11-03-2010 - Je zou zeggen dat Europa met Griekenland een paard van Troje heeft binnengehaald. Gezien de enorme tekorten die het land blijkt te hebben. Hoe veilig is straks de euro nog?
Graeca fides, nulla fides (niemand vertrouwt een Griek), zeiden de oude Romeinen al. Maar ze hadden buiten de Europese Unie gerekend, die Griekenland met een vertraging van twee jaar in 2001 toeliet tot de Europese Monetaire Unie (EMU). De vertraging was veroorzaakt doordat het land het begrotingstekort nog niet onder de vastgestelde limiet van 2,4 procent had gebracht. Inmiddels is duidelijk hoe de Grieken hun economie op orde hebben gekregen en gehouden. Voornamelijk met list en bedrog, al vindt zakenbank Goldman Sachs dat de financiële goocheltrucs die zij faciliteerden niet onreglementair waren.
Griekenland moet tussen de 20 en 25 miljard euro aan staatsschuld herfinancieren en het land is bijna bankroet. Volgens het Stabiliteitspact, de economische grondslag van de Europese Monetaire Unie, moet een Europese lidstaat een begrotingsprobleem zelf oplossen. Dat zou het faillissement betekenen van Griekenland. Eigen schuld, dikke bult, zeggen onder meer de Duitsers. Die waren vanaf het begin van de euro als betaalmiddel bang om op te draaien voor de slechte boekhouding van vooral de Zuid-Europese landen.
Overgewaardeerd
De Duitse reactie is te kort door de bocht, zegt Paul DeGrauwe, hoogleraar economie aan de universiteit van Leuven. "Het probleem is dat nogal wat van die Griekse staatsschulden bij banken in de eurozone zijn ondergebracht. We krijgen een Europese bankencrisis als een bankroet Griekenland zijn schulden niet meer aflost. Ik denk niet dat wij een tweede bankencrisis aan kunnen."
Een dalende euro als gevolg van de onzekerheid rond de Griekse staatsschuld, is volgens DeGrauwe geen drama. "De euro is eigenlijk iets overgewaardeerd. Hij staat nu op 1,34 dollar, ten opzichte van 1,17 dollar toen we ermee begonnen. Daar kan nog best wat vanaf. Dat de waarde van de munt daalt, is niet erg. Integendeel, het kan een stimulans zijn voor de export buiten Europa."
Dat beeld kan iets genuanceerder, vindt Jan Willem Vreuls van de VNCI, de branchevereniging voor de chemische industrie. "De dollar is in onze branche de standaard. Als die duurder wordt, wordt onze inkoop ook duurder en dat heeft invloed op de prijs van je product. Maar eigenlijk kun je de gevolgen niet overzien. Toen in 2004 de prijs van olie naar 140 dollar per vat ging, kwam de industrie ook niet in de problemen."
Vreuls: "Belangrijk is vooral de stabiliteit van de euro. Een instabiele munt is slecht voor de economie. Wat dat betreft heeft de euro een heftige ontwikkeling gehad. Eerst was de koers laag, daarna ging hij snel omhoog en nu daalt de euro weer. Volgens mij zijn de Europese overheden al serieus en consciëntieus bezig met het stabiliseren van de euro. De EU weet waar de problemen zitten. Een complicerende factor is dat we hier geen ervaring mee hebben, we kunnen dus niet terugvallen op oude strategieën."
Het internationale bedrijfsleven houdt de euro nauwlettend in de gaten. "Je kunt je niet anders dan zorgen maken", zegt Vreuls. "Grote bedrijven zijn al lang en breed bezig met het maken van allerlei scenario’s. Dat doen ze overigens constant, dus dat is op zich niets nieuws." Dat wordt bevestigd door Herman Betten van chemiereus DSM. "In ons jaarverslag staat achterin een heel stuk over hoe we omgaan met financiële risico’s. Als bedrijf loop je die altijd, dus zijn we altijd bezig met het maken van strategieën die ons voorbereiden op veranderingen op het gebied van liquiditeit, rente en valuta. Het is een kwestie van goed risicobeheer."
Veertiende maand
De problemen oplossen is niet echt eenvoudig. Vooral niet omdat Griekenland niet het enige land is met een enorme staatsschuld. Ook Spanje, Italië, Portugal en Ierland hebben hun huishoudboekje niet optimaal op orde. Het laatste wat de EU wil, is andere landen een excuus geven om hun financiën uit de hand te laten lopen omdat de andere lidstaten het geld wel op tafel leggen. Toch zijn er wel verschillen met de Grieken. Zo hebben bijvoorbeeld Spanje en Portugal hun fiscale maatregelen veel beter op orde, zegt David Hawley van het Internationaal Monetair Fonds (IMF).
Voorwaarde voor een reddingsplan is dat Griekenland zijn economie herstructureert. Dat kan ook best, zeggen diverse Griekenland-watchers. Het land heeft een nauwelijks functionerend belastingstelsel waarin naar hartelust wordt gefraudeerd en een enorme publieke sector met ambtenaren die naast een dertiende maand en een veertiende maand, een keur aan bonussen tegemoet kunnen zien. Tel daar bij op dat het land pensioengerechtigde veertigers heeft. Er is dus voldoende vlees op de botten om de overheidsinkomsten en uitgaven op een realistischer niveau te brengen. En geen wonder dat de Grieken daar niet enthousiast over zijn.
"Er zijn geen mirakeloplossingen", zegt de Leuvense hoogleraar DeGrauwe. "Het zal pijn doen. Er zal waarschijnlijk een combinatie uit komen van sanering van de Griekse economie en een manier van financiering. Het meest waarschijnlijk is dat grote banken intekenen op de nieuwe schuldpapieren van Griekenland met een garantie van overheden. Dat wordt een heel aantrekkelijk pakket, met een rendement dat twee keer zo hoog is als Duitse schuldpapieren. En met garantie van de Duitse overheid. Daar zou ik ook zo op intekenen."
Toezicht
Voor een belangrijk gedeelte is de oplossing ook politiek. Hoe te voorkomen dat de situatie zich herhaalt met andere landen, is voornamelijk een kwestie van afspraken maken en er op vertrouwen dat alle lidstaten zich er aan houden. De EU heeft niet de macht om beslissingen door te drukken en een hoge boete uitdelen aan een weigerachtig Griekenland is nu waarschijnlijk niet de meest efficiënte oplossing.
Hier wreekt zich ook het feit dat de EU geen politieke unie is, verklaart DeGrauwe. Daardoor kan Brussel niet ingrijpen als een van de lidstaten uit de band springt. Alle lidstaten zijn autonoom in hun begrotingsbeleid, zolang ze de afgesproken grenzen maar niet overschrijden. Verder heeft de EU nauwelijks eigen fondsen om reddingsplannen te ontwikkelen. DeGrauwe: "Het budget van de EU is nog geen 1 procent van het Europese bruto binnenlands product (BBP). Dat van Nederland is meen ik meer dan 50 procent van het nationale BBP."
"De kern van een politieke unie is dat er een politiek orgaan is dat zelfstandig belasting kan heffen en uitgaven kan doen. Dat kan de EU niet. Er wordt wel veel onderling overleg, maar veel praten maakt nog geen politieke unie. Dat zag je bij de bankencrisis. Het was een probleem dat alle landen aanging, maar de afzonderlijke lidstaten moesten elk zelf een oplossing vinden. In de VS, die wel een politieke unie zijn, heeft Washington een geldbuidel die groot genoeg is voor omvangrijke reddingsplannen."
De vraag die nog niet beantwoord is, is wie er op gaat toezien dat Griekenland na een akkoord ook de staatsfinanciën reorganiseert. Toen hij nog minister van Financiën was, toonde Wouter Bos zich net als bijvoorbeeld de Italianen, een voorstander van IMF-toezicht. Het IMF heeft ruime ervaringen in het uitzetten van leningen onder voorwaarde van reorganisatie van de publieke sector. Nadeel daarvan is dat het IMF de naam heeft dat het traag reageert en alleen maar in standaardoplossingen denkt. Dat lijkt niet in lijn met de notie dat de Grieks-Europese eurocrisis uniek is in zijn soort.
Daniel Gros van het Centre for European Policy Studies en Thomas Mayer van Deutsche Bank lanceerden in het tijdschrift The Economist het idee voor een eigen, slanker en sneller, Europees Monetair Fonds, uitsluitend voor de eurozone. Het lijkt erop dat dat er ook gaat komen. Voor de zomer zal de Europese Commissie voorstellen doen voor een Europese rampenkas. Hoe dan ook, het toezicht moet niet te lichtzinnig genomen worden. Misschien luistert de EU nu wel naar de oude Romeinen: Quidquid id est, timeo Danaos et dona ferentis (Hoe het ook zij, ik vrees de Danaërs (Grieken) ook al brengen zij geschenken, Vergilius).
Californië failliet, dollar stort in?
De situatie in de vrijwel failliete Amerikaanse staat Californië is op veel fronten vergelijkbaar met die van Griekenland. Alleen is Griekenland vergeleken bij de Amerikaanse staat maar een kleintje. Californië is qua inwonertal de grootste staat van de VS met 37 miljoen inwoners. Vóór de kredietcrisis was het bruto regionaal product 1.800 miljard dollar. Dat is 13 procent van het bruto binnenlands product (BBP) van de VS. Als de staat onafhankelijk was geweest, zou het de achtste economie van de wereld zijn. De Grieken hebben daarentegen een BBP van bijna 340 miljard dollar en vormen de 34ste economie ter wereld.
Toch lijken de VS niet is dezelfde kramp te raken als de EU. Of is dat maar schijn? Nee, zegt Paul DeGrauwe (Universiteit van Leuven), de situatie is in wezen dezelfde, maar de reactie is inderdaad verschillend. "De VS zijn niet alleen een monetaire unie, zoals de EU, maar ook een politieke. Er is niemand die vreest dat Californië wel eens buiten de VS zou kunnen komen. De unie van de VS staat niet ter discussie. Dat sentiment speelt wel bij Griekenland en de EU. De monetaire unie is nog jong en wat we nu beleven is nooit eerder gebeurd. Er moet nog vertrouwen komen dat de EU dit aankan."
Het faillissement van Californië heeft ook geen invloed op de koers van de dollar. Vergeleken bij de euro, is de dollar een echte wereldmunt, die bijna los staat van de Amerikaanse economie. Voor veel landen is de dollar bijvoorbeeld de reserve valuta. Bovendien heeft een groot aantal landen belang bij een stabiele dollar. Neem de Golfstaten of China, dat veel Amerikaanse schuldpapieren heeft gekocht die bij een lage koers hun waarde verliezen.
Remko Ebbers
ebbers@vno-ncw.nl