11-03-2010 -
- Sociale partners moeten samen met oplossing komen
- Pensioenleeftijd nu eerst snel opkrikken naar 67
- Dan blijft pensioen betaalbaar
De kern van het Nederlandse pensioenstelsel is goed. Daarom moeten sociale partners de handen ineen slaan om te zorgen dat het overeind kan blijven. Het is dan ook lovenswaardig dat FNV-voorzitter Agnes Jongerius de uitgestoken hand van Bernard Wientjes heeft aangenomen om nog voor de komst van een nieuw kabinet op zoek te gaan naar een manier om daar gezamenlijk voor te zorgen.
Want als we niks doen, wordt het Nederlandse pensioenstelsel onbetaalbaar. Met die waarschuwing zette de Leidse hoogleraar Kees Goudswaard een maand geleden de discussie over het pensioen op scherp. Doordat mensen steeds langer leven, wordt het pensioen op den duur onbetaalbaar. Nu al gaat zo’n 12 procent van de loonsom van werknemers naar de kassen van de fondsen, over een tijdje is dat gestegen naar 17 procent. Het tweede grote probleem is de kwetsbaarheid van het stelsel. De dotcom-crisis van het begin van dit decennium en de kredietcrisis lieten zien hoe fondsen in betrekkelijk korte tijd flink in de problemen kunnen komen.
De problemen van de fondsen kunnen al flink verlicht worden door de aanvangsleeftijd voor het pensioen, net als die van de AOW, naar 67 te brengen. En als die pensioenleeftijd vervolgens gaat meeschuiven met de gemiddelde levensverwachting, wordt het betaalbaarheidprobleem meteen ook al een stuk minder. Want wat is logischer dan te proberen om de hele pensioenperiode gelijk te houden door de aanvangsleeftijd mee te laten schuiven met de gemiddelde levensverwachting?
Sociale partners moeten ook een antwoord vinden op de vraag hoe ze de risico’s zullen opvangen van nieuwe economische crises. Vroeger werd dat vaak opgelost door de premie te verhogen. Maar dat lukt nu nauwelijks meer: de premies zijn al torenhoog en er zijn relatief steeds minder werkenden om ze op te brengen.
In een akkoord moeten sociale partners ook proberen om op een fatsoenlijke en werkbare manier de losse eindjes aan elkaar te knopen die er nog liggen van de AOW-verhoging. Toen het kabinet vorig jaar besloot tot een verhoging van de AOW-leeftijd, koos het voor een afwijkende regeling voor mensen met zware beroepen. Daardoor ontstond de noodzaak om een algemeen geldende definitie te vinden van wat een zwaar beroep is. Dat is nog niet gelukt en zal waarschijnlijk ook nooit gaan lukken. Dus moet dit probleem op een andere manier worden opgelost.
Het zal voor sociale partners niet eenvoudig zijn om hierover een akkoord te bereiken. De mislukte onderhandelingen in de SER over de AOW-leeftijd liggen bij iedereen nog vers in het geheugen. Wellicht dat de val van het kabinet nieuwe kansen biedt. Het onderwerp zelf is te belangrijk om niet te proberen een nieuwe poging te wagen.