22-05-2009 - Wel veel kritiek, nauwelijks lof. De Europese Unie blijft moeilijk aan de man te brengen. Ondanks alle successen. Verdient Europa niet wat meer krediet?
Europa? Is dat niet de ambtelijke moloch die de kromming van bananen en komkommers wil bepalen? De club die met een fijnstofrichtlijn alle bouwplannen in Nederland op slot dreigt te zetten? De Brusselse burelen lijken een miljardenverslindend werkverschaffingsproject met duizenden ambtenaren die niets anders doen dan zaken vinden waarover ze nog geen regeltje hebben bedacht. Het liefst nog zo ingewikkeld mogelijk. Tot zover de beeldvorming.
Begrijpelijk, zegt Jacques Pelkmans, hoogleraar aan het Europa College in Brugge en daar directeur Economische Studies. "Ik heb ook geen magische formule op zak waarmee ik in één oogopslag duidelijk kan maken dat de Europese Unie een succes is. Maar dat de unie succesvol is, is een feit. Het frustrerende is dat dit niet op Europa afstraalt."
"Alle successen komen op conto van de nationale partijen, terwijl daar heel vaak Europese afspraken aan ten grondslag liggen", was daarom de hartenkreet van VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes begin dit jaar bij de presentatie van 55 adviezen van ondernemend Nederland voor de Europese verkiezingen. En dat terwijl juist Nederland enorm heeft geprofiteerd van de Europese Unie. Vertrekkend europarlementariër Bert Doorn (CDA) kan dat niet genoeg benadrukken. "Allerlei handelsbarrières zijn opgeheven en daar hebben wij echt veel voordeel van. Het functioneert, ondanks het feit dat er ook nog wel dingen misgaan."
Dat de invoering van een eenheidsmunt als de euro een groot goed is, is wel gebleken toen de kredietcrisis in alle hevigheid losbarstte. Iedereen is het er inmiddels ook wel over eens dat dit een groot voordeel is van het bestaan van de Europese Unie. Een valutacrisis, door sterke schommelingen in de koers, is uitgebleven. Natuurlijk raakt de crisis de eurozone ook, zo merken burger en bedrijfsleven aan den lijve. "Maar de gevolgen waren nog heftiger en groter geweest als de euro er niet was geweest." Daarvan is Pelkmans overtuigd.
Eigen portemonnee
Nog een grote verworvenheid: de Europese interne markt. De Nederlandse goederenexport nam dankzij het wegnemen van allerlei handelsbelemmeringen toe met 18 procent (tegenover een Europees gemiddelde van 8 procent), heeft het Centraal Planbureau (CPB) vorig jaar berekend. Die exporttoename zorgde ook nog eens voor een stijging van het bruto binnenlands product (BBP) met 6 procent (Europees gemiddelde: 3 procent). En als de aannames van het CPB kloppen, is nog niet eens de helft van de groeipotentie van het BBP bereikt. Eenvoudigweg omdat er een lange overgangsperiode zit tussen het moment waarop de markttoegang daadwerkelijk groter wordt dankzij maatregelen van de Europese Unie én de vertaling daarvan in een grotere productie van goederen en groei van het BBP. Maar liefst 15 procent extra toename van het bruto binnenlands product valt nog te realiseren.
Bovendien neemt de variëteit aan producten toe als bedrijven meer aan buitenlandse concurrentie worden blootgesteld, stelt het CPB-rapport. Een grotere markt prikkelt ook investeringen in onderzoek en ontwikkeling. En dat leidt weer tot meer innovatie en technologische vooruitgang.
De gemiddelde Nederlander heeft de voordelen van de interne markt ook in de eigen portemonnee gevoeld. Volgens het CPB-onderzoek is 6 procent van de gemiddelde inkomensstijging (2.200 euro per hoofd van de bevolking) hieraan te danken (Europees gemiddelde: 3 procent). Daar komen de komende jaren nog eens een paar procenten bij. Verder zijn de buitenlandse investeringen in Nederland 28 procent hoger dan zonder de interne markt het geval zou zijn én als dit jaar de Dienstenrichtlijn in werking treedt, levert dat Nederland nog eens 1,4 tot 6,2 miljard euro extra BBP op.
Likeur
"Het werk aan de interne markt is nog niet af", zegt VVD-europarlementariër Toine Manders. "Vorig jaar is bijvoorbeeld een regeling aangenomen, die bepaalt dat een product dat in één land op de markt mag, automatisch ook in alle andere EU-landen moet worden toegelaten. Die regel treedt in 2010 in werking. Dat betekent bijvoorbeeld het einde van het Duitse Reinheitgebot. Veel mensen kennen dat van het bier dat alleen met Duits water gemaakt mag worden." Vanaf 2010 moeten de Duitsers dus overstag. Een ander voorbeeld: Duitsland hanteert andere definities voor likeur. Een Nederlands likeur dat helemaal volgens de Nederlandse regels voor likeur is gemaakt, kan straks niet langer aan de Duitse grens worden tegengehouden. Omdat daar wordt beweerd dat het volgens hun regels geen likeur is. Manders: "Blijft een lidstaat toch moeilijk doen, dan moet de overheid van die lidstaat bewijzen dat het product niet kan worden toegelaten. En niet langer de producent. Daarmee bespaart het bedrijfsleven 160 miljard euro per jaar." Want procedures kunnen achterwege blijven, net als aanvullende onderzoeken, rapporten en wat dies meer zij voor toelating van een product op de markt in andere lidstaten.
Sophie in 't Veld (D66) wijst er op dat de EU ook zorgt voor een gelijk speelveld. "Er wordt wel eens gemopperd op de sociale regelgeving, maar als je dat niet Europees regelt, heeft dat invloed op de concurrentiepositie. Arbeidstijden, zwangerschapsverlof, arbowetgeving, als dat alleen maar op nationaal niveau wordt geregeld, leg je het af tegen de lidstaten die daar niets aan doen. Minder Brussel is minder uniformiteit in regelgeving en dus concurrentieverstoring." Uit het nieuwste verkiezingsonderzoek van Forum blijkt (zie pagina 12 en verder) dat een meerderheid van de ondernemers ook graag meer uniforme Europese regels wil. Die hebben ze liever dan de huidige situatie van Europese én nationale regels. Dan zijn ze ook af van de nationale 'koppen' die op Europese regelgeving wordt gezet.
Ook vertrekkend europarlementariër Bert Doorn (CDA) benadrukt de koepelfunctie die de EU heeft. "De financiële crisis heeft laten zien dat je toezicht op Europees niveau moet regelen", zegt hij. "Nationaal toezicht garandeert geen overleg tussen de toezichthouders van de diverse lidstaten. Dat overleg is moeilijker te regelen als er geen Europese paraplu boven hangt."
Regeldrift
Dat de goede kanten van de EU zo slecht uit de verf komen en de slechte kanten zo goed, is vooral erg oneerlijk, zeggen Sophie In 't Veld, Toine Manders en Bert Doorn. En het gemopper van nationale politici helpt ook niet om een goed gevoel te krijgen over de EU. "Het is allemaal campagneretoriek", zet Sophie in 't Veld. "Ik denk niet dat Nederlanders zo eurosceptisch zijn, maar als je elke dag politici hoort zeggen dat iets niet deugt, dan vergaat je het optimisme wel. Het is holle retoriek waarmee ze de kiezer bedotten."
Bert Doorn begrijpt het wel. "Er gaan ook nog steeds dingen niet goed. Een probleem is bijvoorbeeld dat Europese regels omgezet moeten worden in nationale wetgeving. Eigen wetten van de lidstaten zelf dus. Dan is het wel van belang dat er strikt op wordt toegezien dat dit ook correct gebeurt. Daar mankeert nog wel eens wat aan." De maandelijkse volksverhuizing van het Europees Parlement mét alle ambtenaren van Straatsburg naar Brussel en vice versa doet ook geen goed aan het imago van de Unie. Efficiënt en kostenbesparend kan zoiets niet worden genoemd. En dus is het een telkens terugkerend onderwerp in verkiezingstijd als symbool voor Brusselse inefficiency. Die moet worden aangepakt, is dan de boodschap.
Doorn: "Maar we zijn lid van de Europese Unie of je dat nu leuk vindt of niet. Ga dan emigreren. En je kunt ook niet zeggen dat je alleen voor het Nederlands belang gaat. Die toonzetting in de campagne is flauwekul. Zoveel kun je ook niet bereiken met zijn vijfentwintigen (nu 27; red.), verspreid over verschillende Europese parlementsfracties. Natuurlijk moet je wél je oor te luisteren leggen in Den Haag, bij het bedrijfsleven en bij de bevolking. En daar waar nodig de Europese regeldrift bijsturen. Maar alleen gaan voor het Nederlands belang werkt niet."
De Nederlandse Europolitiek kan wel een beetje topsportmentaliteit gebruiken, meent Sophie in 't Veld. "Nederlandse politici doen net alsof ze in een recreantenhandbalteam zitten. Ze zijn een beetje lid voor de gezelligheid. Maar zo werkt dat niet."
Spiegeltjes
"De Nederlandse regering is goed in goldplating, het aanvullen van Europese regels", zegt In 't Veld. "Jarenlang gold de subsidiariteit: ieder lidstaat mocht de regels op zijn eigen manier omzetten in nationale wetgeving. Dat heeft alsnog voor veel verschillen gezorgd."
"We zouden eens spiegeltjes moeten uitdelen in de Tweede Kamer", zegt Manders. "Alle belemmeringen in Europese regels zijn door hun goldplating gekomen. De fijnstofregeling is door de Nederlandse overheid aan de wetgeving rond ruimtelijke ordening gekoppeld. Toen is Nederland op slot gegaan. De Natura 2000-richtlijn is ter bescherming van Europees beschermde diersoorten zoals de beer, de wolf en de civetkat. Nederland heeft daar zelf het woordje Europees weggehaald en de richtlijn gekoppeld aan de flora en faunawetgeving. Nu geldt het voor alle in Nederland beschermde diersoorten."
"Ondernemers lopen er inderdaad nog vaak tegenaan dat eisen per lidstaat uiteenlopen. Desnoods moet er maar wat meer met verordeningen worden gewerkt, Europese wetgeving die rechtstreeks werkt," vindt Bert Doorn. "Belangrijk winstpunt is dat het besef steeds meer doordringt dat toezicht op de naleving noodzakelijk is. En dat er goed gekeken moet worden naar de manier waarop de regelgeving wordt ingericht. Is dit de meest effectieve manier? Ik dring daar al jaren op aan."
De macht van het Europarlement
Europarlementariërs vertegenwoordigen in het Europees Parlement hun maatschappelijke stroming, niet hun land. Het is, zo zegt de directeur van het Europees Parlement Bureau in Nederland, Sjerp van der Vaart, geen Nederland-België of Nederland-Bulgarije, maar een Europa-brede wedstrijd tussen verschillende visies op Europa. Het Europees Parlement is de direct gekozen volksvertegenwoordiging van de Europese Unie. Het is het enige instituut van de EU dat direct door de burgers wordt gekozen. Samen met de Raad van Ministers stelt de Europese Commissie Europese wetgeving op. Het grootste deel van de Europese Verordeningen en Richtlijnen kan alleen na bemoeienis of met toestemming van het Europees Parlement tot stand komen. Het Europees Parlement heeft echter geen initiatiefrecht en kan dus zelf geen wetsvoorstellen doen. Verder houdt het Parlement toezicht op de besteding van de Europese begrotingsmiddelen, moet het de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie goedkeuren. Het Parlement kan de benoeming van een nieuwe voorzitter van de Europese Commissie ongedaan maken en ook de hele Commissie naar huis sturen.
Als het verdrag van Lissabon alsnog – als laatste – door de Ieren wordt geratificeerd, wordt de democratische controle op het werk van de Europese Commissie wel groter. Meer wetgeving moet dan met instemming van het Europees Parlement en/of de nationale parlementen worden goedgekeurd.
De grote Europese geldverbrandmachine?
Vaak wordt het Europees apparaat afgeschilderd als een geldverslinder met een waterhoofd van ambtenaren. De EU heeft alles bij elkaar zo'n vijftigduizend ambtenaren, Nederland heeft meer dan honderdtwintigduizend rijksambtenaren (exclusief leraren en politieagenten). Wel wordt in Europa veel werk uitbesteed naar de lidstaten. Het EU-budget voor 2009 bedraagt 116 miljard euro. Dat is iets meer dan 1 procent van het Bruto Nationaal Inkomen van alle lidstaten. Er gaat 7 miljard euro naar het Europees ambtenarenapparaat. De Nederlandse regering plant in de begroting van 2009 voor bijna 170 miljard euro aan uitgaven.
Praktische politiek
Dat Europarlementariërs ook oog hebben voor de kleine praktische zaken, bewijst Toine Manders (VVD). Hij tipte de Europese Commissie eens te kijken naar de wirwar van laders die bij telefoontoestellen zitten. Geen twee zijn dezelfde. De Commissie vond dat een goede tip, vooral toen ze bemerkte dat laders vaak in het stopcontact blijven zitten als de telefoon al opgeladen is. De laders blijven dan een beetje stroom verbruiken. De industrie mocht van de Commissie zelf de standaard bepalen, als er maar een standaard kwam. En ze moesten ook een lader kunnen aanbieden die zichzelf uitschakelt al er geen telefoon aan hangt. Binnen vier weken was de industrie er uit.
Remko Ebbers, Jiska Vijselaar
forum@vno-ncw.nl