02-06-2010 - Excellentie,
In verband met de voorbereiding van de begroting voor 2011 vragen wij uw aandacht voor het volgende.
De Nederlandse economie klimt langzaam uit het diepe dal waar zij eind 2008 in is geraakt als gevolg van de wereldwijde kredietcrisis. Maar voorzichtigheid is geboden. Een aantal economische sectoren lijkt de weg omhoog te hebben ingeslagen, anderen zijn nog uiterst fragiel. Financiering van het bedrijfsleven is en blijft daarbij een cruciale factor.
Om de bancaire kredietverlening aan de bedrijven te ondersteunen is het instrumentarium voor kredietgaranties ingezet en uitgebreid. Deze regelingen zijn bij uitstek geschikt om ondernemingen te steunen die uit een economisch zware periode komen. Uit de cijfers en uit de contacten met individuele ondernemers en banken blijkt dat die regelingen een wezenlijke rol vervullen bij het op gang houden van de kredietverlening en daarmee dus ook van de groei van de economie.
De ervaring leert dat met name aan het einde van een recessie wanneer de economie weer aantrekt de behoefte aan werkkapitaal toeneemt en daardoor ook de kredietvraag. Door uitgeholde vermogensposities en daarmee vaak ook de zekerheidsposities zal het voor een aantal bedrijven niet gemakkelijk zijn om hiervoor financiering aan te trekken en dreigt mogelijk alsnog een faillissement. Daar waar er een positieve cashflowprognose is, zijn de banken wel genegen te financieren. Juist in dit soort situaties zullen de garantieregelingen naar verwachting goede diensten bewijzen en flink benut kunnen worden.
Bovendien, in de huidige (bancaire) markt heerst een zekere mate van onzekerheid ten aanzien van verschillende aangekondigde maatregelen (Basel III, eventuele bankbelasting, herziening depositogarantiestelsel, etc). In de komende maanden zal er meer duidelijkheid ontstaan ten aanzien van de gevolgen van deze maatregelen voor de kredietverlening aan het bedrijfsleven. Het totaal pakket aan garantieregelingen van de overheid zal ook in dat licht herzien moeten worden. Het zou kunnen blijken dat continuering nodig is vanwege de (dreigende) stapeling van maatregelen en de gevolgen daarvan.
Tenslotte, tussen de introductie van de maatregelen en het op gang komen van de stroom aanvragen zit een geruime tijd. Dergelijke veranderingen hebben tijd nodig om geïmplementeerd te worden door de banken en vervolgens gaat er enige tijd overheen voordat deze wijzigingen door de markt, maar ook door de uitvoerders op de bankkantoren zijn geaccepteerd. Voor alle garantieregelingen geldt dat er een stijgende lijn zit in de benutting, waarmee kan worden onderbouwd dat het volledige potentieel nog niet is benut.
Samenvattend: MKB-Nederland, VNO-NCW en de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) zijn van mening dat het bestaande garantie-instrumentarium juist ook bij een opgaande economie voor veel bedrijven van grote waarde is. Daarom pleiten de drie verenigingen gezamenlijk voor het behoud van deze instrumenten in 2011 in de huidige vorm. Het voortzetten van de regelingen zou een krachtig signaal zijn vanuit de overheid richting het bedrijfsleven.
Wij gaan er vanuit dat u deze oproep zult willen betrekken bij de voorbereiding van de besluitvorming over de toekomst van de garantieregelingen. Een brief met dezelfde
strekking verzenden wij vandaag naar de minister van Financiën.
Hoogachtend,
Loek Hermans
MKB-Nederland
Bernard Wientjes
VNO-NCW
Boele Staal
NVB