03-05-2012 - Hoogleraar Alfred Kleinknecht is een enfant terrible binnen de Polder. De innovatiehoogleraar aan de TU Delft hekelt regelmatig de ideeën achter loonmatiging en het flexibiliseren van de arbeidsmarkt. Die zouden bedrijven lui maken en innovatie remmen.
Onlangs haalde Afred Kleinknecht ouderwets uit in de Volkskrant: ‘Met het pleidooi van de nullijn is VNO-NCW de lobbyist voor de technologische achterlopers en dozenschuivers.’ Het enfant terrible binnen de Polder is ervan overtuigd dat loonmatiging en flexibilisering van de arbeidsmarkt niet werken. Bedrijven zouden lui worden, minder innovatief, waarna ze het economisch moeilijk krijgen. Onzin, vinden ondernemers. Hoge lonen halen de concurrentiekracht juist onderuit en dat is de doodsteek voor ondernemend Nederland.
Lonen verhogen is in deze tijd een vorm van economisch zelfmoord.
‘Dat is nog maar de vraag. Nederland heeft een royaal exportoverschot, net als Duitsland. Dat hoge overschot heeft mede de eurocrisis veroorzaakt.’
Niet een handelsoverschot, maar gebrek aan concurrentiekracht veroorzaakte de crisis.
‘De eurozone als geheel heeft een redelijk evenwichtige handelsbalans met de rest van de wereld. Binnen de eurozone echter hebben Nederland en Duitsland gigantische exportoverschotten, dat zijn precies de importoverschotten van Spanje, Portugal en Griekenland. Die moeten dus schulden maken.’
Het probleem van de zuidelijke landen is dat hun loonkosten volledig uit de hand liepen.
‘Het is altijd zo dat de loonkosten hard stijgen als je een booming economie hebt. In de jaren tachtig en negentig, dus voor de introductie van de euro, waren Spanje, Portugal en Griekenland heel succesvol. Hun economie groeide sterker dan die van Nederland. Dan krijg je een hoge inflatie en dus ook hoge lonen. Nu ze onderdeel van de eurozone zijn, kunnen ze hun munten niet meer afwaarderen. Dan krijg je vroeg of laat een probleem.’
Legt u dat maar eens uit aan een ondernemer: u moet nu de loonkosten verhogen.
‘Ach, dat valt wel mee. De concurrent krijgt dezelfde verhoging.’
Concurrenten zitten niet alleen in Nederland. Maar bijvoorbeeld juist in Duitsland.
‘Ja, daar worden de lonen nu ook krachtig verhoogd.’
De afgelopen tien jaar heeft Duitsland de loonkosten alleen maar verlaagd.
‘Dat is afgedwongen door de hoge werkloosheid in het oosten van Duitsland. Je hebt veel Oost-Duitsers die in West-Duitsland werken. Door het grote arbeidsaanbod daalden de lonen.’
Feit is dat Duitsland daarmee haar concurrentiepositie heeft verbeterd. Als Nederlandse bedrijven nu lonen verhogen, staan ze meteen op achterstand.
‘Het is een taak van de vakbeweging om iets aan de lonen te doen. Linksom of rechtsom, de kosten gaan toch omhoog. De toekomstige krapte op de arbeidsmarkt zal verhoging afdwingen. Bedrijven kunnen ook wel wat hebben; hun winsten zijn in jaren niet zo hoog geweest. Zelf het Centraal Planbureau (CPB) zegt heel voorzichtig dat we misschien wat aan de koopkracht in Nederland moeten doen door de lonen te verhogen.’
Krapte op de arbeidsmarkt? De werkloosheid loopt juist op.
‘Ik weet niet of we überhaupt over één arbeidsmarkt mogen praten. In het segment hoger opgeleiden is er al krapte, in het lagere segment heb je een enorm overschot. Nu is de arbeidsmarkt wat minder overspannen, maar dat is van korte duur.’
Het schoolvoorbeeld van een innoverende Nederlandse onderneming is ASML, fabrikant van machines voor computerchips. Is innovatief in een gematigd loonklimaat vanwege de concurrentie uit Japan.
‘Ze zitten gelukkig op een traject dat op het gebied van technologie heel vruchtbaar is. Je hoeft er bij wijze van spreken maar een plantje neer te zetten en het groeit.’
Dat haalt toch uw theorie onderuit dat loonmatiging of een nullijn funest is voor de innovatie?
‘Als de technologische mogelijkheden zo royaal zijn dan kan tegen de wind in ook geïnnoveerd worden. Bij een gemiddeld bedrijf echter zie ik heel duidelijk dat flexibiliteit en loonmatiging een negatief effect hebben.’
U bent commissaris van een hightech onderneming bij Eindhoven. Hoe groot was de stijging van de loonkosten?
‘Dat weet ik niet. We kijken nooit naar de loonkosten. Er zijn andere, hogere kosten zoals investeringen in bedrijfsapparatuur. De eigenaren interesseren zich ook niet voor de lonen. Er is een zeer hoge toegevoegde waarde per werknemer. Zelfs als zouden de lonen daar met 15 procent stijgen dan maken we nog winst. Het grootste probleem is goede ingenieurs te vinden. Die nemen we altijd aan, ongeacht de hoogte van de opdrachten.’
Een Nederlandse autotoeleverancier zit niet in een groeimarkt, maar ziet de autoafzet dalen. Uw theorie gaat voor hem niet op.
‘Het probleem van die man is dat hij vermoedelijk weinig eigen technologische vindingen in huis heeft, waarvan de afnemer zegt: die kennis moet ik hebben. Mijn bedrijf heeft wel unieke kennis. Onze klanten kunnen moeilijk om ons heen. Dan heb je onderhandelingsmacht.’
U bedoelt te zeggen dat ondernemers die nu in de problemen zitten dat aan zichzelf te wijten hebben. Ze zijn te weinig innovatief.
‘Precies. Als je afnemer kan zeggen: voor jou tien anderen, dan krijg je bij prijsonderhandelingen het lid op de neus.’
Walter Devenijns
devenijns@vno-ncw.nl