08-04-2010 - Wat zijn de mogelijkheden voor het Nederlandse bedrijfsleven in Afghanistan? Die vraag stond centraal tijdens een gesprek tussen een Afghaanse delegatie en vertegenwoordigers van VNO-NCW en het Nederlands Centrum voor Handelsbevordering (NCH), op 30 maart in Den Haag.
Belangrijkste terrein voor de economische wederopbouw van het land is de landbouw. Afghanistan was van oudsher een exporterend land in producten als krenten, rozijnen en noten. Door dertig jaar oorlog is die positie verloren gegaan, inclusief de bijbehorende kennis en verwerkings- en verpakkingsindustrie. Nu moet Afghanistan zelfs een groot deel van zijn voedsel importeren.
De Afghaanse delegatie stelde dat het goed zou zijn als Nederlandse bedrijven samen met Afghaanse bedrijven initiatieven ontplooien om de landbouw, veeteelt en tuinbouw te verbeteren. De rol van Nederlandse bedrijven ligt dan voornamelijk in het voorzien in expertise en machines en in de vermarkting van producten.
De Werkgroep Economische Wederopbouw Afghanistan (WEWA), met daarin onder meer een vertegenwoordiger van VNO-NCW, is druk bezig om met steun van zijn business support office in Kabul Afghaanse en Nederlandse bedrijven te matchen. Het gaat daarbij om de opzet van exportketens in producten als amandelen, komijn, granaatappelen en sappen en steun bij het opzetten van productieketens in kippen, eieren, koeien en melk voor de binnenlandse markt. Daarnaast staan projecten op stapel in waterbeheer, energievoorziening en training van bankpersoneel. Dit zijn essentiële projecten voor het welslagen voor agri-ketens.
Met de Afghaanse delegatie is gesproken over zaken die de Afghaanse overheid kan oppakken, zoals: eenvoudige visaprocedure, faciliteren van trainingen en opzetten van een systeem voor kwaliteitscontrole en certificering. Bij dat laatste zijn er initiatieven van het CBI (Centre for the Promotion of Imports from developing countries) om de Afghanen te steunen.