30-06-2005 - De biotechnologie lijkt in ons land na jaren weer de ruimte te krijgen. Maar is de verandering groot genoeg om de sector in Nederland terug op de kaart te krijgen?
"Stop het zaaien van verderf." Een klein groepje actievoerders van ASEED Europe, XminY Solidariteitsfonds en Respect voor Dieren stond op 16 juni gehuld in zwarte capes met zeis en bak 'gen-zaaigoed' in de hand bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) op de stoep. De actievoerders uitten hun ongenoegen over de Nederlandse koers op het gebied van biotechnologie. De organisaties waarschuwden voor de vermeende risico's van het naast elkaar laten bestaan van 'gewone' en genetisch gemodificeerde gewassen. Maar dergelijke proteststemmen behoren de laatste tijd tot de uitzonderingen. Het klimaat voor biotechnologie in Nederland lijkt ten goede gekeerd.
De brede steun die zich in de Tweede Kamer aftekent voor de teelt van genetisch gemodificeerde gewassen - de meest bekritiseerde vorm van biotechnologie (zie kader Rood, groen en wit) - toont aan dat de politiek biotechnologie in ons land weer de ruimte wil geven. Maar niet alleen de politiek is aanzienlijk milder gestemd dan enkele jaren geleden. Ook met de publieke opinie lijkt het wel goed te zitten.
Nederlanders maken zich van alle Europeanen het minst druk over voedsel met genetisch gemodificeerde bestanddelen, blijkt uit onderzoek uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie. Slechts 30 procent van hen zegt te geloven dat aan dat soort voedsel een gezondheidsrisico kleeft. Nederland heeft daarmee een 'voortrekkersrol', want in de hele Europese Unie is meer dan de helft van de consumenten bevreesd voor een gezondheidsrisico.
Rob Janssen, directeur van de Nederlandse Biotechnologie Associatie (Niaba), is tevreden over de kentering in de houding ten opzichte van biotechnologie. "Vijf jaar geleden was biotechnologie not done. De houding is sinds dat moment absoluut ten goede veranderd. Inmiddels is Nederland binnen Europa verworden tot een van de minst slechte landen voor biotechnologie. Maar ten opzichte van de Verenigde Staten en in toenemende mate Azië doet Europa - en in het verlengde daarvan Nederland - het nog steeds niet goed."
Paradox
De redenen daarvoor zijn divers, maar daardoor niet minder hardnekkig. Zo kampt Nederland met de paradox dat we sterk zijn in wetenschappelijk onderzoek, maar vaak niet in staat blijken om die kennis te vertalen in concrete producten en toepassingen. Janssen vindt dat er veel meer kan worden gehaald uit kennis die beschikbaar is bij wetenschappelijke instellingen. "Er worden onvoldoende patenten aangevraagd op wetenschappelijke vindingen en het is moeilijk om als wetenschapper een eigen bedrijf te starten." Nederlanders zijn redelijk ondernemend, maar in de Verenigde Staten gaat het ondernemerschap aanzienlijk verder. Daar is het heel normaal dat een hoogleraar in een eigen bedrijf actief aan productontwikkeling doet.
In de States wordt biotechnologie gezien als iets waardevols dat nuttig kan worden ingezet. Er wordt ook veel duidelijker gekeken naar de feitelijke risico's die de technologie met zich meebrengt. Dit vanuit de gedachte dat geen enkele ontwikkeling helemaal zonder risico is. "Uitbannen van risico's, wat hier nog te veel gebeurt, zet de rem op innovatie", aldus Janssen.
Biotechnoloog Wiel Hoekstra, directeur van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), wees er op 22 juni tijdens de viering van het dertigjarig jubileum van de Commissie Genetische Modificatie (Cogem) op dat de risico's van genetische modificatie op basis van de snel toenemende kennis over biotechnologie steeds beter zijn in te schatten. "Maar die ontwikkeling is volledig voorbij gegaan aan de overheidsregels voor innovatief biotechnologisch onderzoek."
Die overheidsregels vormen de tweede belangrijke reden waarom de biotechnologie in Nederland in vergelijking met de Verenigde Staten nog altijd met de handen op de rug moet proberen te innoveren. De sector heeft dringend behoefte aan eenduidig, niet-belemmerend overheidsbeleid. En daaraan heeft het in het recente verleden ontbroken. De gang van zaken rond de vertaling van de Europese octrooirichtlijn in nationale wetgeving is daarvan een treffend voorbeeld. Door de leidende rol van Nederland in het verzet tegen de richtlijn, werd ons land lang beschouwd als niet-betrouwbare partner.
Stap vooruit
Gelukkig is de stemming inmiddels ten goede gekeerd. Dat erkent ook Janssen (Niaba). Op het terrein van wet- en regelgeving zijn inmiddels de nodige successen geboekt. Zo is het plan voor een importtoets voor genetisch gemodificeerde dieren van tafel vanwege de overlap met andere wetgeving (Wet op de dierproeven). En een aantal Kamerfracties streeft ernaar de bestaande proefdierwetgeving in elkaar te schuiven. Dat zou voor de biotechnologie-industrie een grote stap vooruit betekenen. Janssen waarschuwt echter dat het tempo van de verbeteringen verder omhoog moet om de huidige positie van Nederland vast te houden en te verstevigen. Er vertrekken wel minder ondernemingen uit ons land (en uit heel Europa), maar stopgezet is die ontwikkeling nog niet.
Het is belangrijk voor de ontwikkeling van (in ieder geval een deel van) de Nederlandse biotechnologiesector dat de teelt van genetisch gemodificeerde gewassen mogelijk wordt gemaakt. Even zag het er naar uit dat wetgeving die dit regelt er op korte termijn zou komen. De biotechnologiesector, LTO Nederland en de biologische sector – samengebracht in de commissie-Van Dijk – sloten vorig jaar een akkoord over de voorwaarden aan de teelt van genetisch gemodificeerde gewassen. Maar vorige week trok de biologische sector hier alsnog de stekker uit. De sector vindt dat de invoering van genteelt toch nog met meer voorzorgen moet worden omgeven. Dit om de traditionele teelt niet in gevaar te brengen.
Op verzoek van minister Veerman gaan de betrokken partijen nu alsnog proberen de open eindjes aan elkaar te knopen. Een lichtpuntje is er wel: de Tweede Kamer is in meerderheid voor de teelt van gengewassen.
Behalve wetgeving blijft ook de financiering van biotechnologiebedrijven een probleem. In de VS is de bereidheid tot investeren in biotechnologie veel groter. Het zou voor durfinvesteerders in Nederland aantrekkelijker gemaakt moeten worden om geld te steken in biotechondernemingen. Maar ook voor bedrijven die zelf de broek proberen op te houden, zouden regelingen mogelijk moeten zijn. Joost Holthuis, ceo van biotechnologiebedrijf OctoPlus, noemt als voorbeeld een vrijstelling van de betaling van loonbelasting. En grote bedrijven zouden moeten worden gestimuleerd om samen te werken met kleine bedrijven.
De overheidssteun via het subsidieprogramma BioPartner heeft geleid tot een forse groei van het aantal biotech-bedrijven in Nederland. Maar het blijkt voor de veelal kleine en middelgrote bedrijven moeilijk om door de kritische eerste periode heen te komen. Holthuis (OctoPlus): "De BioPartner-steun had een reikwijdte van vier jaar, terwijl de time to market vaak tussen de vijf en tien jaar ligt. In een land als Frankrijk wordt daar meer rekening mee gehouden."
Tenslotte kan ook de interactie tussen bedrijven en kennisinstellingen beter. Holthuis pleit voor een subsidie op samenwerking met kennisinstellingen. Biotechnologiebedrijven zouden bovendien een betere toegang moeten krijgen tot wetenschappelijke kennis en ervaring.
Voor een sector die de laatste tien jaar veel klappen heeft moeten incasseren, is het van groot belang dat er nu op verschillende fronten flinke stappen worden genomen. Of zoals Feike Sijbesma, lid van de raad van bestuur van DSM, het onlangs treffend in een interview in Elsevier verwoordde. "We kunnen in bepaalde industriesectoren niet goed meer concurreren. De consequentie is dat we ons op een of andere manier moeten onderscheiden van China en India. Daartoe zijn niet heel veel mogelijkheden. Biotech is er een van. Als we die kans niet grijpen, vrees ik voor de toekomst van Europa." Duidelijker kan de boodschap niet zijn.
'Ondanks problemen gewoon doorgaan'
| Naam | Harry Jasken |
| Bedrijf | Avebe, Veendam |
| Opgericht | 1919 |
| Aantal werknemers | 1.300 (Nederland) |
| Omzet | 700 miljoen euro |
"Er is een kentering gaande. Het grote publiek staat positiever tegenover biotechnologie dan een aantal jaren geleden. Maar tegelijkertijd is sprake van een verharding in de opstelling van de echte tegenstanders. De afgelopen twee jaar zijn regelmatig proefvelden met genetisch gemodificeerde aardappelen van Avebe vernietigd. Probleem is dat de tegenstanders ervoor gekozen hebben deels ondergronds te gaan. Dat maakt een open dialoog moeilijk. In samenspraak met de autoriteiten bekijken we hoe we onze proefvelden beter kunnen beschermen. Gelukkig hebben we op dat vlak inmiddels vooruitgang geboekt. Moest in het recente verleden de locatie van de velden nog nauwkeurig worden beschreven, nu volstaat een 'ruimere' omschrijving. Het betekent een verbetering, maar is niet afdoende. De problemen met de proefvelden weerhouden ons er overigens niet van om verder te gaan met ons onderzoek. De stap naar commerciële teelt laat nog zeker tot 2008 op zich wachten. Het is nu zaak eerst het proeftraject succesvol af te ronden."
'Biotech in farma gelukkig geaccepteerd'
| Naam | Joost Holthuis |
| Bedrijf | OctoPlus, Leiden |
| Opgericht | 1995 |
| Aantal werknemers | 105 |
| Omzet | 7 miljoen euro |
"OctoPlus ontwikkelt en produceert geavanceerde technologie voor de toediening van geneesmiddelen. We zijn actief in de biotechnologiesector, hoewel ik zelf liever spreek van
life sciences. Het is inmiddels zo'n breed gebied dat de oude benaming de lading niet meer dekt. We halen meer dan 90 procent van onze omzet buiten de landsgrenzen, doen wereldwijd zaken. In de nabije toekomst komt het accent van onze activiteiten te liggen op Noord-Amerika. Vreemd is dat niet: het is de markt waar de meeste nieuwe geneesmiddelen worden ontwikkeld. We hebben net een tweede financieringsronde achter de rug. Daarin hebben we 19 miljoen euro opgehaald door vijf internationale partijen voor een investering in ons bedrijf te interesseren. Dat we in de farma-hoek opereren is een groot voordeel. Het is geaccepteerde technologie, iedereen staat achter producten die van pas komen voor de gezondheid. Ook qua regelgeving zitten we in de goede hoek. Ik zie de toekomst voor ons bedrijf dan ook met vertrouwen tegemoet. We hebben nu 105 man aan het werk; de komende jaren verwachten we door te groeien naar 150 medewerkers."
Aantal Europese biotechnologiebedrijven (2003)
| 1. Duitsland | 525 |
| 2. Verenigd Koninkrijk | 455 |
| 3. Frankrijk | 225 |
| 4. Nederland | 119 |
| 5. Zweden | 108 |
| 6. Denemarken | 100 |
| 7. Zwitserland | 97 |
| 8. Spanje | 71 |
| 9. Finland | 64 |
| 10. België | 54 |
Bron: Critical 1 Limited
Rood, groen en wit
Biotechnologie is het gebruik van organismen of onderdelen van organismen in technische processen. Binnen de technologie worden drie 'categorieën' onderscheiden. Rode biotechnologie omvat alle toepassingen op medisch gebied. Bij witte biotechnologie draait het om processen die (petro)chemische productie vervangen, terwijl het bij groene biotechnologie gaat om agrarische toepassingen.
www.niaba.nl
www.europabio.org
www.ey.com
Frank den Hoed
forum@vno-ncw.nl