26-01-2012 - Als bestuursvoorzitter lijkt hij de beursgenoteerde effectenbank KAS BANK koersvast en ontspannen door de storm van de financiële crisis te sturen. Dit is een unieke tijd, drukt hij zijn studerende kinderen op het hart. Albert Röell: ‘Leidinggeven heb ik nooit moeilijk gevonden.’
Een traditietje hier en daar. Albert Röell neemt ze niet al te serieus, maar is er wel aan gehecht. Zoals aan dienstfiets nr. 1 van KAS BANK, exclusief voor de voorzitter. 'Daar kwam ik ook pas na jaren achter hoor. Maar we houden hem er wel in.'
Misschien komt het door zijn verleden als lid van het Utrechtse studentencorps, waar hij naar eigen zeggen veel plezier beleefde. Ook aan de tradities en de flauwekul. Of is het zijn adellijke afkomst? 'Een non-issue', wuift hij de suggestie weg. 'De Röells zijn als zand aan zee, de grootste adellijke familie van Nederland. Bovendien heb je de ‘nette’ tak, die wat dichter bij het koninklijk huis staat, en de lange tak. Daar hoor ik bij zoals je ziet.' Toch prijkt op zijn visitekaartje voor het mr. van zijn rechtenstudie ook de titel jonkheer. 'Als je dan toch met titels begint, hoort de familie er wel bij. Maar hij staat niet op mijn Engelse kaartje.'
Een rijzige gestalte, maar zeker niet stijfjes. Sinds zes jaar is Röell bestuursvoorzitter van KAS BANK. Een bank die als effectendienstverlener minder bekend is bij het grote publiek, maar wel een geschiedenis heeft van meer dan tweehonderd jaar. De bank is al sinds 1915 gevestigd aan de Spuistraat in hartje Amsterdam. Binnen een imposante hal met een enorme overkapping met glas in lood en marmeren zuilen. Trots: 'Een paar maanden geleden zaten we hier aan een lunch over governance met Kofi Annan als spreker.'
Kat op spek
Albert Röell is niet het type bankier dat zich koest houdt nu de financiële crisis voor de tweede keer in korte tijd door de wereld giert. Hij gaat graag het debat aan, schrijft columns voor het Financieele Dagblad en wil kunnen uitleggen en verantwoorden waar hij mee bezig is. ‘Wij brengen de waarde en risico’s in beeld van het vermogen van pensioenfondsen, verzekeraars en andere vermogensbeheerders. Daarom hebben we een aantal jaren terug al onze asset management en private banking activiteiten verkocht. Je kunt niet tegelijkertijd je eigen beleggingsbeleid voor klanten voeren en dit ook gaan beoordelen, dat is de kat op het spek binden. Qua model waren wij daarom al vóór de crisis klaar voor de crisis.'
Geen centje pijn voor KAS BANK dus?
'Nou, Madoff was indirect een klant van ons en de val van Lehman Brothers had ook een forse impact. Dat heeft ons 10 tot 15 miljoen gekost. Maar uiteindelijk hebben we maar één jaar verlies geleden en hebben we nooit hulp van de overheid nodig gehad.’
Hoe ging dat er hier in deze kamer aan toe tijdens die crisis?
‘Het onderling vertrouwen viel eind 2008 weg. Gelukkig werken hier veel zelfstandige mensen die begrijpen wat er in zo'n situatie moet gebeuren. Dan vorm je een crisisteam, je spreekt af wie wat gaat doen, en anderhalf uur later kom je weer bij elkaar. Een enorm gestress, maar het is wel waarvoor ik word betaald als bestuursvoorzitter.'
Mensen in uw omgeving omschrijven u als zeer ambitieus. Iemand die altijd al wist dat hij op een dergelijke post wilde belanden.
'Is dat zo? Volgens mij is dat niet waar. Ik wist juist helemaal niet wat ik wilde. Na mijn studie rechten was ik aangenomen bij een van de topadvocatenkantoren in Den Haag. Maar ik twijfelde, vond mezelf op mijn 22ste nog te jong voor de maatschappij.'
Röell zegde de baan uiteindelijk af en vertrok naar Zuid-Amerika. Na een maand in Argentinië met een vriend trok hij er alleen op uit, met als einddoel Boston. 'Een geweldige tijd was dat. Met 3 dollar per dag rondkomen, op een vrachtschip naar de Galapagos. Je leert er waanzinnig veel van. Maar toen ik terugkwam, wist ik nog steeds niet wat ik nou wilde. Een staffunctie of toch maar de lijn in?'
Zijn moeder bracht uitkomst. 'Ze had een oom en die zocht nog een secretaris van de directie bij een verzekeringsmaatschappij. En omdat notuleren alleen een beetje weinig was, werd ik tegelijkertijd baas van de herverzekeringen.' Zes jaar later zat hij in de directie.
Was u niet een beetje jong om meteen leiding te geven?
'Leidinggeven heb ik nooit moeilijk gevonden. Vanuit mijn studie heb ik heel goed geleerd om af te wegen. Daarnaast heb ik altijd geprobeerd het vak te leren. Dus als 23-jarige zat ik zelf ook 's avonds autopolissen te schrijven. Niet dat ik daar heel goed in was, maar mensen zagen wel dat ik daar mijn best voor deed. Dan krijg je ook je omgeving beter mee. En ik ben een harde werker.'
Dat hij van nature meer een leider is, merkte hij ook bij McKinsey, zijn volgende werkgever. ‘Eigenlijk namen ze daar alleen maar bèta’s aan, maar omdat ze net Nationale-Nederlanden als klant hadden gekregen, kreeg ik een kans. Dan ben je dus adviseur, maar ik was niet goed genoeg, vond ik zelf. Er zaten daar mensen die veel slimmer waren in probleemanalyse.’
'In die zin ben ik misschien een klassiek leider. Ik hoef niet de beste te zijn. Wat ik nu doe – effecten – beheers ik ook niet tot in detail. Maar wel genoeg om te kunnen staan voor deze winkel. Waar het om draait, is mensen om je heen verzamelen die op hun vakgebied toppers zijn. Die moet je vrijheid geven, maar ook uitdagen. Mensen moeten zich afvragen of ze wel echt tot het gaatje zijn gegaan.'
U neemt dan bepaald geen blad voor de mond, zeggen uw vrienden.
‘Mensen die mij beter kennen, vinden dat leuk en uitdagend. Het houdt ze scherp. Je moet de boel in beweging houden. Altijd maar weer opschudden: ‘Is dit nou wel waar?’ Mensen moeten wel wakker blijven.'
Niet kiezen voor de gebaande paden, is iets wat Röell van huis uit heeft meegekregen. 'Mijn ouders waren er erg voor dat we de wereld zelf zouden ontdekken. We mochten ook niet in Leiden gaan studeren. Dat was teveel om de hoek, want we woonden in Oegstgeest.'
Verder heeft hij een 'heel normale Hollandse opvoeding gehad', vindt hij. 'We waren met vijf jongens thuis, ik was de middelste. Mijn vader was civiel ingenieur. Hij heeft nog een tijdje in de mijnen gezeten. Later is hij bouwheer in Leiden geworden. Mijn moeder was arts. Haar carrière heeft ze na de oorlog laten schieten voor haar gezin. Toen de jongste wat ouder was, is ze weer les gaan geven aan psychiatrisch verpleegkundigen. Best traditioneel allemaal.'
Toch noemt hij zijn opvoeding redelijk liberaal. 'Het was thuis nooit zo van de verboden. Roken en softdrugs, het is voor jongeren natuurlijk fantastisch om daarmee te experimenteren. Of ik dat ook heb gedaan? Oei, ik heb even een Chiracje.'
Engeltje
Zelf heeft Röell inmiddels ook een groot gezin. 'Zes kinderen en een engeltje zeggen we thuis.' Zijn zoon Johan overleed negen jaar geleden op 8-jarige leeftijd aan kanker. 'Een vreselijk zware periode voor ons allemaal, maar voor mijn vrouw nog vele, vele malen erger', stelt Röell. 'Mannen gaan weer jagen, verschuilen zich achter hun bureau.'
Röell werkte in die tijd op de Zuidas bij ING. 'Daar vandaan kon ik iedere dag meteen door naar het AMC. Ik kreeg ook veel support vanuit het bedrijf, dat heeft veel geholpen.'
'Tijdens die periode – Johan is vier jaar ziek geweest – ben ik ook nog van baan veranderd. In Utrecht heb ik het vak van zakenbankier opgepakt. Misschien had ik dat ook wel nodig als afleiding. In het laatste jaar ben ik een paar weken met Johan in New York geweest, voor een operatie die hier niet mogelijk was. Maar het houdt een keer op, daar ben ik ook wel heel rationeel in.'
Terugkijkend is Röell trots dat zijn kinderen er op een goede manier uit zijn gekomen. 'Er zijn geen ontsporingen geweest.' Of het hemzelf heeft veranderd? 'Heel misschien mijn relativeringsvermogen. Ik zit elk jaar bij de bedrijfsarts. Die verbaast zich erover dat mijn gezondheid zo stabiel blijft ondanks de crisis. Nu heb ik vroeger veel marathons geschaatst, zelfs drie keer een Elfstedenkruisje gehaald. Dat geeft een ijzersterke basis. Maar de dingen in perspectief zien, ook dat zal een beetje bijdragen.’
Drie stellingen
De banken moeten veel strenger aangepakt worden
'We neigen nu in paniek naar het Angelsaksische model met heel veel regeltjes en een afvinkcultuur. Terwijl die benadering nu juist de oorzaak is geweest van alle ellende. Ik geloof zelf meer in principle based regulation. Maar ik geef iedereen gelijk die zegt: dat hebben jullie de laatste vijf jaar niet altijd goed gedaan.’
Cultuur is geen staatszaak
'Uiteindelijk klopt dat. Maar zoals wij onze kathedralen beschermen, moeten we ook de top van de cultuursector beschermen. Daaronder moet je niet teveel regelen. Het is een beetje uit de hand gelopen met al dat subsidiëren.'
Adel verplicht
Adel van de geest verplicht. Het is te gemakkelijk om je in een condominium achter de muren te verschuilen in je privézwembad. Het is onze verantwoordelijkheid om ons in te zetten voor de samenleving, en als het nodig is een tegengeluid te laten horen.'
Albert Röell
1959 Geboren te Heerlen
1977 Rechten, Universiteit van Utrecht
1983 Assistant general manager NOG Verzekeringen
1989 Consultant bij McKinsey & Company
1994 Verschillende managementfuncties bij ING
2002 Statutair directeur CenE Bankiers
2005 Voorzitter Raad van Bestuur KAS BANK
Karin Bojorge
bojorge@vno-ncw.nl