.
Paul Scheer
forum@vno-ncw.nl