Standpunt VNO-NCW
Onderwijs en scholing zijn cruciale factoren voor het optimaal benutten van talent in de steeds kennisintensiever wordende economie. Daarom moet de aansluiting tussen hoger onderwijs en arbeidsmarkt beter worden. Ook moet er veel meer aandacht komen voor bèta en technologie.
Het hoger onderwijs moet meer afgerekend worden op prestaties en aansluiten bij de Human Capital Agenda’s van de topsectoren. De Nederlandse universiteiten zijn onderling en internationaal nog te weinig onderscheidend. Nederlandse universiteiten moeten ernaar streven ‘centres of excellence’ te worden. Bij die extra kwaliteit past een hoger collegegeld en selectie aan de poort. Het zou goed zijn als de mogelijkheid zou ontstaan om ruimhartiger private middelen aan te trekken die dan rechtstreeks toevallen aan de onderzoekers zelf.
In het hoger beroepsonderwijs moet een grotere en directe betrokkenheid zijn met het bedrijfsleven. Opleidingen met een beperkt arbeidsmarktperspectief moeten worden ingeperkt.
Ook de samenwerking tussen het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en het bedrijfsleven moet worden geïntensiveerd. Binnen de SBB (Stichting samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven) worden in gelijkwaardige samenwerking tussen MBO-Raad en sociale partners thema’s als macrodoelmatigheid (aan welke opleidingen heeft de arbeidsmarkt behoefte) , examinering, de praktijktijd (BPV) en de inhoud van de opleidingen in het mbo verbeterd. Ook moeten de opleidingen aantrekkelijker gemaakt worden voor studenten. Onder andere door meer aandacht op havo en vmbo tl (voormalige mavo) voor beroepsgerichte vakken. Ook de terugloop van het aantal leerlingen in het vmbo, vooral in de techniek, baart zorgen.