Standpunt VNO-NCW
Het Nederlandse energiebeleid moet gericht zijn op vier pijlers: voorzieningszekerheid, betaalbaarheid, schone energie en het benutten van economische kansen in de nationale en internationale markt. De transitie naar een schone energievoorziening betekent lagere lokale milieulasten en het substantieel beperken van de uitstoot van schadelijke broeikasgassen. Hierbij spelen alle opties een rol, zoals duurzame energie, kernenergie, opslag van CO2, aardgas (incl. schaliegas) en energiebesparing. Een enorm aanpassingsproces, dat alleen kan worden bereikt met de kennis en innovatiekracht van het bedrijfsleven.
De energievoorziening moet tijdens dit transitieproces betaalbaar en voorzieningszeker blijven. Die voorwaarden staan onder druk door toegenomen energievraag uit opkomende economieën én afhankelijkheid van toeleveranciers uit politiek minder stabiele regio's. Alle energie-opties moeten actief ontwikkeld en benut worden in een concurrerende Europese en internationale energiemarkt, binnen de voorwaarden van veiligheid, milieu en CO2-handel. Voorkomen moet worden dat een stijging van energiekosten de energie-intensieve bedrijfstak uit Nederland wegjaagt. Milieubelastingen en kosten in verband met CO2-handel of duurzame energie moeten daarom afgestemd zijn op de situatie van internationaal concurrerende bedrijven elders in Europa en de wereld.
De EU heeft in 2008 ambities vastgesteld (2020: 20% minder CO2-uitstoot dan in 1990, 20% energiebesparing, 20% duurzame energie). Het Nederlandse bedrijfsleven heeft zich gecommitteerd aan deze klimaatdoelstellingen. Deze doelen moeten kostenefficiënt gerealiseerd worden, via bijvoorbeeld CO2-emissiehandel. Het handelssysteem moet bedrijven lange termijn investeringszekerheid geven en tegelijk een internationaal gelijk speelveld voor de industrie waarborgen. Nu nog relatief dure opties voor het verminderen van CO2-uitstoot, zoals opslag van CO2 (CCS) en duurdere vormen van duurzame energie, zijn onmisbaar voor het realiseren van de klimaatdoelstelling op de lange termijn. Deze opties moeten via demonstratieprojecten verder ontwikkeld worden. VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland hebben in 2007 met de overheid het Duurzaamheidsakkoord afgesloten, met afspraken om de 2020-doelen te realiseren, en de in 2011 met de overheid en milieuorganisaties afgesloten Groene Groei Deal sluit hier op aan.
Het bedrijfsleven wil een toonaangevende rol spelen op het terrein van klimaat- en energietechnologie. De Topsector energie biedt daarvoor een prima uitgangspunt. Op deze manier kan Nederland een optimale bijdrage leveren aan het oplossen van het mondiale klimaatvraagstuk en kansen op de internationale markt benutten. Tegelijk liggen er grote kansen in Nederland om bestaande gebouwen energiezuinig te maken. Daarvoor is nodig; een verplicht energielabel, gemakkelijke en goedkope financiering. En het voor gebouweigenaren aantrekkelijker maken van investeringen in labelstappen.