25-03-2010 -
- Handelsakkoord EU-Korea moet zo snel mogelijk ingaan
- Positie Nederlands bedrijfsleven anders onder druk
- Goede controle op naleving noodzakelijk
Binnenkort moet het Europees Parlement zich uitspreken over de goedkeuring van het vrijhandelsakkoord tussen de EU-landen en Korea. Dit akkoord zal het Europese bedrijfsleven miljarden euro’s voordeel opleveren. Het is dus van het grootste belang dat het akkoord snel ingaat.
Korea is een van de snelst groeiende economieën ter wereld. Het is de tiende goederenimporteur ter wereld. Door het akkoord wordt jaarlijks alleen al 1,6 miljard euro bespaard op Koreaanse importtarieven. Daarnaast krijgt het bedrijfsleven uit de EU makkelijker toegang tot de Koreaanse markt. Onder andere douaneregels en kostbare certificeringsprocedures worden verminderd. Dat levert naar schatting een extra groei van de handel op ter waarde van 19 miljard euro. Dat dit geen loze voorspellingen zijn, hebben de Noren laten zien. Nadat zij een akkoord sloten met Korea, verdrievoudigde hun export naar dat land.
Ook de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven is gebaat bij het akkoord. Korea heeft al akkoorden (of onderhandelt daarover) met onder andere Australië, Canada, de VS, Chili en diverse Zuid-Aziatische landen. Daardoor profiteren die landen van lage importtarieven. Zonder vrijhandelsakkoord hebben Nederlandse en EU-bedrijven dan het nakijken. De Nederlandse varkensvleesexporteurs merken nu al dat Chileense concurrenten hen uit de markt prijzen. Hetzelfde zal ook de Nederlandse zuivel- en bierexport kunnen raken. Om maar eens twee voorbeelden te noemen.
Een vrijhandelsverdrag tussen de EU en Korea betekent ook een handelsbrug tussen de EU en Azië. Zo wordt voorkomen dat de open mondiale economie uiteenvalt in regionale blokken. Verdere vrijhandel moet echter niet leiden tot vrijbuiterij. Er zijn ook Nederlandse sectoren, zoals staal, die zich zorgen maken over toenemende Koreaanse concurrentie als gevolg van het akkoord. De nakoming van het handelsakkoord moet daarom goed gemonitord worden om te kijken of wel aan alle voorwaarden wordt voldaan. Daarbij gaat het vooral om de afschaffing van zogenaamde non-tarifaire belemmeringen, zoals speciale certificering voor buitenlandse producten. Een effectieve geschillencommissie en regelmatig overleg met het bedrijfsleven zijn daarvoor onontbeerlijk.
www.vno-ncw.nl, dossier Buitenlandse handel en investeringen