10-11-2009 - Mevrouw, mijne heren,
Met deze brief reageert de RCO op de notitie van de minister van SZW d.d. 18 september jl. over herziening van de Wet Arbeid Vreemdelingen (nr. 32144).
Daarin lijkt het kabinet oog te hebben voor de dynamiek die de voortschrijdende globalisering op de Nederlandse arbeidsmarkt teweeg brengt. Terecht wordt opgemerkt dat ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en binnen bedrijven een herziening van de Wav mogelijk en gewenst maken. De wijze waarop deze ontwikkelingen worden geschetst getuigen van een gevoel voor realiteit en wordt door onder andere de technologische industrie onderschreven.
Het is daarom jammer na deze hoopvolle inleiding te moeten constateren dat dit gevoel voor realiteit zich niet vertaalt in daarop gebaseerde wijzigingen. Deze voorstellen laten zich kwalificeren als defensief en teleurstellend. Het lijkt erop dat er gekozen is voor een horizon die niet verder reikt dan de huidige economische crisis. In plaats van een benadering die getuigt van een visie op de positie van Nederland in een mondiale markt op de langere termijn. Uit het feit dat de herzieningsvoorstellen zijn besproken met de centrale en sectorale organisaties van werkgevers en werknemers mag dan ook niet de conclusie worden getrokken dat er van werkgeverszijde draagvlak is voor deze voorstellen.
Deze notitie is tegengesteld aan het wetsvoorstel modern migratiebeleid, dat op 9 september jl. (nr. 32052) bij uw Kamer is ingediend. De bedoeling is om beide regelingen gelijktijdig in de 2e helft van 2010 inwerking te laten treden. De modernisering van het migratiebeleid, ingezet door het ministerie van Justitie, wordt dan echter gedwarsboomd door de voorstellen van de minister van SZW.
In deze voorstellen is namelijk geen sprake van modernisering, die langere tijd mee kan, maar slechts van een opschoningsactie door aanpassing aan knelpunten die de afgelopen jaren in de uitvoering van de regelgeving zijn gebleken en wordt beheerst door de huidige crisis.
Belangrijkste punten van kritiek zijn:
- De wijzigingsvoorstellen komen absoluut niet tegemoet aan de dynamiek die internationaal ondernemen met zich meebrengt. Bedrijven die in het kader van een gezamenlijk project tijdelijk personeel van een buitenlandse partner in Nederland moeten laten werken worden nog steeds verplicht een TWV aan te vragen. Dit terwijl er absoluut geen sprake is van verdringing. De onnodige administratieve rompslomp leidt tot vertraging, frustratie en maakt Nederlandse bedrijven tot een minder aantrekkelijke partner voor een project.
- Voor wat betreft praktikanten houdt het kabinet vast aan de TWV-eis. Dit zijn buitenlanders die in het buitenland een vaste baan hebben en die naar Nederland komen om werkervaring op te doen voor enkele maanden die voor hun toekomstig functioneren in het herkomstland van belang is. Het gaat niet om vacatures op de Nederlandse arbeidsmarkt, waardoor van verdringing van arbeid geen sprake kan zijn. Dat er geen productieve arbeid wordt verricht, is voor het kabinet geen argument. Er wordt volledig voorbij gegaan aan de kosten die een werkgever moet maken. De administratieve rompslomp voor het aanvragen van de tewerkstellingsvergunning, het betalen van het minimumloon (geen productieve arbeid) en de reis- en verblijfskosten zijn onnodig belemmerend. Dit maakt het naar Nederland halen van praktikanten onnodig veel te duur. Er is weliswaar het voornemen onderzoek te doen naar de mogelijkheid voor referentensystematiek in dit geval, maar dit brengt hooguit een kleine opening in de oplossing van de knelpunten in een naar onze opvatting en die van de SER overbodige procedure. Immers, de SER adviseerde in maart 2007 unaniem tot invoering van een meldingsplicht ten aanzien van praktikanten. Dit geeft de overheid nog voldoende mogelijkheid voor controle achteraf. Deze zaak sleept al veel te lang voort en benadeelt onder andere de technologische industrie, die juist onze kenniseconomie moet stimuleren. Wij dringen er bij u op aan om reeds nu de meldingsplicht voor deze situaties in te voeren en niet te wachten op het voornemen tot onderzoek. Gevoeglijk kan worden aangenomen, dat dit voornemen nog lange tijd de huidige ongewenste praktijk zal laten voortduren.
- Ook brengen wij de voorstellen van de Commissie Vermindering Regeldruk (Commissie Wientjes) ten aanzien van de tewerkstellingsvergunning onder uw aandacht. Die voorstellen betekenen een duidelijke vermindering van de administratieve lastendruk. In de notitie van de minister echter wordt daaraan geen gehoor gegeven en wordt zelfs aangegeven, dat men helemaal geen beeld van de gevolgen voor de administratieve lasten voor werkgevers kan geven. Daarop zal worden teruggekomen na de Kamerbehandeling wanneer de voorstellen verder worden uitgewerkt. Dit betekent geen aanpassing van de tewerkstellingsvergunningprocedure en daarmee een verdere vertraging van de modernisering van het arbeidsmigrantenbeleid in het algemeen. Ook de Commissie Wientjes heeft ten aanzien van de praktikanten een duidelijk voorstel gedaan dat aansluit bij de door de SER unaniem geadviseerde meldingsplicht.
De RCO constateert dan ook dat daar waar de staatssecretaris van Justitie belangrijke stappen vooruitzet naar modernisering van het migrantenbeleid, de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid daarentegen terughoudend is in aanpassing van de procedure van de tewerkstellingsvergunning. Dit kan het etiket van modernisering zeker niet dragen. Per saldo zal dit dan ook niet tot de zonodige modernisering van de arbeidsmigrantenregelingen leiden.
Het kabinet ontkent met deze defensieve opstelling in de herziening van de WAV de situatie na de crisis. Nederland, en zeker de industrie, zal zich dan nog meer moeten inspannen om zich op de mondiale markt staande te houden. Overbodige en dus belemmerende regelgeving helpt hier niet bij. Sterker nog: het zal Nederlandse bedrijven niet stimuleren hun activiteiten in Nederland te behouden.
Hoogachtend,
RAAD VAN DE CENTRALE ONDERNEMINGSORGANISATIES RCO
| Namens de Vereniging VNO-NCW | | Namens MKB-Nederland |
Mr. B.E.M. Wientjes Voorzitter | | Drs. L.M.L.H.A. Hermans Voorzitter | |
| | | | |
| | | Namens LTO-Nederland | |
| | | A.J. Maat Voorzitter | |