01-12-2011 -
- Klimaatdoelen Atsma zijn ambitieus en realistisch
- Hardere doelen hebben enkel zin als anderen ook meedoen
- Nederland hoeft niet stil te zitten als anderen niks doen
De Europese Unie moet in 2030 40 procent minder CO2 uitstoten. Dat staat in de klimaatplannen die staatssecretaris Atsma van Milieu eind november heeft gepubliceerd. De staatssecretaris voegt daar wel aan toe dat harde afspraken hierover alleen zin hebben als Europa dat niet op eigen houtje doet. Andere wereldspelers, zoals de Verenigde Staten, China en de overige BRIC-landen, zullen zich daar ook aan moeten verbinden.
Met deze opstelling kiest Atsma voor een benadering die zowel ambitieus als realistisch is. Realistisch omdat ze de Europese bedrijven niet in een achterstandspositie zet ten opzichte van concurrenten in landen waar CO2-reductie minder hoog op de politieke agenda staat. Ambitieus omdat ze een forse extra inspanning vereisen bovenop wat Europa nu al doet om de eerder afgesproken reductie van 20 procent in 2020 te halen. Bovendien biedt het tijdspad van Atsma nog volop mogelijkheden voor het halen van het langetermijndoel dat de EU zich gesteld heeft: 80 tot 95 procent minder uitstoot halverwege deze eeuw.
Die afspraken op internationaal niveau zullen overigens niet eenvoudig zijn. Het Kyoto-akkoord loopt af en de deze week begonnen onderhandelingen in het Zuid-Afrikaanse Durban bieden vooralsnog weinig zicht op een nieuw internationaal klimaatverdrag. Dus zal de EU moeten inzetten op andere vormen van internationale samenwerking. Dat kan bijvoorbeeld door internationale sectorale afspraken of uitbreiding van de CO2-emissiehandel naar nog meer landen, bijvoorbeeld de opkomende economieën.
De noodzaak van internationaal bindende afspraken wil overigens niet zeggen dat de Nederlandse overheid op dit terrein niks extra's kan doen. Via de
biobased economy en het inzetten van ict is een verdere verduurzaming mogelijk. Nederland kan ook nog veel bereiken via het isoleren van woningen en bedrijven. Voor relatief lage kosten is zo nog veel energiebesparing mogelijk en dat draagt ook weer bij aan minder uitstoot van CO2.