02-11-2006 - Voor de ambities van Jos Pâques was Nederland te klein. Hij zit daarom niet alleen in Balk, maar ook in Sjanghai. Een gedreven ondernemer die kickt op innovatie, maar ook zijn grenzen kent en keuzes moet maken voor de toekomst van zijn familiebedrijf.
In nog geen tien minuten is het deze zomer besloten: Jos Pâques is weer voor 100 procent eigenaar van zijn bedrijf, een bedrijf dat met behulp van innovatieve technologieën gas- en waterzuiveringssystemen ontwerpt. Energiebedrijf Nuon had tot deze zomer 50 procent van de aandelen in handen, maar wil zich focussen op zijn corebusines: energie, en daar past het aandeel in Pâques niet meer bij.
"Ik stond voor de keuze: óf zelf ook mijn aandelen verkopen, óf die van Nuon aankopen. Op een avond hebben we het er met z’n allen over gehad: mijn vrouw, dochter, twee zonen en ik. Er was geen enkele twijfel over: ik heb de Nuon-aandelen overgenomen. Mijn vrouw en kinderen hebben namelijk hetzelfde als ik: heel veel gevoel bij het bedrijf. Ik heb het zelf opgebouwd. Dwars door diepe dalen en hoge pieken. Continuïteit is mijn belangrijkste doelstelling. Het bedrijf moet kunnen groeien, zich kunnen blijven ontwikkelen. In mijn visie is dat het best gegarandeerd met zelfstandigheid. Ik geloof dat het bedrijf daardoor slagvaardiger en innovatiever is dan wanneer het in een grote club opgaat."
Vulpennen
Pâques is een hypermodern familiebedrijf, gevestigd in Balk, tussen de meren van de Friese Zuidwest-hoek. Naast allerlei watersportbedrijven staat daar ineens een bedrijf met internatonale faam en een omzet die in de miljoenen loopt. Het bedrijf heeft 200 medewerkers in Friesland, een vestiging in Shanghai met 100 medewerkers en wereldwijd vele licentienemers. Die Friezen en Chinezen slagen er al jaren in om goed samen te werken en nieuwe, duurzame zuiveringstechnieken te ontwikkelen waarmee bedrijven veel geld besparen. Met een van die technologieën wordt afval omgezet in biogas, en daarmee kan elektriciteit worden opgewekt. Dat bespaart energiekosten, levert schoon water op en is goed voor het milieu.
Maar zo is Pâques bepaald niet begonnen, vertelt Jos Pâques, op een mooie ochtend aan de tuintafel bij zijn huis annex privékantoor. "Mijn vader had eerst een winkel met vulpennen. Dat was sappelen voor een gezin met acht kinderen. Toen begon hij een zaak in landbouwapparatuur en die liep heel goed. Op mijn achttiende ben ik bij hem in de zaak gekomen. Ik had net twee jaar bij Douwe Egberts gewerkt. In Joure. Ze hadden me daar getest en ik moest maar statistisch analist worden, want ik bleek goed in wiskunde. Maar dat leek mij helemaal niks. Ik ben vertrokken en mijn vader gaan helpen. Het zou voor een paar weken zijn, maar ik ben er nooit meer weggegaan. Dat is nu veertig jaar geleden."
"Eerst verkochten we folie om om kuilgras te verpakken, daarna zijn we silo’s gaan bouwen. Dat was booming business. In 1975 hadden we een omzet van 500.00 gulden, in 1978 8 miljoen. Mijn vader deed de zaak na een paar jaar aan mij over. Het werd hem te groot. Maar net toen we tonnen hadden geïnvesteerd in een nieuwe fabriek en kantoren, stortte de markt totaal in. De nieuwbouw werd geopend door de commissaris van de koningin van Fryslân, en ik weet nog dat ik dacht: wat zullen we hier over een half jaar doen?"
"We zijn van de silo’s overgestapt op de productie van biogas. In de jaren tachtig waren de olieprijzen enorm. Er was vraag naar alternatieve brandstoffen en daar zijn wij op ingesprongen. Ik ben heus geen milieuridder, maar ik zag kansen liggen en het was mooi dat dat ook in maatschappelijk opzicht positief uitviel. Maar ook die markt stortte na een tijd in, want de olieprijzen gingen weer naar beneden en dat gold ook voor de behoefte aan alternatieve energiebronnen. We raakten opnieuw in een diep dal. Toen zijn we met de ontwikkeling van milieubiotechnologie begonnen. Sinds 1983 is het bedrijf stabiel gegroeid en die groei gaat nog steeds door."
Was u niet wanhopig als u weer eens in zo’n diep dal zat?
"Het is gemakkelijk om na 40 jaar ondernemerschap achterom te kijken en te verklaren hoe alles gegaan is, hoe logisch het was om bepaalde besluiten te nemen. Maar dat is het niet als je erin zit. Je kunt nooit ver in de toekomst kijken. Ik werd steeds weer gedwongen om innovatief te zijn."
Hoe hield u dat dan vol?
"Ik ben een positivo. Dat heb ik van mijn moeder, ze is in de tachtig maar ook nog steeds een aartsoptimist. Als er een probleem is, ga ik gewoon aan de slag om dat probleem op te lossen. En als het dan weer loopt, geeft me dat een fantastisch gevoel. Een gevoel van euforie. En daar doe ik het allemaal voor."
Voor euforie?
"In ieder geval niet voor het geld of de status. Mijn plezier ligt in het werk zelf, in het bouwen. Mijn credo is ‘bouwe is libje’. Dertig jaar geleden werkte ik heel hard. Ik zei tegen mijn vrouw: ‘Als we zo doorgaan, zijn we op mijn 50e financieel onafhankelijk. Dan kunnen we doen wat we willen.’ Maar toen ik vijftig was, kwam ik tot de ontdekking dat ik al lang het leven leidde dat ik wilde. Ik hoef niet zo nodig om de wereld te zeilen. Ik wil bouwen."
Maar waarom biotechnologie?
"Ik ben nooit een specialist geworden in biotechnologie. Dat hoeft ook helemaal niet. Daar hebben we 40 wetenschappers voor. De directeur van KLM hoeft ook geen piloot te zijn, maar moet wel weten wat hij met zijn onderneming wil. Ondernemerschap heeft alles met interesse te maken. Ik wil weten wat er gebeurt, hoe processen in elkaar zitten, wat het oplevert en wie daarin geïnteresseerd zou kunnen zijn. Wij hebben fantastische technologie ontwikkeld waar een groeiende vraag naar is, omdat het economisch én duurzaam is. Daar ben ik enthousiast over."
Vier jaar geleden heeft hij een belangrijke beslissing genomen. Hij heeft een directeur benoemd en afstand genomen van operationele taken. Hij heeft ook fysiek afstand genomen. Op 8 kilometer van Balk heeft hij een huis met kantoor laten bouwen. Een plek waar menig zeilliefhebber hem om zou benijden; haast aan de rand van het Slotermeer. Achter zijn tuin liggen een open zeilbootje en een motorsloep. Hij laat een groot zeewaardig motorschip bouwen, dat deze winter klaar zal zijn.
Afstand doen van uw ‘kind’; viel u dat zwaar?
"Ik ben als eigenaar en commissaris nog zeer bij het bedrijf betrokken, maar het had gewoon ander management nodig. Het is zo groot en high-tech geworden dat het echt professioneel geleid moet worden. Ik kan dat niet. Ik ben geen bedrijfskundige, maar iemand die met enthousiasme dingen in gang zet. Ik fungeer nu als ambassadeur en houd me bezig met de relatie met ons bedrijf in China. Ik reis er regelmatig naar toe, want de mensen vinden het belangrijk om meneer Pâques zelf ook af en toe te zien."
Friezen en Chinezen, hoe gaat dat eigenlijk samen?
"Het zijn totaal verschillende culturen, maar dat is geen probleem als je de verschillen erkent. Onze Chinese mensen werken bikkelhard, zo nodig zeven dagen per week, en zijn ontzettend trots op het bedrijf. Maar ze gaan anders met kritiek om dan Nederlanders. Je moet voor alles voorkomen dat een Chinees gezichtsverlies lijdt, want dat is het ergste dat iemand daar kan overkomen. Daardoor lopen zaken in onze ogen niet altijd efficiënt, maar in die cultuur is het nu eenmaal zo. En dat kunnen wij niet zomaar veranderen."
Hoe ziet u de toekomst van Pâques? Blijft het een familiebedrijf?
"Op dit moment is zelfstandigheid het beste voor de continuïteit van het bedrijf. Over vijf jaar kan dat best anders liggen. Maar we hebben hoe dan ook aandeelhouders nodig die de lange termijn in het oog willen houden. Dat is in een familiebedrijf waarschijnlijk het best gegarandeerd."
En uw kinderen denken er ook zo over?
"Ze zijn tussen de 24 en 32 jaar en hebben alle drie een eigen carrière. Het zijn mensen die het zelf willen maken. Ze willen helemaal niet afhankelijk zijn van mij, van Pâques of het vermogen dat in het bedrijf zit. Er zijn twee soorten geld: geld aan deze kant en geld aan de andere kant van de muur. Met het geld aan deze kant moet je je huishouding runnen, het geld aan de andere kant van de muur zit in het bedrijf. Daar moet je niet aan komen. Daar kan het bedrijf mee groeien en bloeien, daar leven 300 mensen van."
Ligt u er wel eens wakker van?
"Ik zit niet over mijn opvolging in. Misschien dat een van de kinderen ooit in het bedrijf komt. Maar ze moeten geschikt zijn, ze moeten het aankunnen. Die beslissing moet je scheiden van persoonlijke emoties. Daarin zie ik vooral een taak voor de commissarissen. Dit bedrijf heeft topmanagement en toponderzoekers nodig om te kunnen groeien. Dat vraagt om rationele beslissingen. Ook als het over je kinderen gaat."
Vier stellingen voor Jos Pâques
Balkenende wordt de grootste.
"Dat sluit ik zeker niet uit."
De afschaffing van de MEP-subsidie maakt Joop Wijn tot een onbetrouwbare minister.
"Het gaat niet alleen om Wijn, dit straalt negatief af op de hele overheid. Het is een voorbeeld van hoe onbetrouwbaar de overheid is. Ondernemers hebben op grond van beloftes geïnvesteerd in duurzame energietechnologie. Als de subsidies ineens worden ingetrokken, wordt het onmogelijk de ontwikkeling van die technologie rendabel te maken."
Eenderde van de patiënten in zorgcentra is ondervoed.
"Als dat echt zo is, zou dat schandalig zijn. Het stond in de krant, maar ik kan het haast niet geloven. Ik moet eerst weten wat de definitie van ondervoeding is. Maar hoe dan ook, de overheid heeft een paar taken die ze goed moet uitvoeren: milieu, onderwijs, defensie en zorg. Dat moet allemaal goed geregeld worden. Daar is de overheid juist voor."
Fryslân is de mooiste provincie.
"Ongetwijfeld. Ik ben hier in Zuidwest-Fryslân geboren en er altijd gebleven. Ik voel me hier thuis. De aard van de mensen spreekt me aan. No-nonsens, niets van dat opgeblazene dat je op andere plekken treft. Gewoon:
down to earth."
Curriculum Vitae
| 1948 | Geboren in Sneek |
| 1963 | Mulo voltooid |
| 1963 | In dienst bij Douwe Egberts Joure |
| 1966 | In dienst bij Pâques bv |
| 2002 | Afgetreden als algemeen directeur, sindsdien directeur externe betrekkingen en lid van de raad van commissarissen Pâques bv |
| 2006 | Enig aandeelhouder van Pâques bv |
Varen met Bommel
De motorsloep ‘Suzanne’ ligt achter het huis. Het dekzeil oprollen en varen maar. De hond Bommel springt als eerste aan boord. "Wij hadden deze plek al lang op het oog, omdat we aan het water wilden wonen. Uitzicht op het Slotermeer. We wonen hier nu vier jaar en we hoeven hier nooit meer weg."
Corien Lambregtse
forum@vno-ncw.nl