06-09-2001 - Moeten de grenzen open voor arbeidsmigranten om onvervulbare vacatures in Nederland op te vullen? De kern van de discussie over Nederland- immigratieland gaat over de vraag of er een arbeidsloket moet komen naast het asielloket. Joop Wijn, CDA-Kamerlid, ziet daar helemaal niets in.
Dr R. Penninx van de Universiteit van Amsterdam stelt in het artikel 'Uitverkiezing bij de grens' in Forum (2 augustus) dat er twee migratieloketten nodig zijn: één voor asielmigratie en één voor arbeidsmigratie. Hij verwacht dat daarmee een deel van de onbeheersbaarheid van het asielbeleid wordt opgelost. De zeventig procent van de asielzoekers die nu om economische redenen asiel aanvraagt, zou bij dit loket terecht kunnen.
Zo'n arbeidsloket zal echter een tegengesteld effect hebben. Op grond van het Vluchtelingenverdrag kan niemand de toegang tot het asielloket worden ontzegd. Iedereen die asiel aanvraagt, heeft daarom recht op een procedure. Iemand die is afgewezen als arbeidsmigrant zal ongetwijfeld alsnog een asielverzoek indienen.
Hier reeds aanwezige migranten zullen familie en vrienden in de landen van herkomst aanraden naar Nederland te komen. Mensensmokkelaars krijgen er een verkoopargument bij: "Nu in Nederland tweemaal kans". De aanzuigende werking zal dus groot zijn.
Pas als het Vluchtelingenverdrag wordt aangepast, zou de twee-lokettengedachte kunnen werken. Op korte termijn is dat niet het geval.
Maar dan nog is de vraag hoe de twee-lokettengedachte praktisch vorm kan worden gegeven. De uitvoeringsproblemen zullen groot zijn, zeker als het -net als bij het asielloket- om 40.000 aanvragen gaat. Het zou ook onverstandig zijn om mensen op de bonnefooi naar Nederland te laten komen. Voor een goede invulling van openstaande vacatures is gerichte werving noodzakelijk. De kans is klein dat het spontane aanbod van arbeid goed aansluit bij de vraag. Door het falende terugkeerbeleid ligt het bovendien voor de hand dat veel personen die via het arbeidsloket geen baan kunnen vinden, toch illegaal in Nederland blijven. Dat leidt tot zwart werk en andere negatieve neveneffecten.
Kortom: twee migratieloketten zullen de onbeheersbaarheid eerder vergroten dan verkleinen.
Terughoudendheid blijft dus geboden. De zogenaamde arbeidsreserve (werklozen, WAO-ers, 55-plussers en vrouwen die zouden kunnen werken) behelst bijna een miljoen mensen. Dat betekent dat de circa 175.000 vacatures moeten kunnen worden ingevuld.
Dit vraagt om een actiever arbeidsmarktbeleid. Bijvoorbeeld als het gaat om de armoedeval, sollicitatieplicht, reïntegratie, her- en bijscholing en het combineren van arbeid en zorg. Een verruiming van arbeidsmigratie mag niet leiden tot laksheid op dit terrein.
Bij het huidig economisch klimaat zullen de huidige problemen overigens gedeeltelijk vanzelf worde opgelost. Bedrijven die worden geconfronteerd met een gebrek aan personeel en hogere loonkosten, zullen meer investeren in arbeidsbesparende productieprocessen. Bovendien is de conjunctuur over het hoogtepunt heen. Ook hierdoor zal de spanning op de arbeidsmarkt afnemen.
Het systeem van de Wet Arbeid Vreemdelingen moet daarom in zijn kern niet worden veranderd: als een bedrijf in de Europese Unie geen geschikt personeel kan vinden, kan een tewerkstellingsvergunning voor een buitenlandse werknemer worden aangevraagd. Door goede planning hoeft deze toets geen probleem te zijn.
Voor sectoren met een structureel en evident tekort zou deze individuele toetsing achterwege kunnen blijven. Jaarlijks kan worden bekeken hoeveel vergunningen voor een desbetreffende bedrijfstak nodig zijn. Deze vergunningen kun je 'green cards' noemen. In dat geval moeten met de sector aanvullende afspraken worden gemaakt over het bevorderen van de arbeidsdeelname door mensen uit de arbeidsreserve en over de braindrain uit de herkomstlanden. Zo'n gericht en terughoudend beleid is veel verstandiger dan de chaos van twee migratieloketten.
Joop Wijn (CDA) is woordvoerder asielzaken in de Tweede Kamer
forum@vno-ncw.nl