03-06-2004 - Het EU-moratorium op genetisch gemodificeerde gewassen is opgeheven. Mooi! Nu kan er weer vaart worden gezet achter de uitbouw van deze innovatieve bedrijfstak, zegt VNO-NCW. Ontwikkelingsorganisatie Hivos vreest de gevolgen van een in haar ogen 'overbodige' technologie.
Biotechnologie mág weer. Op 18 mei gaf de Europese Commissie toestemming voor de toelating van een genetisch gemodificeerde maïsvariant, ontwikkeld door biotechbedrijf Syngenta. De stap van de Commissie markeert de opheffing van het EU-moratorium op introductie van genetisch gemodificeerde organismen (ggo's).
VNO-NCW is blij, maar benadrukt dat de toelatingsprocedure wel moet worden doorgezet. Er zitten namelijk nog meer dan 30 aanvragen in de pijplijn. Voor de concurrentiekracht van het Europese bedrijfsleven is bovendien van belang dat niet alleen import wordt toegestaan, maar ook de teelt in de EU.
Harrie Oppenoorth van het Humanistisch Instituut voor Ontwikkelingssamenwerking (Hivos) is minder te spreken over de stap van de Europese Commissie. Deze ontwikkelingsorganisatie stelt dat gentech niet nodig is. Ze waarschuwt ook voor de risico's die aan de techniek vastzitten. Als dan toch vervolgstappen worden gezet, is op zijn minst zorgvuldig onderzoek nodig naar de effecten.
Eindelijk is een einde gekomen aan de onzekerheid voor de biotech-sector.
Oppenoorth: "Het is maar de vraag of we daar nou zo blij mee moeten zijn."
Dat klinkt cynisch.
"Aan deze technologie kleven flink wat risico's. Ook worden beloftes gedaan die tot nu toe op geen enkele manier worden waargemaakt. En, misschien wel het belangrijkste, de genetisch gemanipuleerde variëteiten zijn niet nodig. Er zijn voldoende bestaande variëteiten of klassieke veredelingsmethoden om gewassen productiever te maken en zo te voldoen aan de groeiende voedselbehoefte van de wereldbevolking."
Overal in de wereld lijden grote groepen mensen honger.
"De wereldvoedselorganisatie FAO zegt dat er meer dan voldoende voedsel is. Er is zelfs sprake van een forse overproductie. Er is dan ook geen reden om de voedselproductie op korte termijn te verhogen. Zelfs op de langere termijn, de komende twintig jaar, is dat niet nodig."
"Honger is vooral een kwestie van verdeling en van macht. Dat bleek vorig jaar maar weer, toen het zuiden van Zambia had te kampen met een tegenvallende oogst. Het voedseltekort dat daardoor ontstond kon met overschotten uit het noorden worden opgelost. Maar het wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties bleek niet in staat voldoende geld te mobiliseren voor het transport."
Zolang de macht niet anders wordt verdeeld is het misschien beter wat meer te produceren.
"Maar áls er al meer moet worden geproduceerd, is het de vraag of gentech de oplossing is."
Gentech biedt meer en beter voedsel én met minder bestrijdingsmiddelen.
"Dat is tot nu toe niet waargemaakt. Ggo-gewassen blijken niet of nauwelijks productiever dan de conventionele variëteiten. Onderzoek van het Amerikaanse ministerie van Landbouw wijst dat ook uit. Aanvankelijk is er soms een lichte stijging van de productie, maar dat voordeel is in vaak na een paar jaar weer verdwenen."
"Bijkomend nadeel is dat de ggo-gewassen zijn ontwikkeld voor grootschalige toepassing en daarmee voor algemene omstandigheden. Ze zijn niet goed bruikbaar onder de specifieke omstandigheden waarvan in ontwikkelingslanden sprake is. Zo kunnen ze bijvoorbeeld slecht tegen warmte."
Blijft nog een argument over: minder gebruik van bestrijdingsmiddelen.
"Dat valt nog te bezien. Er zijn op dit moment twee soorten producten. De ene soort is bestand tegen herbiciden: de plant groeit ook als er omheen onkruid wordt bestreden. De andere, de zogenoemde bt-plant, heeft een ingebouwd insecticide. Daar zit een gen in waardoor de plant een gif produceert dat oorspronkelijk door een bepaalde bacterie werd geproduceerd. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat in beide gevallen méér pesticiden worden gebruikt in plaats van minder."
"En dan zijn er nog de bijverschijnselen, zoals het ontstaan van superweeds, onkruid bestand tegen het onkruidverdelgingsmiddel dat samen met het zaad wordt verkocht, maar ook tegen andere bestrijdingsmiddelen. Dat heeft bij de koolzaadproductie al geleid tot problemen. En de kans is groot dat dit ook bij de sojaproductie gaat spelen."
Je zou zeggen: allemaal redenen om door te gaan met onderzoek.
"Ja, in theorie is het denkbaar dat je zo uiteindelijk tot betere producten komt. Maar voorlopig zit dat er niet in. De vraag is wanneer wél."
Maar dat hoeft niet te betekenen dat de ontwikkeling van een veelbelovende technologie wordt stilgezet.
"Veelbelovend? Ik begrijp dat niet goed. Het ergert me dat mensen - wetenschappers, maar vooral politici - voortdurend beweren dat genetische manipulatie de oplossing is voor allerlei problemen, terwijl alle wetenschappelijk onderzoek de andere kant op wijst."
U gaat toch niet vertellen dat ze dit zonder reden doen?
"Het optimisme heeft ongetwijfeld te maken met een ongebreideld geloof in de vooruitgang. Een geloof dat we straks alles zelf kunnen maken, dat we alles kunnen controleren. Dát is waarschijnlijk de reden waarom veel wetenschappers er toch mee verder gaan. Omdat ze denken dat ze ooit toch die unieke vinding zullen doen."
Frank den Hoed
forum@vno-ncw.nl