| Innovatie is de motor voor welvaart en welzijn | Innovatie is de motor voor (toekomstige) welvaart en welzijn van Nederland. Nederland wil tot de 5 van de wereld behoren. Daar zijn we nog lang niet; Nederland behoort tot de middenmoot en dreigt, mede door recente intensivering in andere landen, verder weg te zakken. |
| | |
| ..daarom moet de overheid visie tonen en investeren.. | VNO-NCW en MKB Nederland vinden dat de overheid visie, leiderschap en daadkracht moet tonen door te investeren in innovatie en er zeker niet op moet bezuinigen. Dat zal leiden tot welvaartsverlies; de innovatiemotor wordt ermee afgeremd. Omdat andere landen op dit moment juist gas geven leiden bezuinigingen tot een verdere verstoring van het level playing field van het innovatieve bedrijfsleven. |
| | |
| Het innovatiebeleid biedt hiervoor een goede basis... | De basis van het innovatiebeleid staat. Het generieke instrumentarium verlaagt drempels voor het MKB (vouchers IPC’s) en de WBSO zorgt voor goede algemene randvoorwaarden. Het specifieke beleid in de vorm van de sleutelgebieden sluit goed aan op de manier van innoveren door bedrijven. Innovatie vindt niet meer plaats in afzonderlijke bedrijven, maar in ecosystemen waarin grote en kleine bedrijven, publieke en private partijen met elkaar samenwerken. Het sleutelgebiedenbeleid biedt de nodige focus en massa in publiek-private samenwerking om concurrerend te blijven. Dicht bij de markt zijn innovatiekredieten een goede aanvulling maar kunnen subsidies niet vervangen.
Bedrijven hebben behoefte aan continuïteit en stabiliteit in deze beleidsmix. Te vaak is de afgelopen tijd het beleid veranderd. Dat is onwenselijk; bedrijven moeten er vanuit kunnen gaan dat de overheid een continue factor vormt.
|
| | |
Er is ruimte voor efficiency verbetering Bij de uitvoering | Natuurlijk is er ook ruimte is voor verbetering. Er zijn mogelijkheden om het beleid eenvoudiger, efficiënter en effectiever te maken.
In de uitvoering stuiten ondernemers vaak op verschillende definities, hoge rapportagedruk en onduidelijke beoordelingsprocedures. Dat kan beter door in alle lagen van de overheid uit te gaan van een "high trust" benadering zoals Economische Zaken die nu heeft ingevoerd. Ook zouden de verschillende beoordelingsprocedures en begrippen kunnen worden gestroomlijnd door de invoering van het rijksbreed subsidiekader. De kenniswerkersregeling is een voorbeeld van een efficient uitgevoerde regeling dat navolging verdient. |
| | |
| |
| Door betere afstemming tussen departementen en rijk en regio | Ondernemers worden nog steeds geconfronteerd met een woud aan regelingen. Dat komt omdat ieder departement en iedere regio (soms zelfs op gemeenteniveau) eigen innovatieregelingen hebben. De afstemming tussen de departementen onderling en met de regio’s moet veel beter. Zeker op regionaal niveau zijn er veel initiatieven en regelingen, het geen leidt tot een gebrek aan transparantie. Meer samenhang kan worden aangebracht door meer uit te gaan van de landelijke sterktes. Nederland is veel te klein voor 22 pieken. |
| | |
| Door meer focus en massa in de publieke kennisinfrastructuur | De publieke kennisinfrastructuur oogt complex. De Nederlandse wetenschap kent veel instituten en intermediaire organisaties met te weinig samenhang daartussen; dat beeld is door de vele incidentele impulsen uit het FES alleen maar toegenomen. Ook hier is stroomlijning wenselijk. |
| | |
| En door efficiënter en innovatiever in te kopen | Tot slot kan de overheid innovatieve bedrijvigheid en publiek-private samenwerking verder stimuleren door haar reguliere inkoopgedrag efficiënter en innovatiever in te zetten, door nieuwe technologie toe te passen en R&D in te kopen bij het bedrijfsleven voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken en door vaker op te treden als eerste klant. |
| | |
| Vrijgekomen middelen door stroomlijning terugsluizen in het innovatiesysteem | Stroomlijning van beleid klinkt eenvoudiger dan het is. Toch blijft het gebrek aan stroomlijning een vaak terugkerende klacht van het bedrijfsleven op het innovatiebeleid. Het is nu zaak juist door te pakken op de goede stappen die al zijn gezet door Economische Zaken en deze uit te bouwen naar andere ministeries en de regio’s. Gezien de vereiste extra investeringen in de kenniseconomie dienen de vrijgekomen middelen uit stroomlijning verantwoord te worden teruggesluisd naar de kenniseconomie. |