26-01-2012 -
- Agressieve claimpraktijken ondergraven het ondernemingsklimaat
- Nederland steeds aantrekkelijker voor deze claimvehikels
- Tijd dat Justitie ingrijpt
Bedrijven die door agressieve claimpraktijken tot de rand van de afgrond worden gedreven: in Amerika zijn er talloze voorbeelden van. De claimvehikels die hierachter zitten, opereren meestal volgens het volgende recept. Stap 1: men zoeke een al dan niet reële misstand. Een bedrijfspand waarin mogelijkerwijs ooit asbest is toegepast bijvoorbeeld. Stap 2: men gaat op zoek naar wat potentiële slachtoffers. Zijn er geen oud-medewerkers te vinden die weleens moeten hoesten? Nou dan! Stap 3: men werpe zich op als belangenbehartiger voor deze 'gedupeerden'. Stap 4: men spanne een proces aan. Stap 5: men beginne een publicitaire lastercampagne om het bedrijf in kwestie nog eens extra onder druk te zetten. Stap 6: men sluite een dure deal met het bedrijf dat zich geen jarenlange strijd kan veroorloven. De investeerders in het claimvehikel strijken uiteraard een aanzienlijk deel van deze 'schadevergoeding' op.
De dreiging van dergelijke massaclaims maakt ondernemen er niet aantrekkelijker op. Het is daarom ook geen situatie waar we in Nederland naartoe zouden moeten willen. Toch lijkt Nederland steeds meer toe te groeien naar deze ongewenste claimcultuur. De Nederlandse rechter is ook steeds ontvankelijker voor buitenlandse claimpraktijken. Dat blijkt uit een uitspraak van het Amsterdamse Hof van vorige week. De rechter verklaarde een schikking tussen twee Zwitserse verzekeraars en een groep benadeelde beleggers, van wie slechts een klein percentage uit Nederland kwam, verbindend. Dit betekent dat de weg vrij is voor andere buitenlandse partijen om hun internationale claimzaken voortaan in Nederland af te wikkelen. Zoals bijvoorbeeld de agressieve claimvehikels.
Sinds het Amerikaanse hooggerechtshof besliste dat beleggers die aandelen buiten de Verenigde Staten hebben gekocht, geen rechtszaken meer in de VS mogen aanspannen, zijn commerciële claimbedrijven bezig met een zoektocht in Europa. Nederland is daarbij al langer in beeld. Niet alleen omdat hier verschillende mogelijkheden zijn om collectieve claims in te dienen en de Nederlandse rechter zich in ruime mate open stelt voor claims die vertegenwoordigd worden door deze claimvehikels. Maar ook omdat verliezers, anders dan in andere lidstaten, niet veroordeeld kunnen worden tot betaling van de werkelijk gemaakte juridische kosten. Hier komt nu nog bij dat de rechter zich ontvankelijk toont voor claims die maar een zeer beperkte relatie hebben met de Nederlandse rechtssfeer.
Hoogste tijd dus dat het ministerie van Veiligheid en Justitie in actie komt om de Nederlandse rechtsmacht voor claims die weinig relatie hebben met Nederland te beperken zodat het Nederlandse recht niet misbruikt kan worden voor internationale commerciële claimpraktijken. Ook moet er vastgehouden worden aan het principe dat er echte individuen achter een collectieve claim moeten zitten en dat deze individuen niet alleen delen in de schadevergoeding als de rechter hen in het gelijk stelt, maar ook in de kosten als een claim onterecht blijkt te zijn. Daarnaast moet er een hogere financiële drempel komen om te procederen: de integrale proceskosten moeten in rekening kunnen worden gebracht bij verlies van de procedure.
Het uitgangspunt is hierbij niet dat gedupeerden hun recht niet zouden mogen halen bij bedrijven: daarvoor staan in Nederland vele mogelijkheden open. Maar een Amerikaanse claimcultuur: nee dank u.