12-08-2010 - Massaontslag bij MSD en straks misschien ook nog bij andere farmaceutische bedrijven. Wat blijft er over van Nederland Kennisland? Nederland moet op zijn tellen passen, vinden velen. "Ministeries werken vooral langs elkaar heen."
Amper vier maanden geleden kwam het Innovatieplatform van premier Balkenende met een ambitieus plan. Nederland moet terug in de top-5 (huidige plaats: 10). Van duurzame kenniseconomieën wel te verstaan. Maar een paar maanden en de aankondiging van een massaontslag bij farmaciebedrijf MSD (Organon) verder, lijkt de realisatie van die ambitie verder dan ooit. Want weliswaar wordt gezégd dat Nederland flinke ambities heeft, de realiteit lijkt toch een ander beeld te laten zien. Twee jaar geleden verloren bij NXP, de voormalige Philips halfgeleiderdivisie, 1.300 man hun baan. Ook bedrijven als AkzoNobel, DSM, Océ (nu Canon) en Philips breiden hun research & development vooral in het buitenland uit. Solvay Pharmaceuticals (inmiddels onderdeel van het Amerikaanse Abbott) is het volgende bedrijf dat overweegt de deuren in Nederland te sluiten. Wat is er aan de hand in Nederland Kennisland?
Pijnlijk
Volgens hoogleraar internationale economische betrekkingen Luc Soete (Universiteit Maastricht), tevens lid van de Nederlandse Adviesraad voor Wetenschap en Technologie, is het duidelijk: het Nederlandse beleid op het gebied van innovatie en kennisontwikkeling legt het af tegen dat van de ons omringende landen. "Het is een pijnlijke conclusie, maar het is de realiteit. Bedrijven zijn in toenemende mate globale bedrijven, ook de Nederlandse. Ze hebben vestigingen in verschillende landen. Als ze een investeringsbeslissing moeten nemen, hebben ze een ruime keuze waar ze dat zullen doen. Ze kijken naar de economische feiten: welke locatie is het gunstigst. En dat is niet per se Nederland."
De recente keuze van het Amerikaanse Merck (in Nederland bekend als MSD) om de Osse research & development-afdeling op te doeken, maar de activiteiten in bijvoorbeeld Frankrijk en Zwitserland wel te handhaven, levert hiervan een bewijs, meent Soete. "Dat de bazen van Merck door de Franse president Sarkozy met alle egards werden ontvangen, speelde ongetwijfeld ook een rol bij hun beslissing. Maar belangrijker nog: in Frankrijk worden investeringen in r&d bijvoorbeeld fiscaal vele malen vriendelijker behandeld dan in Nederland. Met andere woorden, bedrijven hebben een grotere aftrekpost. Wat dat betreft is de Nederlandse overheid veel te voorzichtig."
Nederland moet echt meer zijn best doen bedrijven hier te houden. Voor Colette Alma, directeur van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie, is dat toch wel de belangrijkste les van MSD. "Het is niet meer vanzelfsprekend, ook niet voor bedrijven die van oudsher in Nederland zijn gevestigd, om hier te blijven en hier te blijven investeren. Daarvoor is meer nodig dan goede fiscale regelingen." Wat Alma maar wil zeggen: industrie heeft een klimaat nodig waarin het kan gedijen. Voor de kennisintensieve chemische bedrijven betekent dat: de aanwezigheid van voldoende andere bedrijven in dezelfde tak van sport. Want het product van de een, is de grondstof voor de ander. Maar ook open innovatie, kortom de aanwezigheid van kleine innovatieve bedrijfjes. En goede samenwerking met universiteiten. "Maar een integrale visie ontbreekt bij de overheid", zegt Alma. "Uitsluitend innovatie bevorderen is echt niet voldoende. Er moet daarnaast een goed productieklimaat zijn. Ook daarop moet het beleid gericht zijn. Energie- en klimaatbeleid, ruimtelijke ordening, de milieuruimte voor bedrijven, onderwijsniveau, regeldruk. Dat zijn allemaal aspecten die meetellen bij hoe aantrekkelijk Nederland nog is."
Middenmoter
Dertig jaar geleden behoorde Nederland internationaal nog tot de landen met de hoogste onderzoeksuitgaven per hoofd van de bevolking. Inmiddels behoort Nederland tot de middenmoot. Hoogleraar Soete: "Vooral de private onderzoeksuitgaven dalen. Niet omdat bedrijven minder uitgeven aan onderzoek en ontwikkeling, maar omdat die investeringen steeds meer buiten Nederland en zelfs buiten Europa worden gedaan. Ondanks het feit dat er in Nederland genoeg geld beschikbaar is bij banken en pensioenfondsen. Maar we slagen er onvoldoende in die investeringen hier te laten neerslaan."
Zonde, vindt Soete. Want Nederland heeft enorm veel wetenschappelijke kennis in huis. Bijvoorbeeld binnen de sleutelgebieden die het Innovatieplatform aanwees (Flowers & Food, Chemie, Water, Creatieve Industrie, High-Tech Systemen en Materialen, Pensioen & Sociale verzekeringen, red.).
"Het goede van de sleutelgebiedenaanpak is dat er keuzes zijn gemaakt. Op welke gebieden kan Nederland internationaal excelleren? Die focus in het beleid is nodig, want Nederland is in vergelijking met landen als Duitsland en Frankrijk zoveel kleiner. En dus kunnen wij ons een brede aanpak niet veroorloven. Het is alleen jammer dat de daadwerkelijke investeringen en maatregelen van de overheid achterblijven bij de ambities die uit de sleutelgebiedenaanpak spreken."
Soete staat niet alleen in zijn kritiek. Het Innovatieplatform zelf kwam ook tot die conclusie bij de eindevaluatie die begin mei naar het demissionaire kabinet werd gestuurd. En ook in het bedrijfsleven wordt gevraagd om de daad bij het woord te voegen. Bijvoorbeeld door meer regie te voeren bij het stellen van prioriteiten voor onderzoek- en ontwikkeling, een samenhangende strategische onderzoeksagenda, betere stroomlijning van de financiering van onderzoek en bundeling van onderzoek en onderzoeksinstituten. "Wat we nodig hebben, is een proactieve overheid", concludeert Michel Dutrée, directeur van de Nefarma vereniging van innovatieve geneesmiddelen Nederland. "Een overheid die de slagkracht van het Nederlandse bedrijfsleven helpt vergroten. Maar wat we rond MSD hebben ervaren, is dat ministeries vooral langs elkaar heen werken. Veel begrip voor de situatie, maar per saldo gebeurt er niets." MSD is, na Philips en ASML, Nederlands grootste private investeerder in research & development. Dit besluit moet daarom op zijn minst toch wel een wake uo call opleveren voor Economische Zaken, vindt Dutrée. "Geen afwachtende houding meer, maar regie voeren."
Strategie
Neem dan Singapore. Afgezien van het wat minder democratische gehalte van het regime, is het volgens Colette Alma (Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie) een lichtend voorbeeld voor Nederland. "De overheid in Singapore heeft echt een strategie ontwikkeld, welke bedrijvigheid ze willen aantrekken. En ze handelen daar ook naar." Dat dit werkt mag wel blijken uit de plaats die het land inmiddels inneemt in de IMD Global Competitiveness Scoreboard 2010: Singapore staat op plaats 1, gevolgd door Hong Kong, de Verenigde Staten en Zwitserland. Nederland zakt verder naar plaats 12 (was vorig jaar: 10) en is daarmee zelfs ingehaald door Maleisië. Alma: "De intenties bij EZ zijn goed. Het heeft echter tot nu toe aan regie van EZ-zijde ontbroken. Het gaat erom nu echt door te pakken en van EZ een sterk ministerie te maken."
Behalve nieuwe bedrijven proactief aantrekken, is het volgens hoogleraar Soete (Universiteit Maastricht) ook nodig een dynamiek te ontwikkelen in Nederland waarin er voortdurend nieuwe bedrijven zoals TomTom ontstaan. "Die dynamiek ontbreekt. Jongeren zijn eerder geneigd een goede baan bij bijvoorbeeld Océ of NXP te nemen, dan om een eigen bedrijf te beginnen." Publiekprivate initiatieven, zoals op het terrein van de Technische Universiteit van Eindhoven samen met Philips zijn ontwikkeld, zullen volgens Soete zeker aan die dynamiek bijdragen. "Jong ondernemerschap moeten we echt meer stimuleren. Dan ontstaat er een aantrekkelijk kennis- en ontwikkelingsklimaat. En profiteert Nederland ook zelf van de investeringen die daarin zijn gedaan. Nederland heeft nog steeds een enorm voordeel van zijn ligging, met Duitsland en Oost-Europa in de rug." Het is alleen een kwestie van doen.
www.vno-ncw.nl, dossier Innovatie en dossier Industriebeleid
Wat gebeurt er met de 2.175 ontslagen MSD'ers?
Het Amerikaanse MSD (voorheen Organon) kondigde aan maar liefst 2.175 mensen te ontslaan van de vestiging in Oss. Bij 1.100 daarvan gaat het om kenniswerkers. Het is nog onduidelijk wat er met de ontslagen MSD'ers gaat gebeuren.
Demissionair minister Maria van der Hoeven van Economische Zaken heeft in elk geval een taskforce in het leven geroepen, die gaat onderzoeken of een campus op het MSD-terrein levensvatbaar is. Daarin zitten behoudens MSD, de ministeries van Economische Zaken en VWS, de provincie Noord-Brabant, de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij, de gemeente Oss en Roland Berger Strategy Consultants. In september zal de minister de Tweede Kamer informeren over de voortgang.
De brancheverenigingen voor de chemie (VNCI) en farmaceutische industrie (Nefarma) hebben samen met een aantal andere partijen, de minister ook een ander voorstel gedaan. Volgens de branches kunnen de kenniswerkers – met enige omscholing – ook goed ingezet worden bij bijvoorbeeld projecten op het gebied van life sciences, medische technologie en biotechnologie. VNCI-directeur Colette Alma: "Als we niets doen, verdwijnt die kennis. Dat is doodzonde. Wat de overheid in elk geval kan doen is de overstap faciliteren door bijvoorbeeld programma's voor omscholing op te zetten."
Lees ook de rubriek Binnenland op pagina 41
Wim van Gelder (Danone): 'Neem een voorbeeld aan Singapore'
Toen Numico een paar jaar geleden in handen kwam van het Franse Danone, dreigde de Nederlands afdeling voor onderzoek en ontwikkeling overgeplaatst te worden naar het buitenland. Wim van Gelder, senior vice-president, wist dat te voorkomen. "Ik heb mijn Franse 'baas' destijds om 12 uur 's nachts uit zijn bed gebeld en gezegd: je begaat de grootste blunder uit je carrière als je de onderzoeksafdeling in Nederland sluit." De koers van het Franse moederbedrijf is na dit telefoontje niet ineens gewijzigd, maar samen met Economische Zaken, provinciale overheden en mensen uit de wetenschap, is Van Gelder er wel in geslaagd de board ervan te overtuigen dat Nederland te aantrekkelijk was voor het bedrijf om het te laten vallen. "Onder meer door het hoge niveau van het medisch onderzoek aan onze universiteiten en onze goede samenwerking daarmee, in het bijzonder de Universiteit van Utrecht."
Dat betekent niet dat Van Gelder zich geen zorgen maakt over Nederland als kennisland. "Het kennisniveau van studenten is enorm gedaald. Er heerst een enorme zesjescultuur. Daar maak ik me wel druk over. We zullen met zijn allen heel hard moeten werken om onze welvaart te handhaven, maar dat besef lijkt nog niet tot iedereen te zijn doorgedrongen."
"In Aziatische landen ligt het ambitieniveau zo veel hoger. Zij halen ons inmiddels links en rechts in. Die ambitie moeten wij ook herwinnen: het Singapore van Europa worden bij wijze van spreken. Een paar jaar geleden zouden we daarom misschien hebben moeten lachen. Maar we kunnen echt een voorbeeld nemen aan Singapore, afgezien dan van het weinig democratische gehalte van het regime. Je zit, zelfs als senior vice-president, meteen met de minister van Trade and Industry aan tafel en de minister-president. Ze regelen alles voor je. De overheid daar heeft met een expliciet beleid bepaalde bedrijven willen aantrekken. 'En wat we willen hebben, krijgen we ook'. Die mentaliteit is er. Maar zo'n omslag kan Nederland ook maken."
Gerard van Harten (Dow Chemical): 'Belang maakindustrie te lang veronachtzaamd'
Waarom het Amerikaanse Dow Chemical uitgerekend voor Terneuzen heeft gekozen om er een belangrijk research & development centrum op te zetten? Voor bestuursvoorzitter Dow Chemical Benelux, Gerard van Harten is het zo klaar als een klontje. "Nederland is een voorsprongland op het onderzoeksgebied waar Dow behoefte aan heeft. We hebben bovendien nauwe banden met de universiteiten van Delft en Eindhoven, maar ook met Gent en Leuven: Terneuzen ligt zo ongeveer in het midden. Maar wat ook belangrijk is geweest, is dat het om een extra investering ging in een locatie waar we zelf al aanwezig waren. Het was goed in te passen in bestaande operaties en bestaand onderzoek."
Inmiddels heeft Dow Terneuzen kans gezien kenniswerkers van over de hele wereld aan te trekken. Van Harten: "Je denkt misschien, wat moeten die in Terneuzen? Maar als je kans ziet iets neer te zetten dat onderzoekstechnisch heel uitdagend is, dan ben je ook buiten de landsgrenzen heel aantrekkelijk."
"De ligging van Nederland als gateway to Europe maakt Nederland aantrekkelijk voor het bedrijf als Dow. De aanwezigheid van goede logistieke verbindingen, een haven, bepaalt voor een groot deel de concurrentiepositie. Maar als er weer investeringsbeslissingen gedaan moeten worden, zal toch telkens een keuze gemaakt moeten worden uit de vestigingen die Dow heeft. Is Nederland dan nog steeds zo aantrekkelijk? Dat zal toch sterk afhangen van de keuzes die worden gemaakt door de Nederlandse overheid. Lange tijd is het belang van de maakindustrie veronachtzaamd. Maar als de maakindustrie verdwijnt, vertrekt ook onderzoek- en ontwikkeling. De r&d-afdeling die we hier in Terneuzen hebben, was er ook niet geweest als we hier geen productiefaciliteit hadden."
"De Nederlandse overheid heeft een belangrijke rol. Overheidsbeleid bepaalt voor een belangrijk deel hoe goed de concurrentiepositie van bedrijven is. Nationale koppen op Europese wetgeving, die het Nederlandse beleid nog stringenter maken, helpen bijvoorbeeld niet bepaald. Op dat gebied kan de overheid nog wel wat leren van de Duitse en de Franse overheid."
Harry Loozen (Canon): 'Het moet de overheid menens zijn'
De kennis van het Nederlandse Océ op het gebied van sustainable design was voor het Japanse Canon een factor van betekenis. "Die kennis was bij de aankoop van Océ voor Canon zeker aantrekkelijk", meent senior vice-president corporate public affairs & sustainability Harry Loozen. De onderzoeksafdeling van het voormalige Océ in Nederland blijft gehandhaafd. "Canon heeft ervoor gekozen eigen research & development op drie continenten te ontwikkelen. Enerzijds om de risico's te spreiden, maar ook omdat er dan in drie tijdszones doorgewerkt kan worden. En elk onderzoekscentrum heeft eigen invalshoeken, wat ook weer tot nieuwe ontwikkelingen kan leiden."
Voor Canon is het wel belangrijk dat de overheid ook echt als een partner wordt ervaren. "Het bezoek van minister van Economische Zaken Maria van der Hoeven aan Canon in Tokyo was daarom een belangrijk signaal."Maar the proof of the pudding is in the eating. De Japanners willen volgens Loozen ook graag zien dat het de Nederlandse overheid menens is als het om investeringen in research & development gaat. "Er wordt momenteel gewerkt aan een campus voor diensteninnovatie, de Document Services Valley. Als de overheid ook daadwerkelijk bijdraagt, zal dat een belangrijk signaal zijn."
Wat volgens Loozen in elk geval meer moeten gebeuren is van kennis, kassa maken. "Wij kunnen in Nederland uitstekend ontwerpen en Dutch Design staat wereldwijd hoog aangeschreven. Als wij onze gezamenlijke kennis en vaardigheden op het gebied van sustainable design inzetten voor het oplossen van grote wereldproblemen als materiaalschaarste, veiligheid, vervuiling en energieschaarste, dan kunnen we ook als industrie een positie nemen en verbreden. Als we dan vervolgens het label 'Dutch Sustainable Design' erop plakken en dat consistent uitdragen, dan zetten we Nederland weer op de kaart. Net zoals destijds met de Deltawerken, die in die sector uiteindelijk voor veel export hebben gezorgd en waar de Nederlandse overheid uitstekend haar rol heeft genomen als launching customer, forse investeerder en betrouwbare partner".
Jiska Vijselaar
vijselaar@vno-ncw.nl