Bedrijven binnen de Europese Unie vallen sinds 2005 verplicht onder een systeem van CO2-emissierechtenhandel, mits zij aan bepaalde voorwaarden voldoen. De overheid stelt vast hoeveel emissierechten in totaal beschikbaar zijn, het emissieplafond. Deze rechten worden deels toegekend aan bedrijven en deels door de overheid verkocht op een veiling. Bedrijven die investeren in schonere productieprocessen, stoten minder CO2 uit en houden daardoor rechten over of hoeven minder rechten bij te kopen. Bedrijven die een tekort hebben kunnen rechten kopen op de veiling, of van andere bedrijven die rechten over hebben.
Standpunt VNO-NCW
VNO-NCW is voorstander van emissiehandel, omdat dit de kosten- en milieueffectiviteit van het klimaatbeleid sterk vergroot. Voor het Nederlandse bedrijfsleven is dit instrument een voordeel omdat onze industrie al behoorlijk energie-efficiënt opereert. Met het huidige plafond realiseren de bedrijven die onder emissiehandel vallen een CO2-reductie van 21% in 2020, ten opzichte van 2005. Samen met BusinessEurope is VNO-NCW tegen een scherpere Europese doelstelling in 2020, omdat in andere regio’s in de wereld gelijkwaardige stappen vooralsnog achterwege blijven.
Naast CO2-emissiehandel zijn er verschillende regelingen die ook bijdragen aan de vermindering van CO2-uitstoot, via bijvoorbeeld energiebesparing of duurzame energie. Die regelingen maken CO2-emissiehandel minder efficiënt en leiden tot een lagere CO2-prijs. Volgens VNO-NCW zou CO2-emissiehandel de leidende rol moeten krijgen zijn in het energie- en klimaatbeleid. Daarbij is het wel noodzakelijk dat het systeem structureel verbeterd wordt en weeffouten opgelost worden. Cruciaal hierbij is lange termijn investeringszekerheid voor bedrijven en een stabiele CO2-prijs voor alle CO2-arme opties in de energiemix, inclusief duurzame energie. Daarbij moet rekening gehouden worden met de conjunctuurinvloeden op de CO2-emissie. Wanneer een dergelijke structurele verbetering gerealiseerd wordt, kan een aparte doelstelling voor duurzame energie vervallen. Voor de internationaal concurrerende industrie en de luchtvaart behouden we een systeem dat uitgaat van efficiëntie benchmarks en de toewijzing van CO2-rechten, maar daarbij moet behoud van een internationaal level playing field wel worden gerespecteerd. Voor deze sectoren is een mondiale sectorale aanpak de beste optie.
lees verder