06-10-2011 - Klimaatverandering is een wereldwijd probleem. Energie(on)zekerheid ook. Dat betekent dat een transitie naar een veel duurzamere economie noodzakelijk is. Het recept is bekend: substantieel minder fossiele energie gebruiken. Hoe groot is de taak waar Nederland zich voor gesteld ziet?
1. Nederland is nog altijd voor 92 procent afhankelijk van fossiele brandstoffen
Een petajoule (PJ) is 1.000.000.000.000.000 joule. Een joule is een eenheid energie die overeenkomt met 0,24 calorie. Een PJ komt overeen met 31,6 miljoen kubieke meter aardgas of 278 miljoen kilowattuur elektriciteit.
Hernieuwbare energie valt overigens nog uit te splitsen in:
| Biomassa | 107,39 PJ |
| Wind | 14,36 PJ |
| Zon | 1,11 PJ |
| Water | 0,37 PJ |
| Aardwarmte | 0,32 PJ |
2. Dat geldt zowel voor huishoudens als het bedrijfsleven
3. Omschakeling naar hernieuwbare energie is duur en lastig
Er wordt in Nederland 96,4 PJ aan steenkolen verstookt in energiecentrales. Als alle steenkool vervangen zou worden door windmolens op land zouden er 4.160 molens van 3 megawatt bijgebouwd moeten worden (nu: 490 van 3 megawatt). De extra kosten hiervan bedragen 18 miljard euro. Ook zou er voor 2,5 miljard geïnvesteerd moeten worden in het hoogspanningsnet. Verder moeten er extra back-up gascentrales komen om perioden van windstilte op te vangen. Of de bestaande energiecentrales moeten tijdens periodes van veel wind minder draaiuren maken (waardoor ze minder rendement opleveren).
Quintel Intelligence is het bedrijf dat het Energietransitiemodel (zie kader op pagina 13) heeft ontwikkeld. John Kerkhoven, directeur van Quintel Intelligence: 'Boven de 20 procent aan windenergie begint het lastig te worden. Inzetten op honderd procent windenergie zou alleen mogelijk zijn als we stroomoverschotten konden oppompen in een bergmeer. Bij gebrek aan bergen wordt dat lastig. Een andere theoretische optie zou zijn om een heel groot deel van het Nederlandse wagenpark elektrisch te maken en dan van iedereen toestemming te krijgen om de accu's gedeeltelijk te ontladen op momenten van windstilte.'
4. En met huidige technieken soms simpelweg onhaalbaar
Stel dat we alle brandstof voor auto's en vrachtverkeer zouden vergroenen. In plaats van fossiele diesel en benzine zou iedereen gaan rijden op biodiesel en bio-ethanol. Om de gewassen die daarvoor nodig zijn te verbouwen, zou een hoeveelheid grond nodig zijn ter grootte van zes keer het Nederlandse landbouwareaal.
John Kerkhoven: 'Binnen Nederland gaat dat niet lukken, want je gaat geen huizen en snelwegen slopen om ruimte te maken. Dat betekent dat je die ruimte elders in de wereld zou moeten huren. Als Nederland dat evenals andere landen zou gaan doen, gaat dat direct concurreren met voedselproductie, drinkwaterwinning en natuur. Dat zou super asociaal zijn. Met de derde generatie biobrandstoffen die nu nog in ontwikkeling zijn, zou dat theoretisch minder erg zijn omdat daarvoor alleen restdelen van gewassen worden gebruikt. Zover zijn we echter nog niet.'
5. Gelukkig is fossiel voorlopig nog niet op
Naar schatting zit er nog voor 40 jaar olie, 65 jaar gas en 155 jaar kolen in de grond. En als je de niet gemakkelijk winbare fossiele brandstoffen meerekent nog veel meer.
6. En is de ene fossiele brandstof de andere niet
Nederlandse gascentrales produceren ongeveer de helft minder CO2 dan kolencentrales. Als Nederland meer gas gaat importeren, zal de uitstoot echter groter worden door lekkage tijdens het transport. Dat laatste geldt ook voor de overstap van gewoon gas naar schaliegas.
7. Maar niets doen is geen optie, want fossiele energie wordt rap duurder
In 1970 was de prijs van een vat olie 1 dollar. In 2008 was dat 140 dollar. Gecorrigeerd voor inflatie is aardolie nu ongeveer tien keer zo duur als in 1970. Shell voorspelt dat de prijs van olie de komende jaren sterk zal fluctueren en door zal blijven stijgen.
Bovendien raakt de bel van Slochteren snel op. Nu maakt Nederland nog winst met de export van gas. In de toekomst zullen we honderd procent afhankelijk zijn van de import van (duur) gas.
John Kerkhoven: 'De afgelopen 15 jaar is de prijs van gas en elektra voor huishoudens elk jaar met 7 procent gestegen. Als dat doorzet, zitten we al snel op een verdubbeling van de huidige prijs. Dat zou betekenen dat een huishouden met drie personen al in 2020 600 euro extra per maand kwijt is aan energie in de vorm van een hogere rekening voor gas, elektra en benzine en duurdere producten.'
8. Inzetten op verduurzaming is uiteindelijk goedkoper
Binnen Europa is afgesproken om de CO2-uitstoot in 2050 met 80 procent te reduceren. De prijs die we daarvoor moeten betalen, zou volgens het Energietransitiemodel mee kunnen vallen. De totale energiekosten zouden maar 5 procent ten opzichte van vandaag hoeven stijgen, als het aan de computer ligt.
John Kerkhoven: 'In 2050 zouden we dan nog steeds een belangrijk deel van onze energie uit gas, olie en kernergie halen, maar biomassa, wind- en zonne-energie zouden ook een flink aandeel hebben. Daarnaast zou er heel veel gebeurd zijn aan energiebesparing: huizen zijn geïsoleerd, we rijden in elektrische auto's en de industrie is elk jaar 1,2 procent efficiënter gaan werken. Er staan dan zesduizend windmolens op zee, twaalfhonderd op land en nog eens 250 aan de kust. Ook zijn er meer dan 17 duizend huizenblokken uitgerust met zonnepanelen en Nederland is honderd geothermische centrales en bijna 650 duizend biomassaketels rijker.'
'Of dat allemaal politiek haalbaar is, is natuurlijk een tweede. De computer houdt geen rekening met de weerstand onder de bevolking tegen bijvoorbeeld windmolens.'
Energietransitiemodel
Zelf verder rekenen? Op www.energietransitiemodel.nl kun je meteen aan de slag. Met dit model, ontwikkeld door Quintel Intelligence, kunnen overheden en bedrijven hun eigen energiestrategie doorrekenen. Maar ook de leek kan ermee aan het experimenteren slaan. Het energietransitiemodel is compleet, onafhankelijk en op feiten gebaseerd. Het wordt gesponsord door bedrijven als Shell, Philips, Vopak, Eneco, Essent, Gasterra en Tennet, maar ook door branches als Uneto VNI en organisaties als Natuur en Milieu.
Karin Bojorge
bojorge@vno-ncw.nl