Standpunt VNO-NCW
Klimaatverandering is een wereldwijd probleem. Dit maakt een maatschappelijke transitie naar een veel duurzamere economie noodzakelijk.
Op energiegebied betekent dit substantieel minder fossiele energie gebruiken en de uitstoot van schadelijke broeikasgassen verminderen. Een enorm aanpassingsproces, dat alleen binnen een ambitieus groeiscenario kan worden bereikt als nieuwe kennis en de innovatiekracht van het bedrijfsleven wordt gebruikt en dagelijks wordt toegepast.
Natuurlijk moet de energievoorziening tijdens dit transitieproces betaalbaar en voorzieningszeker blijven. Die voorwaarden staan onder druk door toegenomen energievraag uit opkomende economieën én afhankelijkheid van toeleveranciers uit politiek minder stabiele regio's. Door instabiele prijzen van olie en gas en internationaal sterk uiteenlopende CO2-prijzen komt de betaalbaarheid in de knel.
De EU heeft in 2008 ambities vastgesteld (2020: 20% minder CO2-uitstoot dan in 1990, 20% energiebesparing, 20% benodigde energie uit hernieuwbare bronnen opgewekt). Eind 2009 heeft dit echter niet geleid tot een adequaat internationaal klimaatakkoord in Kopenhagen.
VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland hadden al in 2007 met het kabinet het Duurzaamheidsakkoord afgesloten, met afspraken over o.a. uitstoot reductie van broeikasgassen, energiebesparing en duurzame energieopwekking.
Het bedrijfsleven wil een toonaangevende rol spelen op het terrein van klimaat- en energietechnologie. Hiermee kan Nederland een optimale bijdrage leveren aan het oplossen van het mondiale klimaatvraagstuk. VNO-NCW wil de instrumenten (zoals emissiehandel) verbeteren en optimaliseren, evenals de condities (zoals de noodzaak van een gelijk speelveld) waardoor het Nederlandse bedrijfsleven in staat is de ambitieuze doelstellingen te realiseren.
Uit een eerste evaluatie medio 2010 blijkt dat het bedrijfsleven met het duurzaamheidsakkoord en de sectorale deelakkoorden goed op weg is om de Europese energie- en klimaatdoelstellingen voor 2020 te realiseren.