19-07-2012 - De industrie moet er wel erg veel voor doen om werknemers van partnerbedrijven buiten de EU te laten overkomen. Een proef moet uitwijzen of de rompslomp niet wat minder kan.
‘Een geweldige eerste stap in het wegnemen van een van de grootste ergernissen van internationaal opererende bedrijven’, zo betitelt Dezentjé Hamming de stap die nu is gezet. FME pleitte al langer voor een versoepeling van de regelgeving. Een voorbeeld van een sector waar het probleem speelt, is de scheepsbouw. Daar is het gebruikelijk dat inspectieteams van een buitenlandse klant de voortgang tot en met de tewaterlating komen volgen. Maar ook in andere sectoren van de technologische industrie is de komst van werknemers van buitenlandse klanten of partnerbedrijven nodig. Hoewel het hierbij niet gaat om het invullen van openstaande vacatures, is toch een tewerkstellingsvergunning nodig om deze mensen te laten overkomen naar Nederland. De aanvraag daarvan kost bedrijven veel tijd.
De proef waartoe minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nu heeft besloten moet het allemaal wat klantvriendelijker maken. Bedrijven met een jaaromzet vanaf 50 miljoen euro hoeven de komende twee jaar geen tewerkstellingsvergunning aan te vragen voor mensen van buiten de EU bij orders van meer dan 5 miljoen euro. Melding bij het UWV volstaat. Volgens Dezentjé Hamming toont de minister met dit besluit begrip voor het internationale karakter van de Nederlandse industrie. Ze ziet de proef ook als opsteker voor de uitvoering van het Topsectorenbeleid. Innovatie en internationalisering staan daarin centraal en een soepel verkeer van werknemers is dan een voorwaarde voor succes, aldus de FME-voorzitter. Het besluit past daarnaast in het kabinetsbeleid om de regeldruk te verminderen.
www.fme.nl